Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Bidden in deze tijd
 
 

Volgens Bartje of Brammetje?

Een van de meest iconische uitspraken uit een Nederlandse film 
werd gedaan door Bartje, een Drents jongetje uit vervlogen tijden. 
Wanneer alweer bruine bonen op het menu staan, verzucht hij: 
“Ik bid nie veur brune bonen”. 

Het is een eerlijke uitspraak, want hoe kun je bidden voor iets 
waar je een hekel aan hebt gekregen? 
Wanneer ik mijn handen vouw om te bidden, 
dan voel ik me steeds vaker zoals Bartje. 
Al ruim een jaar wordt dagelijks gebeden om verlossing van het coronavirus. 
Dat begint zwaar te vallen, niet vanwege de lange tijd, 
maar vanwege het ongeduld en de onverschilligheid van velen 
in onze samenleving. 
Soms sta ik beschaamd tegenover God. 
Hoe kunnen wij Hem vragen om verlossing van dit virus, 
terwijl zovelen de eenvoudige dagelijkse regels aan hun laars lappen. 
Het kabinet maakte versoepelingen bekend 
en bij velen gingen meteen alle remmen los. 
Mondkapjes verdwenen van de ene dag op de andere, 
zonder na te denken waarvoor die bescherming dient. 
Wie nu met een mondkapje naar de winkel gaat, wordt daar soms op aangesproken. 
Het oplopende aantal besmettingen kunnen we niet geheel 
in de schoenen van onze regeringsleiders schuiven; 
wij hebben immers ook ons eigen gezond verstand 
en onze eigen verantwoordelijkheid. 

De snelle ontwikkeling van vaccins lijkt een gebedsverhoring, 
maar intussen worden grote delen van de wereld vergeten. 
Het coronavirus begint steeds meer om zich heen te grijpen in Afrika, 
waar nog nauwelijks gevaccineerd is. 
Dat bericht maakt op de meesten nauwelijks meer indruk dan het weerbericht van vandaag, dat morgen alweer vergeten is.

Wanneer het moeilijk valt om nog voor onze samenleving te bidden, 
dan denk ik soms aan Abraham. 
Hij is de aartsvader van allen die in God geloven; 
maar Abraham kon het opbrengen om ook te bidden voor degenen 
die van God verwijderd waren. 
In de steden Sodom en Gomorra hadden de mensen geen oog voor elkaar, 
zij stilden hun eigen lust en leefden voor zichzelf. 
Dan hoort Abraham dat God die steden gaat verwoesten. 
Je zou verwachten dat de aartsvader in zijn handen klapt, 
maar het tegendeel is waar. Abraham wordt hun voorspreker: 
“Als er nu eens vijftig rechtvaardigen wonen, zult U dan niet dat volk sparen?” 
En God stemt toe, ook wanneer Abraham afdingt. 
Zelfs al zijn er maar tien rechtvaardigen, dan zal de stad gespaard worden. 

Soms zou ik net zoals Bartje willen staken met bidden, 
maar dan trekt Abraham me toch weer over de streep om vol te houden. 
Uiteindelijk is het oordeel aan God en kunnen wij alleen bidden: 
“Uw wil geschiede”.

Sodom en Gomorra zijn trouwens ten onder gegaan, 
omdat er niet genoeg rechtvaardigen te vinden waren. 
Hopelijk zal het ons beter vergaan.

Pastoor Bert Mom.

 

        
 
 
2021 Parochie Pey