Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Achttiende zondag door het jaar (C)
31 juli en 1 augustus 2010
 
 

Schriftlezingen:

Eerste lezing uit de brief van Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,
Als u nu met Christus ten leven bent gewekt,
zoek dan ook wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God.
Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse.
U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt,
zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Maak de aardse praktijken dood:
ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte
en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij.
En vertel elkaar geen leugens meer.
Trek de oude mens met zijn gedragingen uit,
bekleed u met de nieuwe mens,
die wordt vernieuwd tot het ware inzicht,
naar het beeld van zijn schepper.
Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood,
besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens.
Maar alles in allen is Christus.

Uit het heilig evangelie volgens Lucas

Iemand uit de menigte zei eens tegen Jezus:
"Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen."
Hij zei tegen hem:
"Wie heeft mij als scheidsrechter tussen u beiden aangesteld?"
Hij zei tegen hen:
"Pas op voor iedere vorm van hebzucht!
Ook al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet."
Hij vertelde hun een gelijkenis:
"Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht.
Hij dacht bij zichzelf: `Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.'
`Dit ga ik doen,' dacht hij,
`ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen;
dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan,
en tegen mezelf zeggen:
Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit.
Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.'
Maar God zei tegen hem:
`Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist,
en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?'
Zo vergaat het iemand
die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God."

Verkondiging (preek)

Er bestaat een oud verhaal uit India, dat vertelt over een wijze monnik.
De man leefde in alle eenvoud
en bezat nauwelijks meer dan de kleding die hij droeg.
Hij ging langs de huizen van de mensen, luisterde naar hen en gaf goede raad.
De monnik had alle tijd en de mensen beloonden hem met voedsel en met een hut die ze voor hem bouwden.

Op een nacht vraten muizen de doek op, waarmee hij zich kleedde.
De monnik vroeg om hulp aan de mensen in het dorp.
Iemand adviseerde hem: “Neem toch een kat, zodat deze de muizen weg kan jagen!”
De monnik volgde het advies op,
maar toen de kat de muizen had weggejaagd, kreeg het dier honger.
Daarom zamelde de monnik geld in, zodat hij een koe kon kopen
om melk te hebben voor zijn kat.

De koe at in één dag al het gras rond de hut op en loeide van de honger.
Nu leende de monnik geld om een stuk grond te kopen,
waarop hij de koe liet grazen.
Om zijn lening af te kunnen betalen, kocht hij nog een ander stuk land,
waar hij gewassen verbouwde om te verkopen in de stad.

Maar om die gewassen naar de markt te brengen, had hij een kar met ossen nodig.
Dus werkte hij net zolang totdat hij die kon kopen,
om zich vervolgens te realiseren dat hij een schuur nodig had voor zijn wagen en een extra stuk land voor de ossen.

Op dat moment kwam iemand in het dorp, die hem van vroeger kende.
De bezoeker zei:
“Ik zoek een wijze monnik, die hier ooit woonde
maar ik vind alleen een dwaas die nergens tijd voor heeft!”
De monnik  schrok hiervan, hij liet al zijn bezittingen achter zich
om gaandeweg weer tot zichzelf te komen.

Dit boeddhistische verhaal is al eeuwenoud,
maar eigenlijk ook heel actueel.
Het vertelt dat je voorzichtig om moet gaan met bezit,
want voordat je het weet, wordt je erdoor bezeten.

Je ziet dat telkens weer gebeuren:
hoe mensen verteerd worden door het verlangen naar méér.
De samenleving praat je voortdurend aan dat meer nodig hebt om gelukkig te zijn.
Ieder reclameblok vertelt hoe gemakkelijk het is om te lenen,
zodat je weer iets nieuws kunt kopen.
Maar het is nog maar de vraag of het je inderdaad gelukkiger zal maken,
wanneer je bezit groeit.

Ook in het Evangelie klinkt die vraag door.
Jezus vertelt over een rijke man, die lééft voor wat hij heeft.
Hij is vooral met zichzelf bezig.
In het verhaal spreekt de man vier keer over “ik” en drie keer over  “mijn”.
Hij vergaart schatten om zijn eigen huis en schuren mee te vullen,
terwijl voor zijn medemens geen ruimte meer over is.

Jezus vertelt ons dit verhaal, om iets duidelijk te maken.
Hij zegt niet dat geld en bezit per definitie slecht zijn.
Want dat is natuurlijk niet zo.
Je mag best iets bezitten en je mag genieten van datgene waarvoor je gewerkt hebt.
Maar Jezus waarschuwt ons wel:
“Pas op voor hebzucht!”
Zorg dat je niet bezeten raakt van geld, bezit en rijkdom; van carrière en aanzien.
Want hebzucht maakt mensen blind voor de noden van hun medemens
en voor wat het leven echt waardevol maakt.
Wie de wereld alleen nog ziet met de ogen van een bezitter,
vergeet  dat uiteindelijk alles gave is.

De rijke dwaas uit het verhaal vult zijn schuren met graan
en zegt tegen zichzelf: “Man jij hebt het gemaakt”.
Hij staat er niet bij stil dat je het leven niet kunt bezitten.
Want de groeikracht van het graan,
de zon en de regen, heb je niet in eigen handen.
Net zo min als je eigen levenstijd.
Wie denkt dat je de wereld kunt kopen, komt uiteindelijk bedrogen uit.

Maar wanneer je beseft dat alles gave is,
dan ga je anders om met je leven, met geld en goed,
met mensen om je heen en met heel de schepping.

De rijke uit het verhaal wordt een dwaas genoemd.
Het trieste is dat hij dénkt dat hij rijk is,
maar wanneer het erop aankomt is hij straatarm.

God biedt ons daarom een alternatief.
Want Jezus is Gods antwoord op de hebzucht van de wereld!
Hij leert ons dat wie geeft, rijker is dan wie heeft.
Bij God telt niet hoe vol je huis staat, maar hoe groot je hart is.
Wie alleen bouwt op bezit, staat uiteindelijk met lege handen.
Maar wie bouwt op vriendschap, op vertrouwen, op geloof,
die mens heeft iets om zich aan vast te houden, ook in moeilijke tijden.

Een spreekwoord zegt:
“God geeft waar hij lege handen vindt!”
Zorg daarom dat je af en toe je handen leegmaakt,
om ze te vouwen en te danken voor het goede dat je gegeven wordt.
Want wie het leven aanvaardt als een gave, zal zich rijker gaan voelen.

Zorg ook dat je handen open kunnen gaan om te delen.
Want wat je geeft aan een ander, dat raak je nooit meer kwijt:
het maakt je kostbaar in de ogen van God.
En die rijkdom is wél eeuwig.

Amen!


 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey