Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Derde Zondag door het jaar A
21 en 22 januari 2017
 
 

Schriftlezingen:

Jesaja 8,23b-9,3
Mattheus 4, 12-23

Verkondiging (preek):

Tijdens de sneeuwval een week geleden,
was er tussen de weerberichten op het Nederlands journaal
een kleine ontmoeting met een jonge vrouw uit Vijlen.
Zij was druk bezig met een sneeuwschuiver om de stoep begaanbaar te houden.
Samen met andere jonge vrouwen vormt zij de “Sneeuwploeg”.
Zij zorgen dat een pad vrij is, van de bejaardenhuisjes naar het winkelcentrum.

De verslaggeefster vroeg of dat niet de taak is van de gemeente.
En de jonge vrouw antwoordde:
“De gemeente heeft werk genoeg aan de straten
en wanneer wij een beetje meewerken,
dan zijn de oudere mensen in ons dorp geholpen.”

Het is een mooi voorbeeld van mensen,
die zich verantwoordelijk voelen voor anderen.
Wanneer iemand zich laat roepen om de handen uit de mouwen te steken,
om een steentje bij te dragen, een uurtje zorg te besteden,
dan wordt de samenleving echt samen leven.

Met mopperen op de overheid
of ontevreden aan de kant blijven staan, verandert niets.
Maar waar mensen plichtsbesef hebben
en zich afvragen “Wat kan ik doen? Waar kunnen wij helpen?”,
daar wordt het een stuk fijner om te leven.

Dat geldt voor de ouderen in Vijlen,
die ook in de winter buiten kunnen komen.
Dat geldt voor die jonge vrouw,
die vertelde hoe fijn het is om iets voor een ander te doen.
En dat geldt voor heel ons samenleven.
Waar iemand zich laat aanspreken en roepen,
daar krijgt ook je eigen leven een nieuwe waarde.
Daar ervaar je dat je nodig bent,
dat je iets bijdraagt aan deze wereld.

Vandaag bracht het Evangelie ons naar het Meer van Galilea,
waar Jezus kijkt naar het werk van de vissers.
Zij zijn bezig met het uitwerpen van hun netten.
Je moet je vak verstaan om dat goed te doen,
zodat de netten niet in de knoop raken, maar zich kunnen vullen met vissen.
Dan staat ineens Jezus aan de oever en roept:
“Kom, volg Mij,
Ik zal je leren om mensen te vissen!”

En de vissers laten alles achter en volgen Jezus.
Zij laten zich roepen tot een leven van dienstbaarheid.
Jezus neemt niet hun eigenheid af,
maar maakt hun leven rijker, mooier, waardevoller.
Vissers worden mensenvissers,
in het spoor van de Timmerman uit Nazareth, die voortdurend aan de weg timmert.

In de loop van de geschiedenis heeft heel wat keren die oproep geklonken
“Kom en volg mij”.
Inspirerende personen hebben die woorden gesproken,
om anderen tot het beste te roepen en de wereld te helen.

Kom en volg mij!
Dat heeft de arts zonder grenzen verstaan,
die vergeten mensen nabij is
en grenzeloos goed is.
Het werk van zo’n arts
is ook een uitnodiging aan anderen,
om je leven zo te gebruiken dat deze wereld mooier en beter wordt.
Om zijn werk te steunen
en je af te vragen hoe je zelf heel dichtbij de hardheid van de wereld kunt genezen.

Kom en volg mij!
Dat hebben helaas ook valse profeten gezegd,
leiders die op macht uit waren.
Generaties jongeren zijn zo de oorlog ingelokt,
nauwelijks de kinderschoenen ontgroeid
werden hen stampende  laarzen aangetrokken.

Kom en volg mij!
dat zeggen helaas ook de haatzaaiers, die juist grenzen trekken
en de één opzetten tegen de ander.

Je moet dus wel opletten wie je volgt.
De apostelen gingen op de uitnodiging van Jezus in, omdat zij Hem vertrouwden.
Jezus had in die streek laten zien Wie Hij is.
Zo hoorden we in het begin van de Evangelielezing.
Hij trok naar de overkant van de Jordaan, een vergeten gebied,
waarvan vrome Joden zeiden dat er alleen heidenen woonden.
En juist daar in die donkere uithoek, spreekt Jezus over het Licht dat opgaat.
“Luister, Galilea van de heidenen,
het volk dat in duisternis leefde ziet een schitterend licht”.

Jezus laat zien dát Hij licht brengt.
Hij spreekt over het Koninkrijk van de hemelen
en intussen brengt Hij een Blijde Boodschap.
Hij spreekt mensen moed in, geeft het gevoel dat ze meetellen,
Hij geneest zieken en is gekwetste mensen nabij.

Als een arts zonder grenzen uit zijn tijd,
voelt Jezus zich geroepen en gezonden tot ieder die Hem nodig heeft.
Ook tot dat volk dat in duisternis zit,
in de uithoek van het land.
Juist daar begint God het liefste zijn Verhaal.

Wanneer Jezus zegt:
“Kom en volg Mij”,
dan gaan de vissers vol vertrouwen met Hem mee.
En ze zullen uiteindelijk mensenvissers worden,
anderen opvissen uit troosteloze situaties,
vergeten mensen aan wal trekken,
zij zullen hun netten vullen met een hoop liefde en geloof.
En die mensenvissers zullen weer anderen roepen met Jezus’ woorden:
“Kom en volg Mij!”

Want Hij heeft ook ons nodig,
om het koninkrijk van de hemel dichterbij te brengen,
om te licht te laten schijnen in de donkere hoeken van deze wereld.

De roepstem van Jezus wil je aan het denken zetten.
Hoe kun jij,
met jouw mogelijkheid,
op de plek waar je leeft,
Jezus volgen?

De één door in een ver land als arts zonder grenzen te werken.
De ander door dichtbij sneeuw te ruimen.
We kunnen moed inspreken,
vrijwilligerswerk doen,
bidden om vrede,
een thuis bieden,
ieder naar zijn of haar eigen mogelijkheden.

Jezus slaat niemand over wanneer Hij roept:
“Kom toch en volg Mij!”

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey