Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Twaalfde zondag door het jaar (C)
19 en 20 juni 2010
 
 

Schriftlezingen:

Eerste lezing Uit de brief van de apostel Paulus aan de Galaten:

Broeders en zusters,
U bent allemaal kinderen van God
door het geloof, in Christus Jezus.
Want allemaal bent u in Christus gedoopt,
met Christus bekleed.
Er is geen Jood of Griek meer,
er is geen slaaf of vrije,
het is niet man en vrouw:
u bent allemaal één in Christus Jezus.
Maar als u bij Christus hoort,
dan bent u ook nageslacht van Abraham,
erfgenamen overeenkomstig de belofte.

Lezing uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas:

Eens was Jezus aan het bidden, alleen zijn leerlingen waren bij Hem.
Hij stelde hun de vraag:
“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”
Zij antwoordden Hem:
“Johannes de Doper, volgens anderen Elia,
en weer anderen zeggen dat een van de oude profeten is opgestaan.”
Daarop zei Hij hun:
“En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”
Petrus antwoordde:
“De Messias van God.”
Hij verbood hun echter nadrukkelijk hierover met iemand te praten
en zei:
“De Mensenzoon moet veel lijden,
Hij moet door de oudsten,
hogepriesters en schriftgeleerden worden verworpen
en ter dood gebracht;
en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.”
Met het oog op allen zei Hij:
“Als iemand achter Mij aan wil komen,
laat hij dan met zichzelf breken,
dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen,
maar wie zijn leven om Mij verliest, die zal het redden.“

Verkondiging (preek):

Wanneer je kruiswoordpuzzels invult,
dan kom je regelmatig dezelfde vragen tegen.
Bijvoorbeeld: “Een Egyptische heerser van vijf letters”.
Een geoefende puzzelaar hoeft daar niet lang over na te denken
en zal meteen “Farao” invullen.

Ook het leven lijkt wel eens op een puzzel.
Soms is je leven helder en duidelijk, dan gaat het je voor de wind.
Maar soms kan het ook moeilijk zijn om je leven te snappen.
Wanneer je tegenslag hebt,
wanneer ziekte of verlies je leven raken.
Dan kan het gebeuren dat alle antwoorden die je had,
ineens niet meer passen in de puzzel van je leven.
Dan moet je opnieuw zoeken naar grond onder je voeten.

De leerlingen van Jezus hebben van dichtbij ervaren,
hoe Jezus mensen daarin nabij was.
Hij bracht vrede, genezing, hoop.
In Hem werden de oude dromen van de Bijbel waar:
door Hem raakt Gods Woord het hart van mensen.

Wanneer je leven er als een puzzel uitzag,
dan vond je bij Hem de antwoorden die je zocht.
Want wie vroeg: “Waar is God?”,
die hoefde maar naar Jezus te kijken, om God op het spoor te komen.
Wie vroeg: “Wie ben ik?”,
die hoorde uit zijn mond dat ieder mens ten diepste kind van God is.

Maar vandaag draait Jezus de zaak om.
Nu is Hij degene die een vraag stelt aan zijn leerlingen.
“Wie zeggen de mensen dat ik ben?“

De apostelen vullen snel de puzzel in:

• Jezus lijkt op Johannes de Doper, die een nieuwe levenswijze verkondigde.
• Ook lijkt Hij op Elia, die gevoelig was voor Gods nabijheid.
• Hij lijkt op een van de oude profeten,
op Mozes die bevrijdde, of op Jesaja die hoop wist te geven.

Het zijn de vaste antwoorden, waarmee de apostelen als geoefende puzzelaars komen aanzetten.
Opvallend genoeg zegt Jezus niet of het goede antwoord erbij zit.
Wie Jezus is, dat is niet te vangen in woorden die je opdreunt …
al zijn ze nog zo eerbiedwaardig.

Daarom stelt Jezus nóg een vraag.
“Maar jullie … wie zeggen jullie dat Ik ben?”
Die vraag komt een stuk dichterbij,
daarop kun je geen standaardantwoord geven.
“Wie zeg jij dat Ik ben?
Wat beteken Ik voor jou?
Hoe heb ik jouw leven geraakt?”

