Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Zesde zondag door het jaar (C)
13 en 14 februari 2010
 
 

Schriftlezing:

Uit het heilig evangelie volgens Lucas

Samen met de twaalf apostelen daalde Jezus af naar een vlak terrein.
Daar waren zijn leerlingen, in groten getale,
en een grote volksmenigte uit heel het Joodse land en Jeruzalem,
en uit het kustgebied van Tyrus en Sidon.
Hij richtte het oog op zijn leerlingen en zei:

"Gelukkig de armen,
voor jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig die nu honger hebben,
jullie zullen volop te eten hebben.
Gelukkig die nu huilen, jullie zullen lachen.
Gelukkig zijn jullie als de mensen je haten,
als ze je buitensluiten en beschimpen
en je naam door het slijk halen omwille van de Mensenzoon;
dans die dag van blijdschap,
want, vergeet niet, in de hemel wacht jullie een rijke beloning.
Hetzelfde deden hun voorvaders immers met de profeten.
Maar wee jullie, rijken, je hebt je troost al binnen.
Wee jullie die nu voldaan zijn,
je zult honger hebben.
Wee die nu lachen,
jullie zullen rouwen en huilen.
Wee als alle mensen lovend over je spreken.
Hetzelfde deden hun voorvaders immers met de valse profeten."

Verkondiging (preek)

Soms zeggen wij dat iets “zalig” is.
Zelfgetrokken kippensoep bijvoorbeeld, kan “zalig” smaken.
En het kan “zalig” zijn om een paar dagen vrij te zijn.
Het heeft kennelijk te maken met iets dat goed doet.

Ook Jezus gebruikt vandaag het woord zalig,
terwijl hij goed kijkt naar de mensen die Hem gevolgd zijn.
Ze zijn gekomen vanuit alle windstreken, om minstens één goed woord te horen uit de mond van Jezus.
De armen en de zieken zitten aan de voeten van Jezus.
De mensen die worden uitgespuugd door de samenleving.
De tobbers en de zoekers.
De mensen die hongeren naar warmte en liefde,
degenen die achter hun rug worden nagewezen en veroordeeld.

Zij hopen dat er in de toespraak van Jezus minstens één woord zal zijn,
dat voor hen bestemd is.
En ze zijn niet voor niets gekomen.
Want dat ene woord is er.
Jezus kijkt hen aan en zegt:

Ik heb een goed woord voor jou ... voor jou ... en voor jou.
Je bent zalig!

Zalig jij, die arm bent.
En jij, die huilt.
Zalig ben jij, die buitengesloten wordt
en niet te vergeten jij, die door het slijk wordt gehaald.

Dat woord zalig betekent, dat God je ziet.
Je bent bijzonder in zijn ogen.
Hij wil niets liever, dan dat je te eten hebt en weer zult leren lachen.
Hij zal jouw naam hooghouden,
ook wanneer anderen je in de grond trappen.

En dan kijkt Jezus de andere kant op.
Want de armoede, het verdriet en het onrecht hebben een keerzijde.
Doordat de een niet genoeg kan krijgen van bezit,
is er te weinig voor de ander.
Doordat de een kwetst,
heeft de ander verdriet.
Door de verheven houding van de een,
wordt een ander zwart gemaakt.

Jezus maakt dat glashelder in het Evangelie.
Je kunt niet alles op het bordje van God leggen
en Hem vragen om alles op te lossen.
Want God ziet dat de arme en gekwetste mens
niet arm of gekwetst hoeft te worden
wanneer de rijke en machtige mens dat ook maar in wil zien.

Voor wie bewust de andere kant opkijken,
heeft Jezus ook één woord.
Zij worden niet zalig gesproken; voor hen is er het woord “wee”.
Wee de mens die niet kan delen.
Wee de mens die de spot drijft met een ander.
Wee degene die een ander stuk wil maken.
Want zo een mens plaatst zichzelf buiten het blikveld van God.

Vandaag zijn wij naar hier gekomen,
net zoals die menigte van lang geleden.
Om een woord op te vangen, dat voor ons bestemd is.
Laten we in Godsnaam aan Jezus de kans geven om ons zalig te noemen.

Zalig ben je,
wanneer je lijdt om het lijden van deze wereld,
want dan hoor je thuis bij God.

Zalig ben je,
wanneer je opkomt voor het recht van een ander,
want je zult hoop schenken.

Zalig ben je,
wanneer je niet onverschillig in het leven staat,
want je zult troost kunnen brengen.
 
Zalig ben je,
wanneer je een mild mens bent,
want je zult het beloofde land bezitten.

Zalig ben je,
wanneer je geniet van het geluk van anderen,
want je zult vreugde vergroten.

Zalig ben je,
wanneer je durft te vergeven,
want je zult genadig worden behandeld.

Zalig ben je,
wanneer je hart ongecompliceerd is,
want je zult God zien.

Zalig ben je,
wanneer je vrede sticht,
want God zal je zijn kind noemen.

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey