Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
22ste zondag door het jaar A
29 en 30 augustus 2020
 
 

Verkondiging:

Een verpleegkundige op de intensive care
heeft het soms helemaal gehad 
met de druk van het werk
en het ontbreken van waardering.
Zij roept soms “Ik ga iets anders doen”.
Maar tóch gaat zij door.
Omdat ze weet dat ze nodig is
en ze uiteindelijk niet anders kán, 
dan anderen helpen.

Een vrijwilliger in de parochie
wordt soms voor gek verklaard,
omdat hij zoveel uren besteedt,
zonder ervoor betaald te worden.
Maar tóch gaat hij door,
omdat de parochie hem lief is
en hij eigenlijk niet anders kán, 
dan zijn schouders eronder zetten.

Soms is het inderdaad alsof je iets móet doen,
niet omdat een ander het je zegt,
maar omdat je hart dat influistert.
Omdat je houdt van je werk,
van mensen, van je gemeenschap.
Alsof je wordt aangevuurd:
“Houd vol, iemand moet het toch doen … het is goed óm het te doen”.

Lang geleden heeft ook de profeet Jeremia dat ervaren.
Hij werd door God geroepen
om zijn volk toe te spreken in een moeilijke tijd.
Het Joodse liet zich leiden door angst
en niet door vertrouwen.
Ze lieten hun geloof verwaaien
en zochten hun heil door een verbond met Egypte.

Jeremia komt aanzetten met een juk op zijn schouders
en roept:
“Zo zal het ook jullie vergaan,
je plaatst jezelf onder het juk
van andere volken
en van afgoden”.
De mensen lachen Jeremia uit:
“Daar komt hij weer, de onheilsprofeet”.

Jeremia heeft al zo vaak op het punt gestaan,
om alles erbij neer te gooien.
En toch blijft hij spreken,
getuigen, roepen, 
omdat hij niet ander kan.
Zo hoorden wij hem spreken in de eerste lezing:
“Wanneer ik niet meer wil spreken in Gods Naam,
dan laait een vuur op in mijn hart,
ik probeer het te doven, maar dat lukt me niet.”

Jeremia beschrijft prachtig,
hoe mensen bewogen worden,
om voorbij alle vermoeidheid en teleurstelling
door te gaan met wat hen bezielt.
Het is haast groter dan jezelf bent.
Een bezieling waarin God woont.

Als je dat beseft,
dan krijg je de kracht om te blijven zorgen,
om te dienen, om tegen de stroom in te gaan
en te doen wat gedaan moet worden.

De verpleegkundige op de intensive care,
de vrijwilliger in de parochie
en zoveel anderen herkennen dat vast en zeker.
Je verstand zegt soms dat je beter kunt stoppen,
maar je hart en je passie zeggen
dat toch iemand het moet doen, dat je nodig bent.
Wie dat vuur in zichzelf brandend houdt,
kan warmte geven,
ook in een kille tijd.

Wie zich laat leiden door bezieling,
wordt een bezield mens
en zal daar uiteindelijk voldoening in vinden.

En ben je het soms moe,
denk dan aan Degene die dat vuur
in jou heeft aangestoken.
Hij is het nog steeds niet moe.
Hij ziet het in jou
en hoopt dat jij het ook gaat zien.
Dat deze wereld mensen nodig heeft,
die het niet op kúnnen geven.

Kardinaal Martini zette zich een leven lang in
voor een meer oprechte kerk
en een wereld naar Gods hart.
Soms was hij net zo moe als de profeet Jeremia.
Maar op zijn sterfbed sprak hij in 2012 deze woorden:

De goede mensen die mij omringen maken het mogelijk 
dat ik liefde ervaar. 
Die liefde is sterker dan het gevoel van ontmoediging 
dat ik soms ervaar.
Enkel liefde overwint vermoeidheid. 
God is Liefde.

Houd het vuur in jezelf brandend, uit liefde!

Amen!

 

        
 
 
2021 Parochie Pey