Zo een persoonlijke vraag, vraagt een persoonlijk antwoord.
Petrus heeft het in de gaten en roept uit:
“U bent de Messias, de gezalfde van God!”
Want zo heeft hij Jezus ervaren.
Als de door God Gezondene.
Als zalf in de wonden van de wereld.
Als degene die de hemel verbindt met de aarde.
Als Iemand door wie God hem aankijkt.

Het is opvallend dat Jezus zijn leerlingen verbiedt
om over dit prachtig antwoord te praten.
Wie Jezus wil begrijpen mag geen standaardantwoorden geven.
Hij is geen deel van een catechismusvraag.
Hij is een levende werkelijkheid.
Je kunt Jezus nooit helemaal begrijpen,
maar je kunt Hem wel helemaal ontmoeten.

Geloven in Jezus moet een beweging zijn:
vanuit jouw wezen naar Jezus toe.
Dán pas zeg je wezenlijke dingen.

Al tweeduizend jaar klinken de beide vragen van Jezus.
“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?
En wie zeg jij dat Ik ben?”

Op die eerste vraag zijn vele antwoorden geformuleerd.
“Wie zeggen de mensen dat Jezus is?”
Hij is God-met-ons én mens-tussen-de-mensen.
Hij is koning én dienaar.
Hij is de lijdende Heer die sterft aan het kruis
én Hij is de verrezen Christus.
Zo vertelt de kerk over Jezus,
waarbij we soms benadrukken hoe Goddelijk verheven Hij is
en soms hoe eenvoudig nabij.
Telkens weer wordt de Bijbel bestudeerd om het antwoord te zoeken
op de vraag: “Wie zeggen de mensen dat Jezus is?”
Het heeft zin, want door die vraag wordt zijn verhaal telkens weer ontdekt
en doorgegeven.

Maar ook is er nog steeds die tweede vraag van Jezus:
“Wie zeg jij dat Ik ben? Welke plaats heb Ik in jouw leven?”

Noem je Hem “de gezalfde”, zoals Petrus dat deed?
Dan zal Hij jou vragen om aan zijn koninkrijk te bouwen.

Noem je Hem  “profeet”,
dan zal Hij je vragen om het onrecht bij de naam te noemen.

Noem je Hem “Verlosser”,
dan zal Hij je uitnodigen om je leven in zijn Handen te leggen,
zodat Hij je los kan maken van je angst en kleinheid.

Noem je Hem de “broeder van alle mensen”,
dan zal Hij je vragen om als een broer of zus te zijn
voor mensen om je heen,
ongeacht hun huidskleur of afkomst.

“Wie zeg jij dat Ik ben?”
Die vraag stelde Jezus aan zijn leerlingen.
Petrus was haantje de voorste om zijn antwoord te geven
maar er zouden nog ontelbaar veel antwoorden volgen.
En dat is goed zo.
Want zo blijft Jezus wie Hij is …
groter dan wij kunnen denken en toch rakelings nabij.

“Wie zeg jij dat Ik ben?”
Die vraag stelt Jezus ook aan ons.
Misschien heb je al een antwoord gevonden,
wellicht heb je er nog tijd voor nodig.
De puzzel zal gaan passen,
wanneer je ontdekt hoe God je aankijkt door Jezus.

Want wie zichzelf in Hem verliest,
zal gered worden.

Amen!

Voorbede:

Pr. Eeuwige God,
 U bent hoog verheven, maar ook zo nabij,
 Daarom durven wij tot U te bidden:

Le. Maak ons eerbiedig voor het geheim van ons geloof:
  Dat wij U niet kunnen vastpakken,
  maar dat U zich aan ons kunt openbaren.
  Laat ons bidden …

Le. Maak ons oprecht in ons geloven:
  dat ons leven tot een zoektocht wordt
  waarin U aan het woord kunt komen
  zonder dat wij U willen overstemmen.
  Laat ons bidden …

Le. Maak ons bescheiden in ons geloven:
  dat wij niet de waarheid opeisen,
  maar reisgenoten worden
  van de velen die naar U toeleven.
  Laat ons bidden …

Pr. Intenties (…)
  Laat ons bidden …

Pr. Zo bidden wij
 door Jezus Christus,
 in Wie U ons aanziet,
 God van tijd en eeuwigheid.
 Amen.
 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey