Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
29ste zondag dooor het jaar C
15 en 16 oktober 2016
 
 

Schriftlezingen:

Exodus 17, 8-13
Lucas 18, 1-8

Verkondiging (preek):

Een bekend volksliedje heeft als refrein:
“En van je hela, hola, houdt er de moed maar in”.

Nu is het niet altijd even gemakkelijk om er de moed in te houden.
Dat ervaren wij,
wanneer we kijken naar de wereld om ons heen.
Zoveel onrecht, oorlog na oorlog,
uitbuiting en geweld.
Houdt er dan maar eens de moed in.

En dan zitten wij nog op een veilige afstand.
Wat te denken van de mensen die midden in de ellende zitten.
En tóch nodigt de Bijbel ons uit, om de moed niet te verliezen.
Vandaag werden we meegenomen naar de woestijn,
waar het Joodse Volk lang geleden rondzwierf,
op zoek naar het Beloofde Land.
Ze hadden al heel wat achter de rug.
In Egypte waren ze slaaf geweest,
behandeld als beesten.
En na de bevrijding uit die slavernij volgde een barre tocht
door de hitte van de woestijn.
Het volk is met vallen en opstaan verder gegaan.
Het ene moment vol vertrouwen in de God die bevrijdde
en het volgende moment vol twijfels en ongeloof.

Vandaag begon de Eerste Lezing op onheilspellende toon.
“In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen”.

Amalek is het toonbeeld van het kwaad.
Wanneer het Joodse volk door de woestijn trekt,
dan lopen de sterke en machtige mensen voorop.
Zo gaat er een lange stoet voorbij.
En helemaal achteraan, komen de meest kwetsbare mensen,
moeders met zuigelingen, zieken, kreupelen en ouderen.
Juist daar valt Amalek met zijn mannen het volk aan: in de rug.
Ze doden de zwaksten, roven wat ze kunnen en maken zich uit het stof.
Als terroristen gaan ze tekeer.
En het Joodse volk kan alleen zijn handen ballen uit onmacht.

Dan volgt er een strijd … soms kan het niet anders.
Soms moet je de strijd aanbinden met het kwaad.
Mozes en zijn volk staan tegenover Amalek en zijn strijders.
Eigenlijk is het een zinnebeeld voor de strijd tussen goed en kwaad.

God droomt van een wereld, waarin mensen elkaar tot zegen zijn
en waarin het kleine wordt geëerd.
En Amalek doet er alles aan om Gods droom stuk te maken.
Hij trapt God op het hart.

Wat kun je tegen de macht van het kwaad doen?
Mozes weet het wel.
Wanneer de strijd begint, dan gaat hij de berg op.
Te midden van het strijdtoneel, staat Mozes met een staf in zijn handen!
Het is dezelfde staf waarmee hij het volk in Gods Naam geleid had,
vanuit de slavernij naar de vrijheid.
De staf van Mozes is een herdersstaf.
Het is het banier van God, die als een herder waakt over zijn mensen.

Zó staat Mozes daar, met in zijn opgeheven handen de herdersstaf.
Hij herinnert zijn volk eraan, dat het goede uiteindelijk zál overwinnen.
Dat het volk de kwade macht van Amalek moet verslaan,
maar ook het kwaad in zichzelf moet overwinnen.
Wanneer je dát voor ogen houdt, dan komt het uiteindelijk goed.

Het is alsof Mozes zingt:
“Houdt er de moed maar in!”

De handen van Mozes houden God hoog!
En wie op God vertrouwt, is altijd in de meerderheid.
Maar zelfs zo een heilige man als Mozes, kan het niet alleen volhouden.
De moed zakt, net zoals de armen van Mozes zakken.
Wanneer het vertrouwen in God zakt, dan vermindert ook de kracht van zijn volk
en dreigen ze te verliezen.

Het mooie is echter, dat Mozes er niet in zijn eentje de moed in hoeft te houden.
Want onder zijn vermoeide armen schuiven de schouders van twee mannen:
Aäron en Chur.
Zij houden de armen van Mozes in de hoogte.
Waar mensen elkaar nabij zijn in Gods Naam, daar is het kwaad kansloos.
Dat blijkt wel, want Amalek wordt verslagen.

Soms lijken wij op Mozes.
Dan houden we de moed erin,
dan geloven we dat het goed komt
en geven anderen de kracht om door te gaan.
Dan stralen we van hoop en geloof.

Soms dan worden ook onze armen zwaar,
net zoals bij Mozes.
Dan worden we teleurgesteld en moe,
dan sneuvelen idealen omdat het leven pijn doet.

Soms mogen we ervaren dat er anderen zijn
die ons juist dán onder de arm nemen.
Net zoals Mozes gesteund werd door Aäron en Chur.

Het is die ervaring geweest,
waardoor dat volk lang geleden
op weg bleef naar het Beloofde Land.

Volk van God zijn,
dat plaatst je niet buiten de hardheid van het bestaan.
Volk van God zijn,
dat plaatst je midden in het leven op elkaars weg.
Soms om te bemoedigen, soms om bemoedigd te worden.
Wie de moed verliest, berooft de wereld van iets kostbaars.
We mógen de droom van God niet loslaten,
het is onze roeping om te blijven geloven
in het Koninkrijk van God, in een wereld van recht en vrede.

Van je hela, hola … houdt er de moed in Godsnaam in!

Amen!






 

        
 
 
2017 Parochie Pey