Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Zesde Zondag door het jaar B
10 en 11 februari 2018
 
 

Schriftlezingen:

Leviticus 13, 1-2.2-45-46
Evangelie volgens Marcus 1, 40-45

Verkondiging (preek):

Onlangs stond in de krant een artikel over kinderen,
die in armoede opgroeien.
Vaak gebeurt dat stil en verborgen.
Leerkrachten merken het, doordat kinderen zomerkleding dragen in de winter.
En vooral doordat sommige kinderen nooit meedoen
aan buitenschoolse activiteiten.
Geen muziekles, geen schoolreisje.
Ook geen lid van een vereniging of een sportclub.
Gewoon omdat het geld daarvoor ontbreekt.
Soms zoeken meesters of juffen wegen om die kinderen
toch die belangrijke ervaringen te gunnen.
Zoals een van hen zei:
“Het kan voor een kind een wereld van verschil maken,
om mee te kunnen doen,
en niet buitengesloten te worden!”

Hoe het voelt om aan de kant te staan,
heeft zeker ook de man ervaren die vandaag op Jezus’ weg komt.
De man is melaats.
Hij heeft een ziekte die lichaam tekent.
Maar vooral voelt hij elke dag weer het isolement.
In die tijd werden melaatsen buiten de samenleving geplaatst,
om te voorkomen dat zij anderen zouden besmetten.
De melaatse man mocht niet in steden en dorpen komen.
Hij was niet welkom op markten en in gebedshuizen.
Met je verstand kun je dat begrijpen,
maar het hart van die melaatse was er zeker door gewond.

En dan komt er iemand op zijn weg, die ánders naar hem kijkt.
Jezus haalt de man uit zijn isolement.
Hij spreekt hem aan, luistert naar zijn vraag
en steekt zijn hand uit om door de eenzaamheid te breken.
Jezus geeft de man een toekomst.
Hij geneest zijn lichaam, Hij geneest zijn ziel
en plaatst hem midden in de samenleving.
“Ga en laat zien dat je genezen bent!”
Het is een ervaring waarmee de man verder kan.
Overal vertelt hij over Jezus en hoeveel goeds hem is overkomen.

Het maakt vaak al een wereld van verschil,
wanneer je niet aan de kant hoeft te staan.
Wanneer je meetelt, gezien en gehoord wordt.
Dat weten leerkrachten, die kansarme kinderen uit hun isolement halen.
Dat wist Jezus, die een zieke man midden in het leven plaatste.
Maar dat weten ook degenen die een echt Vastelaoveshart hebben.
Want het mooie van Carnaval vieren is, dat iedereen kan aansluiten.
Of je nu boven op een grote wagen staat, of Einzelgänger bent,
in de optocht is er een plaats voor je.
Of je nu sjiek verkleed bent, of een tafelkleed en een hoedje draagt,
je kunt evenveel plezier beleven.
Een prachtig voorbeeld van de kracht van Carnaval is de Viering in Verzorgingshuis de Egthe.
Een prins en een raad samengesteld uit bewoners.
De een met een rollator, de ander met een rolstoel,
onderweg in een schuifel-polonaise.
Ook wanneer je oud bent of hulp nodig hebt, kun je meedoen
en zelfs voorop lopen.

Geloven lijkt wel een optocht,
die al eeuwen lang trekt door de straten van onze wereld.
Je mag aansluiten, niemand hoeft aan de kant te blijven staan,
welke kleur je huid ook heeft, of ziek bent of gezond, arm of rijk.

Er trekt een stoet door de tijden,
van Gods Volk, steeds onderweg.
Er wordt gelachen, er is lijden,
hoop en geluk, soms ook pech.

Mozes zou de eerste prins zijn,
hij stond op tegen Egyptes koning
en leidde de optocht door de woestijn,
naar een land van melk en honing.

God en mens bleven samen dromen
van de grootste Prins allertijden,
die naar de aarde zou komen
om allen voorgoed te bevrijden.

Met Jezus werd die droom waar,
Hij zoekt wie aan de kant staan,
Hij staat voor de kleinen klaar
en nodigt ons uit om mee te gaan.

Amen!


 






 

        
 
 
2018 Parochie Pey