Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Allerzielen
1 november 2009
 
 

Tijdens de Allerzielenviering op zondagmiddag, werden met name de overledenen herdacht die sinds Allerzielen vorig jaar van ons zijn heengegaan. Hun namen klonken in de kerk, terwijl telkens een kaarsje werd aangestoken. In deze Viering hebben we gebeden en gezongen en er werd een gedachtenisprentje uitgereikt. Aan het einde van de Allerzielenviering, ontvingen de families van een overledene een witte roos, om op het graf te leggen, of thuis bij een foto. Tijdens de Allerzielenviering klonken ook enkele woorden ter overweging.

Enkele woorden ter overweging:

Er bestaat een Joods spreekwoord, dat luidt als volgt:

“Er zijn niet miljarden mensen op aarde,
maar er is miljarden keren één mens!”

Dat spreekwoord raakt de kern waarop in de Joods-Christelijke traditie
naar mensen gekeken wordt.
Er zijn niet miljarden mensen op aarde,
maar er is miljarden keren één mens op aarde.

Je bent niet zomaar toevallig op aarde.
Je bent niet slechts een zucht in de eeuwigheid
en ook geen stofje in het heelal.

Nee, je hebt een naam en een gezicht,
je bent bedoeld door de Schepper,
je wordt gekend en bemind.

Het is dát geloof,
waardoor we het leven van een pasgeborene vieren
tijdens een doop.

Het is dat geloof,
waardoor twee geliefden elkaars namen leggen in de Naam van God
tijdens een huwelijksviering.

En het is ook dat geloof,
waardoor we de namen van onze overledenen blijven noemen,
zoals we dat vandaag doen.
Omdat ieder van die overledenen een uniek persoon is geweest.
Zo gedenken wij in deze Allerzielendienst geen 46 overledenen,
maar we gedenken 46 keer één overledene.

Tijdens het noemen van de namen merkte je het wellicht opnieuw,
hoeveel een naam kan oproepen.
Het doet pijn om de naam van je dierbare te horen,
omdat je hem of haar zo mist.
Tegelijk doet het ook goed, om te spreken over je dierbare,
omdat die ander zo bij je blijft, in gedachten, in je hart.

Bij iedere naam die geklonken heeft, hoorde een eigen verhaal.
De een was nog zo jong, de ander rijk van jaren.
De een was ziek, zodat je naar het afscheid bent gegroeid.
Terwijl een ander zo onverwacht heenging,
dat je nog zoveel had willen zeggen.

Het is vreemd, maar waar.
Wanneer je afscheid moet nemen, dan besef je meer dan ooit hoe bijzonder die ander was.
De leegte die iemand achterlaat,
vertelt over de volheid die hij of zij hier gebracht heeft.

We gedenken niet 46 overledenen van het afgelopen jaar
en zovelen meer die eerder overleden.
Nee, we gedenken 46 keer één overledene
en zoveel keren meer iemand die eerder overleed.

De Bijbel vertelt ons, dat ook God zo kijkt naar zijn mensen.
In een Psalmgebed wordt dat prachtig verwoord …

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
met al mijn wegen bent U vertrouwd
en mijn woorden zijn U bekend.
Klim ik op naar de hemel, dan tref ik U daar aan.
Daal ik af naar het dodenrijk, dan wacht U daar op mij.
U maakt het donker licht als de dag,
de duisternis stralend als het Licht.
U was het die mij vormde in de schoot van mijn moeder,
daarom is mijn wezen voor U geen geheim.
Doorgrond mij, God, peil mijn hart
en leid mij over de weg die eeuwig is.

Voor God waren er geen 46 overledenen in onze parochie,
maar 46 keer één mens die Hij kende
en zal leiden over de weg die eeuwig is.

Zoals het gedicht op het gedachtenisprentje het verwoordt:

De mensen van voorbij,
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij,
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij,
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij.

Amen!

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey