Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Negentiende zondag door het jaar (C)
7 en 8 augustus 2010
 
 

Schriftlezingen:

Eerste lezing uit het boek Wijsheid

Die nacht van de uittocht uit Egypte
was aan onze vaderen tevoren bekendgemaakt,
zodat zij, zeker wetend op welke eden zij vertrouwden,
vol vreugde zouden zijn.
Wat door uw volk verwacht werd was:
redding voor de rechtvaardigen en
ondergang voor de vijanden.
Want door datgene waarmee U de tegenstanders strafte,
hebt U roem verleend aan ons, de door U geroepenen.
In het verborgene brachten de heilige zonen van de vrome mensen hun offer
en zij aanvaardden eensgezind de goddelijke Wet,
dat de heiligen gelijkelijk zouden delen
in dezelfde goede dingen en dezelfde gevaren;
vooraf zongen zij reeds de lofzangen van hun vaderen.

Tweede Lezing uit het heilig Evangelie volgens Lucas

Jezus zei tot zijn leerlingen:
Wees niet bang, kleine kudde,
want het heeft jullie Vader behaagd je het koninkrijk te schenken.
Verkoop je bezit en geef aalmoezen.
Zorg voor beurzen die niet verslijten, een onuitputtelijke schat in de hemel,
waar geen dief bij kan komen en die geen mot kan aantasten.
Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Houd je lendenen omgord en je lampen brandend.
Jullie moeten net zo doen als mensen die hun heer opwachten
wanneer hij thuiskomt van de bruiloft,
om hem, als hij komt en aanklopt, meteen te kunnen opendoen.
Gelukkig zijn de knechten die de heer wakend aantreft bij zijn komst.
Ik verzeker jullie dat hij zich omgordt, hen aan tafel nodigt
en rondgaat om hen te bedienen.
Gelukkig zijn zij als hij hen zo aantreft,
ook al komt hij om middernacht of nog later.
Bedenk wel: als de heer des huizes geweten had hoe laat de dief komen zou,
dan had hij de inbraak wel verhinderd.
Ook jullie moeten voorbereid zijn,
want de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.'
`Heer, vertelt U deze gelijkenis met het oog op ons of voor iedereen?' vroeg Petrus.
De Heer antwoordde:
`Ja, wie zou die trouwe, verstandige beheerder zijn,
die de heer zal aanstellen om zijn werkvolk op tijd hun eten te geven?
Gelukkig de knecht die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt.
Ik verzeker jullie, hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.
 Maar als die knecht bij zichzelf zegt:
`Mijn heer komt nog lang niet'', en de slaven en slavinnen mishandelt,
en zelf gaat zitten eten en drinken, en zich gaat zitten bezatten,
dan komt de heer van die knecht op een dag
waarop deze hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent.
Dan zal hij hem onthoofden en hem het lot van de trouwelozen laten delen.
De knecht die weet wat zijn heer wil,
maar niets heeft voorbereid of niet heeft gehandeld naar de wil van zijn heer,
zal zwaar worden gestraft.
Maar wie die wil niet kent, en heeft gedaan wat slaag verdient,
zal licht worden gestraft.
Van iemand aan wie veel gegeven is, zal ook veel gevraagd worden;
als iemand veel is toevertrouwd, zal men des te meer van hem eisen.

Verkondiging (preek)

Onlangs belde een verpleegkundige vanuit het Zorgcentrum de Egthe,
met het verzoek om een bewoner de ziekenzalving te geven.
Ze zei erbij: “De familie is al aan het waken!”

Eigenlijk is dat een prachtige uitdrukking.
Wanneer iemand erg ziek is, dan komen dierbaren om te waken.
Om ervoor te zorgen dat de zieke niet alleen is,
maar dat er een bekende hand is om vast te houden
en een bekende stem om naar te luisteren.

Ook Jezus spreekt in het Evangelie van deze dag over waken.
Hij nodigt ons uit om wakkere mensen te zijn,
die klaarstaan wanneer God hen nodig heeft
zodat Hij niet tevergeefs aanklopt op hun hart.

Waakzaam zijn, dat heeft alles te maken met je verantwoordelijk voelen.
Met het besef dat jouw leven ertoe doet,
dat jij het verschil kunt maken.
Daarom spreekt Jezus krasse taal.
Hij vraagt ons om onze verantwoordelijkheid te nemen.
Om te waken over je idealen,
zodat ze niet verloren raken.
Om tijd te besteden aan de mensen
die op jou rekenen.
Om jouw leven dienstbaar te maken
aan het grote plan dat God heeft met deze wereld.

