Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Christus Koning C
19 en 20 november 2016
 
 

Schriftlezingen:

Tweede boek Samuël 5, 1-3
Evangelie volgens Lucas 23, 35-43

Verkondiging (preek):

Soms doen mensen hun uiterste best, om hun afkomst te verbergen.
Dan gaat een Limburger die in de Randstad werkt
ineens praten met een “harde g”,
omdat hij bang is als Zuiderling niet serieus genomen te worden.

Of iemand die carrière heeft gemaakt
die verzwijgt dat hij of zij is opgegroeid in een eenvoudig arbeidersgezin.

Het heeft iets krampachtigs wanneer mensen zo hun afkomst ontkennen.
Want wie je nu bent, dat heeft toch iets te maken met het begin van je levensweg,
hoe je daar ook op terugkijkt.

Zo is het ook met de oorsprong het Christelijk geloof.
Vaak werd verzwegen waar we vandaan komen.
Joden werden vervolgd,
terwijl Jezus Jood was
en het Joodse volk, Gods eerste liefde was.

Het begin van de kerk was zeker geen verhaal van volmaaktheid.
De Eerste Christenen waren niet beter dan anderen.
We horen het Jezus keer op keer zeggen:
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars”.
Hij kwam bij mensen die de weg kwijt waren,
Jezus zocht naar wie verloren liep.
Hij gaf en vergaf, aan wie arm of zondig waren.
Zijn eerste kerkgemeenschap was heel kwetsbaar,
van de twaalf apostelen zou er slechts één onder het kruis staan,
een ander had Hem verraden en de tien anderen hadden Hem in de steek gelaten.
Dat was het allereerste begin van de kerk,
daar ligt onze afkomst.

Maar dat is meteen ook het mooie en grote van kerk-zijn, van Jezus volgen.
Dat een broze gemeenschap zoveel kracht kan vinden
in de nabijheid van Jezus.
Dat zijn woorden zondaars tot een heilig leven roepen.
Dat zijn voorbeeld mensen verheft,
zelfs in hun meest kwetsbare momenten.

Vandaag hoorden wij een ontroerend voorbeeld in het Evangelie.
Wanneer Jezus aan het kruis sterft
en de hemel opent,
dan is de eerste Christen die Hem volgt een rover,
een misdadiger die naast Hem gekruisigd wordt.
Wij hoorden Jezus zeggen:
“Vandaag nog zul je met Mij zijn in het Paradijs!”

Het is goed om je dat te realiseren, zeker op dit feest van Christus Koning.
Wij komen Jezus niet tegen in een koningsmantel,
maar volledig uitgekleed.
Wij komen Jezus niet tegen met een gouden kroon,
maar met een doornenkroon.
Wij komen Jezus niet tegen in stralende pracht,
maar ontluisterend vernederd.

En tóch spreekt Hij op dat moment over zijn Koninkrijk.
Zijn armen zijn vastgespijkerd,
maar Hij opent de deur voor de rover
die zich naar Hem toekeert.

Daar ligt de oorsprong van de kerk, daar komen wij vandaan.
En daar ligt ook onze roeping.
Om te zoeken naar wie verloren loopt.
Om te beseffen dat wij Jezus nodig hebben
en dat Hij óns nodig heeft om zijn werk te doen.
Om barmhartig te zijn in een wereld die vaak zo hard is.

Als kerk komen wij uit een bescheiden familie.
Dat was juist de kracht van de eerste christenen.
Ze dienden God en ze dienden elkaar.
Ze gaven evenveel waarde aan slaaf en vrije,
aan Jood en heiden,
aan man en vrouw.
Omdat ze beseften dat ieder van ons
de houding nodig heeft van die man die naast Jezus gekruisigd werd …
Hij werd Christen door te vragen:
“Heer, denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk bent gekomen!”

Beste mensen,
Jezus was van koninklijken bloede.
Met Kerstmis horen we het meerdere keren:
Hij stamde uit het huis en het geslacht van Koning David.
Maar diezelfde David was eerst herder geweest.
Op zijn beste momenten als Koning, herinnerde David zich zijn afkomst
en zong Psalmen over God als de Goede Herder
en over mensen die rechte wegen gaan.

Jezus was zijn afkomst trouw.
Hij was koning en herder,
Allerhoogste en meest dienstbare.
Wanneer wij Hem volgen, dan zullen ook wij zijn stem horen:

“Ik verzeker je, jij zult met mij zijn in het Paradijs!”

Amen!


 


 

        
 
 
2017 Parochie Pey