Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Twaalfde zondag door het jaar A
20 en 21 juni 2020
 
 

Schriftlezing:

De overweging is gebaseerd op de eerste lezing uit de profeet Jeremia 20, 10-13

Overweging:

Soms is het moeilijk om te bidden voor de wereld om je heen.
Jeremia heeft dat ervaren,
toen hij geroepen werd om profeet te zijn.
Het was een moeilijke tijd,
waarin het Joodse volk met de ondergang bedreigd werd.
De Babyloniërs kregen steeds meer macht.
Jeremia roept zijn volk op, om te vertrouwen op God.
Om recht te doen aan de kleinen en zwakken,
want wanneer het hen goed gaat,
dan wordt een volk innerlijk sterk
en kan het elke vijand aan.

Maar de koning en het volk vertrouwen meer
op de macht van Egypte, op de wapens van de Farao
en vreemde goden.
Ze luisteren niet naar Jeremia,
ze lachen de profeet uit
en gaan in hun dwaasheid de ondergang tegemoet,
stukgewreven tussen de grootmachten van die tijd.

Jeremia wil zwijgen,
maar hij kan het niet laten om te spreken.
Hij heeft het gehad met zijn volk
en toch gaat dat volk hem ter harte.
Hij zou ze willen vervloeken
en brengt ze toch weer biddend bij God.

Die ervaring van Jeremia, duizenden jaren geleden,
kun je ook in onze tijd hebben.
We leven in een wereld waarin Corona dreigt.
Als een vijand viel de ziekte ons land binnen.
Even was er een opleving aan menselijkheid.
Er werd geklapt voor zorgverleners,
omgezien naar elkaar, afstand gehouden uit naastenliefde.

Maar net zoals het volk van lang geleden,
regeert nu op heel veel plaatsen weer de onverschilligheid.
Je moet soms slaommend over straat gaan,
om veilige afstand te houden.
De zorg voor anderen verflauwt.
Kwetsbare mensen worden inmiddels vaak weer vergeten.

Ik weet niet hoe het u vergaat,
maar ik vind het soms best moeilijk
om voor onze samenleving te bidden.
Dan schaam ik me tegenover God.

Hoe kunnen we bidden:
“Heer bevrijdt ons van deze ziekte”,
terwijl we steeds minder zorg tonen voor onze naaste.

Hoe kunnen we vragen:
“Verlos ons van de droogte”,
terwijl in de droge tijd de zwembadjes massaal gevuld worden
ondanks het verzoek om dat niet te doen.

Soms is het moeilijk om voor je volk te bidden.
Dat heeft Jeremia ervaren.
En toch kon hij het niet laten.
Hij bleef bidden, waarschuwen, roepen, zuchten.
God koos niet voor niets deze man als profeet.

Laten we ons aan zijn voorbeeld vasthouden.
Door in deze oppervlakkige samenleving
te bidden voor wie de schouders ophalen.
Door zorgvuldig om te gaan met elkaar,
ook al verklaren anderen ons voor gek.

Soms zou je misschien naast Jona willen gaan zitten,
die helemaal klaar was was de mensheid
en wachtte tot God er voorgoed een streep onder zou zetten.

Maar dan sta je toch weer naast Abraham,
die God vroeg om de mensen te sparen
omwille van degenen die wel rechtvaardig leven.
Goddank zijn er ook in onze wereld mensen
die oprecht zorgen, liefhebben en omzien naar anderen.
Zij geven hoop
en scheppen toekomst.

Dan kun je ineens weer van harte bidden:

God, maak ons hoopvol als Abraham,
dat we blijven geloven in het goede in mensen.

Maak ons weerbarstig als Jeremia,
dat we blijven zoeken naar uw waarheid.

Maak ons liefdevol als Jezus,
dat we de angst overwinnen
en getuigen van Hem
die Licht en Leven is.

Amen!








 

        
 
 
2020 Parochie Pey