Waakzaamheid is het tegenovergestelde van een ziekte van onze tijd.
Want steeds vaker kom je tekenen van onverschilligheid tegen.

Zo gaat de politie extra controles uitvoeren bij wegwerkzaamheden,
omdat massa’s mensen zich niets aantrekken van de maximumsnelheid
en zo het leven van wegwerkers in gevaar brengen.
Om maar een voorbeeld te noemen.

Onverschilligheid laat mensen de schouders ophalen,
waarbij ze voorbij gaan aan regels van fatsoen
en aan het welzijn van een ander.

Daarom is het goed om het Evangelie ter harte te nemen,
want daar klinkt een oproep tot waakzaamheid,
als het tegengif voor onverschilligheid.

Want waakzame mensen beseffen dat je wel degelijk het verschil kunt maken,
tussen leegte en geborgenheid,
tussen angst en veiligheid,
tussen dood en leven.

Dat weet de zieke die zijn hand kan leggen in die van een ander
zodat hij niet alleen is.
Dat weet de jongere die thuis kan komen
met al haar vragen en onzekerheden.
Of de militair die na een uitzending in Afghanistan
mensen ontmoet die hem willen begrijpen.

Waakzame mensen bouwen aan een zorgzame samenleving, waarin de een hart heeft voor de ander.

Maar wanneer mensen onverschillig zijn,
dan gaat de wereld stuk.
Dan roepen ze domme dingen:
over het eigen volk dat eerst komt
en over ontwikkelingslanden die zelf maar hun problemen moeten oplossen.

Het ergste is misschien nog wel wanneer we onverschillig naar onszelf kijken
en zeggen dat we toch niets kunnen veranderen aan deze wereld
omdat onze inzet niets uitmaakt.
Jezus spreekt dat tegen met duidelijke taal.
Je kunt niet je verantwoordelijkheid afschuiven.
Het maakt wel degelijk verschil, wat jij zegt en wat jij doet.

God heeft waakzame mensen nodig,
die zich door Hem laten roepen
om te waken over het leven van hun naaste,
alsof het om hun eigen leven ging.
Omdat ze beseffen dat God ieder van ons nodig heeft.

In het jaar 1994 werd Nelson Mandela president van Zuid Afrika.
Hij hield daarbij een redevoering, waarin hij precies daar op wijst:

Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn.
Het is ons licht, niet onze duisternis
waar we het aller-bangst voor zijn.
We vragen ons af:
Wie ben ik dat ik briljant, buitengewoon aantrekkelijk, getalenteerd en geweldig zou zijn?
Maar waarom eigenlijk niet?
Je bent toch een kind van God?
Je moet je niet kleiner voordoen dan je bent
opdat de mensen om je heen zich vooral niet onzeker zouden gaan voelen.
We zijn geboren om de luister van God uit te dragen die in ons woont.
Niet slechts in enkelen van ons, maar in ons allemaal.
Als wij ons licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om dat ook te doen.
Als wij bevrijd zijn van onze eigen angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch anderen.

Amen!

 

Bezinning (naar een tekst van Leo Tolstoi)

Een rijk man lag op sterven.
Zijn leven had hem geleerd
dat je met geld alles kunt bereiken.
‘Dat zal ook zo wel zijn aan de andere kant van het graf’,
dacht de rijke man.
En daarom zei hij tegen zijn zonen:
‘Leg een zak met goudstukken in mijn doodskist.’
Toen hij na een lange reis in de andere wereld aankwam,
had hij honger.
Hij zag een kraampje
waar een engel allerlei voedsel te koop aanbood.
‘Net wat ik dacht,’ zei de rijke man,
‘het is hier precies als in het aardse leven.
Ook hier kun je voor geld alles krijgen.
Goed dat ik wat meegenomen heb.’
Hij bestelde een maaltijd,
maar toen hij wilde betalen met een goudstuk,
werd dat door de engel afgewezen.
‘Je hebt op aarde niet veel geleerd,’ zei de engel.
‘Je kunt hier niet betalen met geld dat je bezit,
maar alleen met geld dat je hebt weggegeven.
Denk er eens over na.
Heb je in je leven ooit iets aan iemand weggegeven?
Of ooit eens iemand geholpen?’
De rijke man dacht na en hij besefte hoe arm hij had geleefd.

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey