Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
33-ste Zondag door het jaar C
12 en 13 november 2016
 
 

Schriftlezingen:

Tweede brief aan de Tessalonicenzen 3, 7-12
Evangelie volgens Lucas 21, 5-19

Verkondiging (preek):

Ooit las ik de volgende uitspraak:
“Wanneer je een kruiwagen in de garage zet,
wordt het niet vanzelf een auto.
En wanneer je iemand in een kerkgebouw zet,
wordt hij niet vanzelf een christen.”

In die vergelijking zit een kern van waarheid.
Christen wordt je niet vanzelf.
Dat je gedoopt bent, is een goed begin.
Maar in het leven van alledag zal je geloof vorm moeten krijgen.
In je bidden en je danken.
In je zorgen en je dienen.
In je keuze voor kleine mensen
en in je zorg om de vreemde.
In je hartelijkheid en je vriendelijkheid.
Zó wordt je Christen.

Er wordt wel eens beweerd dat onze tijd goddeloos is.
Omdat zovelen denken dat ze God niet nodig hebben.
Of misschien helemaal niet meer aan God denken.
Maar voordat we met onze vingers naar anderen wijzen,
moeten we ons de vraag stellen of aan óns te zien is,
dat wij wél mensen van God zijn.
Blijkt dat uit ons spreken?
Durven we daarvan te getuigen?
En doen we in het dagelijks leven, wat Jezus ons opdraagt?

Het zijn gewetensvragen, die de kerk zich telkens weer moet stellen.
Dat was al zo ten tijde van Paulus.
In de eerste Lezing hoorden wij over de Christenen van Tessalonica.
Zij weigerden om de handen uit de mouwen te steken.

Wat was daar aan de hand?
Sommige Christenen verwachtten dat Jezus snel terug zou keren naar de aarde.
Misschien wel vandaag of morgen.
Ze gingen met hun armen over elkaar zitten afwachten.
Het enige wat zij deden was zich bemoeien met wat anderen deden,
terwijl ze zelf niets deden  om de wereld tot een betere plek te maken.
Jezus zou er immers wel voor zorgen dat de wereld vernieuwd zou worden.
Het was een zieke kerk, daar in Tessalonica.

Maar dan schrijft Paulus een pittige brief.
Want zo werkt het dus niet!
Wanneer je uitziet naar de komst van Jezus,
dan moet je werken en bouwen,
ijverig het goede doen.
Christenen moeten dragers van hoop zijn,
mensen die juist in dorre tijden zoeken naar de Bron van leven.

Het kan best moeilijk om van je geloof te getuigen.
Hier in de kerk tegelijk met anderen de geloofsbelijdenis bidden,
dat valt wel mee.
Maar je Christelijk geloof uitdragen in het leven van alledag,
daarvoor moet je sterk in de schoenen staan.
Om als jongere ervoor uit te komen dat wel eens bidt.
Om als werknemer op te komen voor je collega,
die van de werkvloer gepest wordt.
Om mensen tegen te spreken
die kwaadspreken over anderen.
Om maar eens een paar voorbeelden te noemen.

Jezus waarschuwt ons al.
Hij zegt vandaag in het Evangelie:
“Wanneer je Mij volgt, dan zul je tegenwerking ondervinden.
Je zult wel eens uitgelachen worden of voor gek verklaard.”
Ook tóen gebeurde dat al!
Maar Jezus geeft ook een belofte.
Als je serieus aan je geloof werkt,
dan zal Ik je de goede woorden ingeven.
Ik zal je hart leiden naar de plekken waar je nodig bent.
Ik zal je bij de hand nemen, wanneer jij anderen bij de hand neemt.

Beste mensen,
een kruiwagen wordt niet vanzelf een auto
door deze in de garage te zetten.
En een mens wordt niet vanzelf een christen
door in een kerk te zitten.

Het zou zonde zijn, wanneer we geen werk maken van ons geloof.
Want de tijd waarin wij leven
hééft de Boodschap van Jezus nodig.
Als een geluid van hoop.
Als een tegengeluid tegen de verharding,
Als een luide roep om eerbied voor alle leven.
Jezus volgen is een volle dagtaak, die je heel goed kunt combineren
met je andere werkzaamheden.
Al doende zullen we Christen worden,
steeds meer,
steeds beter.

Amen! 






 

        
 
 
2017 Parochie Pey