Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
29ste zondag dooor het jaar A
21 en 22 oktober 2017
 
 

Wereldmissiedag 2017

Schriftlezingen:

Jesaja 45, 1.4-6
Mattheus 22, 15-21

Verkondiging (preek):

Wanneer je een handvol kleingeld bekijkt,
dan kom je munten tegen uit meerdere landen.
Euro’s met onze koning of die van België,
met Franse, Duitse of Italiaanse symbolen.
Daar kijkt niemand van op.
Maar pas geleden zag ik op een munt
een onverwacht gezicht … Paus Franciscus.
Ook het Vaticaan geeft namelijk Euromunten uit.

Het is even wennen om onze paus op een geldstuk te zien,
want de goede man leeft in alle eenvoud
en maakt zich voortdurend sterk voor de armen.
Maar misschien is hij wel degene die het béste nadenkt over geld:
wat mensen met geld doen
en wat geld met mensen doet.

Want je kunt geld goed gebruiken.
Om je gezin te verzorgen.
Om je kinderen laten studeren.
Of een goed doel ondersteunen.
En uiteraard om zelf aan te schaffen wat nodig is.

Maar geld heeft ook een andere, duistere kant.
Mensen kunnen door bezit bezeten worden.
Wanneer je denkt dat je steeds meer nodig hebt om gelukkig te zijn.
Wanneer mensen veranderen
van idealisten naar egoïsten.

Net zoals een muntstuk twee kanten heeft,
zo is het ook met geld.
Enkele jaren geleden was er een spotje op televisie,
dat eindigde met de woorden
“Geld is niet slecht of goed, het ligt er maar aan wat je ermee doet”.

En precies dát vertelt en schrijft onze paus steeds weer.
Dat de problemen in de wereld voor een groot deel voortkomen
uit de hebzucht van mensen.
Dat het aangeprate verlangen naar steeds meer,
de aarde stuk maakt.
Wanneer alleen maar gekeken wordt naar meer productie
en niet naar de gevolgen voor de schepping.
Wanneer de een zich zozeer verrijkt, dat er niets over blijft voor de ander.

Paus Franciscus heeft geen economie gestudeerd.
Maar hij heeft goed geluisterd naar Jezus,
die vandaag in het Evangelie sprak over geld.

Het begon allemaal met Farizeeërs, die proberen om Jezus in de val te lokken.
De Farizeeërs hadden het goed.
Ze bezaten ruim voldoende om comfortabel te leven,
waren ontwikkeld, hadden gestudeerd
en voelden zich beter een vromer dan de grote massa.
Die slimme jongens bedachten een vraag, waarmee ze Jezus vast wilden zetten.
“Meester, vertel ons eens,
is het toegestaan om belasting te betalen aan de keizer,
of niet?”

Zou Jezus zeggen dat de mensen geen belasting moeten betalen aan de Romeinen,
dan zullen die hem als een oproerkraaier behandelen.

Zegt Hij dat de mensen wel moeten betalen aan de Romeinen,
dan zal het volk zeggen dat hij heult met de bezetters.

Maar Jezus doorziet hun opzet.
Daarom zegt Hij:
“Heeft iemand van jullie een belastingmunt op zak?”
De vragenstellers kunnen Hem zo een Romeins geldstuk overhandigen.

Op zich is dat al vreemd,
want vrome Joden betaalden niet met dat geld.
Op Romeinse munten stond namelijk de keizer,
die zichzelf tot een god had uitgeroepen.
Gelovige mensen weigerden zelfs om naar zo’n munt te kijken.

Maar de deftige heren die de mond vol hebben van God,
blijken dat geld wel op zak te hebben.
Eer ze het in de gaten hebben, zet Jezus ze te kijk.
“Wie staat er op jullie geld?”
“De keizer”, roepen zij.

En dan volgt het antwoord van Jezus:
“Geef dan aan de keizer, wat van de keizer is en aan God wat van God is!”
Letterlijk staat er in de Bijbel:
“Geef terug aan de keizer, wat van de keizer is
en geef terug aan God, wat van God is!”

Wat van de keizer was,
dat was de onderdrukking door het Romeinse leger
en de armoede die veroorzaakt werd
door de belastingen die betaald moesten worden.
Het geld van de keizer maakte enkelen rijk en velen arm,
het verwoeste en verziekte.

Wat van God komt is, is van een heel andere waarde.
God vraagt om zorg te dragen, om te delen,
om armen onder de armen te nemen,
om op te bouwen en te genezen.
Daarom zegt Jezus:
“Geef terug aan de keizer, wat van de keizer is
en geef terug aan God, wat van God is!”

Neem afstand van een wereld die alléén maar in geld denkt,
die oorlog voert om bezit
en armoede tolereert.
Geef dat maar terug aan de keizer en aan de machthebbers.
En geef als een geschenk aan God:  je menslievendheid, je solidariteit, je bewogenheid.

Of zoals een Afrikaans gebed het zegt:

God, open mijn ogen,
opdat ze de noden van de mensen zien.
Maak mijn handen vrij,
om al wie honger heeft te voeden.
Beroer mijn hart,
opdat het vertwijfelden warmte schenkt.
Leer mij de grootmoedigheid,
om vreemdelingen welkom te heten.
Leer mij delen wat ik bezit,
om naakten te kleden.
Schenk mij het medeleven,
dat zieken sterkt.
Laat mij deelhebben
aan de bevrijding van gevangenen.
Want als wij onze angsten en onze liefde,
onze armoede en onze rijkdom
delen met elkaar,
dan zullen wij ook delen
in uw goddelijke tegenwoordigheid.

Amen!




 

        
 
 
2018 Parochie Pey