Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Zesde Zondag door het jaar A
11 en 12 februari 2017
 
 

Inleiding:

Vandaag/gisteren is/was het de vijfentwintigste Wereldziekendag die ieder jaar gevierd wordt op het feest van Onze Lieve Vrouw van Lourdes.
Paus Franciscus onderstreepte de belangrijke plaats van zieken en gehandicapten
in onze gemeenschap:
Zij hebben niet alleen zorg en verzorging nodig,
maar herinneren ons telkens weer aan de menselijke waardigheid.
Hoe kwetsbaar een mens ook is,
hij of zij blijft een kostbaar schepsel van God.
De paus pleit voor een menselijke benadering van de zorg.
Voor een cultuur waarin juist het kleine en kwetsbare kostbaar is.

Schriftlezingen:

Wijsheid van Jezus Sirach 15, 15-20
Mattheus 5, 17-37

Verkondiging (preek):

Wanneer gesproken wordt over “Camillus”,
dan bedoelen we meestal het verpleeghuis in Roermond.
Die naam “Camilllus” gaat terug op een heilige uit de zestiende eeuw.
Via een omweg werd hij de beschermheilige van zieken, verplegers en artsen.

Camillus leefde in Italië en werd op jonge leeftijd soldaat.
Hij verspeelde letterlijk zijn jeugd,
want hij gokte en verloor al zijn bezittingen.
Daarna raakte gewond aan zijn been en moest het leger verlaten.
Daar stond hij … verbitterd, verloren en zonder opleiding.
Camillus nam een baantje aan, waarvoor nauwelijks mensen te vinden waren.
Hij ging in een hospitaal werken …
zieken wassen, wonden verzorgen, bedden verschonen.
Dat werk stond hem tegen en hij mopperde tegen de zieken,
die hij vooral lastig en vervelend vond.
Intussen kreeg hij meer en meer last van de wond aan zijn been.

Camillus moest zelf verpleegd worden.
Hij kwam aan de andere kant van de zorg terecht.
En gaandeweg veranderde er iets in hem.
Zieken stootten hem niet meer af, maar ze trokken hem aan.
Misschien wel omdat hijzelf een leven lang een pijnlijk been zou houden.
Camillus groeide steeds meer naar een nieuwe invulling van zijn leven.
Hij wijdde zijn leven toe aan de zorg voor zieken.
En het wonderlijke gebeurde:
de slechtste ziekenverzorger werd de beste ziekenverzorger.

Hij werd daarbij geraakt door het voorbeeld van Jezus,
die zieken, melaatsen en armen omarmde en hielp.
Camillus werd priester en verpleger.
Hij vond anderen die wilden helpen om goede zorg te verlenen;
om liefdevol zieken en ouderen te helpen.
En telkens weer gaf Camillus deze raad aan artsen, verplegers en pastores:
“Leg je hart in je handen!”

Want dát was de grote ontdekking in zijn leven.
Dat zorg pas echt goed doet, wanneer deze van harte gegeven wordt.
Voor een zieke zorgen, dat is méér dan wassen en pillen geven.
Het is ook de ander aankijken, een verhaal horen,
met de zieke bidden, respect tonen, troosten.

Leg je hart in je handen!
Leg je hart in je werk, in je zorg, in je leven.
Leg je hart in je geloof..
Dát is ook wat Jezus ons vandaag wil leren in het Evangelie.
Wie Hem wil volgen, moet meer doen dan zijn of haar plicht.
Geloven gaat verder dan regels en voorschriften volbrengen;
het heeft vooral te maken met een deel van jezelf leggen
in je leven en je samenleven, in je werken en je bidden.

In Jezus’ dagen was voor velen het geloof een verstard instituut geworden.
Met heel veel wetten
en nog meer voorschriften om die wetten uit te voeren.
Het was ongetwijfeld ooit heel goed bedoeld, om mensen een houvast te bieden.
Maar wanneer regels gevolgd worden omwille van de regel,
dan verdwijnt de bezieling en wordt het een zielige vertoning.

Jezus hoopt dat ons geloof méér zal betekenen, dan wat móet.

Hij drukt ons op het hart:
geloven is meer dan wetten onderhouden.
Het is allereerst van God en van je naaste houden.
Als je dát doet, dan leg je vanzelf meer hart in je leven,
in je werken en in je bidden.

De wet zegt: “Je mag niet doden”.
Jezus vraagt zelfs nog meer van ons: om het leven te behoeden.
Want mensen kunnen ook een ander doodzwijgen
of het leven onmogelijk maken.
Ook die doodse situaties passen niet bij een gelovige.

De wet zegt: “Je mag geen overspel plegen”.
Jezus vraagt opnieuw méér van ons.
Om trouw te zijn en geduldig, om je in te leven in een ander.
Om zuinig te zijn op het geluk van je echtgenoot, van je partner,
van je collega, van je familielid.

Wanneer je hart legt in je leven,
in je relatie, in je vereniging, in je omgeving
en in je geloof … dán geef je méér!

Dat maakt nou precies het verschil tussen zomaar een verpleegster
en een échte líeve verpleegster.
Het maakt ook het verschil
tussen een goedgelovige en een goede gelovige.

Het gaat er niet alleen om dat je geen kwaad doet.
Jezus zegt:
“Het gaat erom dat je góed doet.
Niet alleen omdat de Wet het verplicht,
maar omdat je hart het zegt!”

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey