Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Zeventiende zondag door het jaar C
24 en 25 juli 2010
 
 

Schriftlezingen:

Eerste lezing (Genesis 18,20-32)

In die dagen zei de Heer:
“Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op!
Uitermate zwaar is hun zonde!
Ik ga naar beneden om te zien
of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep
die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten.”
Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom.
De Heer bleef echter nog bij Abraham staan.
Abraham ging naar Hem toe en zei:
“Wilt U werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen?
Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad;
zult U die dan verdelgen?
Zult U de stad geen vergiffenis schenken
omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen?
Zoiets kunt U toch niet doen:
de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!
Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners;
dat kunt U toch niet doen!
Zal Hij, die de hele aarde oordeelt, geen recht doen?”
En de Heer zei:
“Als Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind,
zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.”
Abraham begon weer en zei:
“Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken,
ofschoon ik maar stof en as ben?
Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf;
zult U dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?”
En de Heer zei: “Ik zal haar niet verwoesten als Ik er vijfenveertig vind.”
Opnieuw sprak Abraham tot Hem:
“Misschien zijn er maar veertig te vinden.”
En de Heer zei: “Ik zal het niet doen, omwille van die veertig.”
Nu zei Abraham:
“Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring;
misschien zijn er maar dertig te vinden.”
En Hij zei: “Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind.”
Abraham zei opnieuw:
“Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen;
maar misschien worden er maar twintig gevonden.”
En Hij zei: “Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die twintig.”
Abraham zei:
“Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog één keer spreek;
misschien zijn er maar tien te vinden.”
En Hij zei: “Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien.”


Tweede Lezing uit het heilig evangelie volgens Lucas

Eens was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem:
“Heer, leer ons bidden,
zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.”
Hij zei tegen hen: “Wanneer je bidt, zeg dan:
Vader,
uw naam worde geheiligd,
uw koninkrijk kome;
geef ons elke dag het nodige brood
en vergeef ons onze zonden,
want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is,
en breng ons niet in beproeving.”
Daarop zei Hij tegen hen:
“Stel dat je midden in de nacht naar een van je vrienden gaat om te vragen:
`Vriend, leen me drie broden,
want een vriend van me is na een lange reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten.’
Zou die ander daarbinnen antwoorden:
`Val me niet lastig.
De deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed.
Ik kan niet opstaan om ze je te geven?’
Welnee, hij staat op en geeft je wat je nodig hebt;
is het niet omdat je zijn vriend bent,
dan toch vanwege je vrijpostigheid.
Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden,
zoek en je zult vinden,
klop en er zal voor je worden opengedaan.
Want ieder die vraagt, krijgt;
wie zoekt, vindt;
en voor wie klopt, zal worden opengedaan.
Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt,
in plaats daarvan een slang geven?
Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
Als jullie dus, slecht als je bent,
het goede weten te geven aan je kinderen,
hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader
de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.”


Verkondiging (preek)

Een bekende Nederlandse theoloog heeft ooit een prachtige uitspraak gedaan.
Hij zei:
“Mensen zijn woorden in Gods verhaal”.

In die éne zin wordt heel veel gezegd over de Schepper en zijn schepselen.
 Wij zijn woorden in Gods verhaal!

Daarmee wordt het geloof uitgesproken dat er een Groot Verhaal bestaat,
over God die een gesprek met deze wereld aangaat.
Het brengt God heel dicht bij deze aarde
en tegelijkertijd tilt het mensen omhoog,
want je leven is er niet zomaar toevallig.
Jouw leven vraagt om een deel te worden van het oneindig verhaal dat God wil vertellen, een verhaal over grenzenloze liefde en oneindige vrede.

De eerste die dat verstond, was Abraham.
Wij hoorden over hem in de eerste Lezing.
Abraham durft vrijuit te spreken met God,
omdat hij weet dat hij deel is van het Grote Verhaal.
Abraham weet dat God de Bron is van alles goeds.

En precies zó zal ook Jezus God aanspreken,
als de Bron van alle goedheid.
Want wanneer de leerlingen vragen: “Heer, leer ons om te bidden”,
dan begint Jezus met hen duidelijk te maken,
dat zij deel uitmaken van het Grote verhaal.
Daarom leert Hij ons om te beginnen met de woorden: Onze Vader.
Want zo is God: als een Vader die er wil zijn voor al zijn kinderen,
waar zij ook wonen en hoe zij ook heten.

En dan bidt Jezus verder: Uw Naam worde geheiligd.
De naam van God is “de Rechtvaardige, de Barmhartige”
Gods naam heiligen, dat is beseffen dat ieder van ons een woord mag zijn
in het verhaal dat God ons vertelt.
We zijn niet het hele verhaal,
met ons is de geschiedenis niet begonnen en na ons zal deze niet eindigen.
Maar ons verhaal mág niet ontbreken in de geschiedenis van God,
die zonder einde is.

Gods Naam heiligen,
dat is eerbiedig met God spreken, zoals Abraham en Jezus ons dat hebben voorgedaan.
Hem aan het woord laten komen in jouw leven.

En dán mogen we verder bidden: Uw koninkrijk kome.
Het is een vraag en een belofte tegelijk.
God, laat uw koninkrijk komen,
laat het eindelijk beginnen,
die wereld waarin geen mens te klein is, maar waarin ieder gezien wordt.
We vragen om een wereld waarin vrede geboren wordt en recht gedaan.

Maar tegelijkertijd is het ook een belofte van onze kant: Uw koninkrijk kome!
Wanneer je zo bidt, dan beloof je dat je een woord wilt zijn
in het verhaal dat God wil vertellen.
Je belooft dat er door jouw leven vrede zal groeien en je rechte wegen zult gaan.

Een vraag en een belofte, dat is eigenlijk ook de rest van het Onze Vader.
We vragen om dagelijks brood en de vergeving van de zonden.
Maar de postzegel op dat gebed is ónze bereidheid om zelf het brood te delen
en vergeving te schenken.

Mensen zijn woorden in Gods verhaal.
Dat drukt het gebed uit dat Jezus ons gegeven heeft.
Vaak bidden wij dat gebed zonder er veel bij na te denken.
Maar wanneer je erbij stilstaat,
dan worden oude woorden ineens levensecht.
Dat besefte ook een abt uit een trappistenklooster,
die God als volgt bedankte voor het Onze Vader:

God,
U gedenken wij dankbaar.
Gij zijt onze oorsprong en onze bestemming.
Dat willen wij ons te binnen roepen,
telkens weer.
Wij willen ons bewust worden tot in onze diepste kern,
wie Gij voor ons zijt.
In dankend gedenken
herhalen wij de woorden
die Jezus ons geschonken heeft.
Woorden van leven,
woorden geladen met kracht,
woorden die ons binnenvoeren,
in het diepste Geheim van ons bestaan,
dat wij kind aan huis mogen zijn bij U.

Amen!

 

 

 

 

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey