Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Tweede Zondag van de Advent (C)
5 en 6 december 2009
 
 

Schriftlezing uit het Evangelie volgens Lucas:

In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius,
toen Pontius Pilatus gouverneur was van Judea,
Herodes tetrarch van Galilea,
zijn broer Filippus tetrarch van de landstreek Iturea en Trachonitis,
Lysanias tetrarch van Abilene,
en Annas en Kajafas hogepriester,
toen kwam het woord van God tot Johannes,
de zoon van Zacharias, in de woestijn.
En hij ging overal in de Jordaanstreek een doop van bekering verkondigen tot vergeving van zonden,
zoals geschreven staat in het boek van de woorden van de profeet Jesaja:
Een stem roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht;
elk dal zal worden opgevuld,
elke berg en heuvel geslecht;
bochtige wegen worden recht,
oneffen paden vlak;
en alle mensen zullen de redding zien die van God komt.

Verkondiging (preek):

Het Evangelie van vandaag begon met de namen van de groten der aarde.
In onze tijd zou het ongeveer zo klinken:

Toen Barak Obama president was in de Verenigde Staten
en Putin nog steeds de scepter zwaaide in Rusland,
in het jaar dat Merkel opnieuw leiding gaf aan Duitsland
en Beatrix koningin der Nederlanden was,
onder het pontificaat van Benedictus de zestiende,
toen kwam het woord van God
over Jan die de stilte zocht in het Kranenbroek.

Lucas begint zijn Evangelie met een opsomming van de groten der aarde,
van keizer tot landvoogd, van gouverneur tot hogepriester.
Het lijkt weer zo een verhaal te worden waarin zij in het middelpunt staan,
zoals zo vaak de machtigen in het voetlicht treden.
Maar dan blijkt dat al die machtigen slechts toeschouwers zijn
en dat iemand anders een hoofdrol speelt.
Want in het verhaal van God zijn het niet de groten die het voor het zeggen hebben.
Het is een profeet die het hoogste woord voert.
Een zekere Jan,
die Johannes de Doper wordt genoemd.
Bij hem komt God aan het Woord.

Johannes leeft aan de rand van de woestijn.
Ver weg van alle bolwerken van macht.
Hij ziet niets in een wereld van valse schijn,
waarin de machtigen elkaars kruiwagen zijn
en woorden vaak zo onbetrouwbaar blijken.

Herodus, de koning van het land had zijn ziel verkocht aan de Romeinen
en danste naar de pijpen van de keizer.

De hogepriesters dachten meer aan hun eigen toekomst,
dan aan die van hun volk.

En Jan in de woestijn?
Die keert dat alles de rug toe.
Hij leeft in de woestijn, waar ooit zijn voorouders de vrijheid hadden gevonden.
Want onderweg van Egypte naar het Beloofde Land,
midden in de woestijn,
stond het volk dichter bij God,
dan in de tempel met zijn goud en zilver.

Johannes wil terug naar dat goede begin.
Hij wil de tien geboden in zijn eigen hart beitelen.
Heb God lief,
eer je naaste,
steel niet van een ander,
wees niet jaloers,
maar de relatie van een ander niet stuk,
heb eerbied voor ouders.

In zo iemand kan het verhaal van God klinken.
Meer dan in de keizer en de koning,
dan in de gouverneur en de hogepriester van die tijd.

Johannes geeft het verhaal van God terug aan het volk.
Wil je de wereld van God zien groeien …
kijk dan niet teveel naar boven,
laat het niet afhangen van wat machtigen doen, maar begin zčlf.

De bijbel zegt het als volgt:
“Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht;
elk dal zal worden opgevuld, elke berg en heuvel geslecht;
bochtige wegen worden recht,  oneffen paden vlak”
Wij zouden zeggen:
Graaf de bergen van egoďsme af.
Vul de dalen van moedeloosheid met hoop.
Praat wat krom is niet recht, maar ga oprechte wegen.

Het Evangelie van Lucas begint met een uitdaging.
Gods verhaal begint niet bovenaan, in het centrum van de macht,
maar dichtbij, in je eigen leven.
In Johannes uit de woestijn,
in een man, een vrouw of een kind,
uit Maria Hoop, Koningsbosch of Pey
en in zoveel andere gewone mensen,
die oprecht verlangen om het goede te doen.
Die het dagelijks leven heiligen met hun liefde,
die geloven met twee voeten op de grond,
en hoop weten te brengen naar hun naaste.

Geloof maar dat Gods Grote Verhaal zo dichtbij kan beginnen.
Het is al eens gebeurd,
in een uithoek van de wereld, in een stal,
waar een dorpsmeisje en een timmerman
de toekomst van heel de wereld werd toevertrouwd.

Amen!

 

Een gebed in de Advent

In de drukte van deze dagen voor Kerstmis,
raak ik uw spoor wel eens kwijt, God.
Daarom wil ik U vragen
dat U mij een woestijn van stilte aanwijst
waar ik uw woord klaar en duidelijk kan horen
en waar ik me opnieuw gezonden weet
om bergen van ongelijkheid tot op de grond af te graven
en bochtige wegen van onrecht recht te maken.
Laat mij geloven
dat U ook in mij Mens wil worden
en dat daarin mijn bevrijding ligt.

 


 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey