Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Achttiende zondag door het jaar (B)
1 en 2 augustus 2009
 
 

Schriftlezingen

Eerste lezing uit het boek Exodus

Toen ze in de woestijn waren,
begon heel de gemeenschap van de Israëlieten te morren
tegen Mozes en Aäron.
De Israëlieten zeiden tegen hen:
`Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte,
waar we bij de vleespotten zaten en volop te eten hadden.
U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht
om al deze mensen van honger te laten omkomen.'
Toen sprak de Heer tot Mozes:
`Ik zal brood voor u laten regenen uit de hemel.
De mensen moeten er dagelijks op uit gaan
en de hoeveelheid voor één dag verzamelen.
Dan kan Ik vaststellen of ze mijn leiding willen volgen of niet.
`Ik heb het gemor van de Israëlieten gehoord.
Dit moet u hun zeggen:
Tegen de avond kunt u vlees eten
en morgenochtend zult u volop brood hebben.
Dan zult u weten dat Ik de Heer uw God ben.'
Toen het avond was kwamen er kwartels aangevlogen
en vielen neer over heel het kamp.
De volgende ochtend hing er dauw rondom het kamp.
En toen deze was opgetrokken
lag er over de woestijn een fijne korrelige laag,
alsof de grond met rijp was bedekt.
De Israëlieten zagen het en zeiden tegen elkaar:
`Wat is dat?'
Ze wisten werkelijk niet wat het was.
Mozes legde hun uit:
`Dit is het brood dat de Heer u te eten geeft.

Evangelie volgens Johannes

Toen Jezus eens nergens te zien was, en ook zijn leerlingen niet,
stapten de mensen in boten
en voeren ze naar Kafarnaüm om Jezus te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen Hem:
`Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?'
Jezus gaf ten antwoord:
`Waarachtig, Ik verzeker u:
u zoekt Mij niet omdat u tekenen hebt gezien,
maar omdat u volop hebt kunnen eten.
U moet niet zoveel werk maken van vergankelijk voedsel,
maar liever van het voedsel dat blijft,
het voedsel van het eeuwige leven,
dat de Mensenzoon u zal geven;
want op Hem heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt.'
Daarop zeiden ze:
`Wat moeten we doen als we de werken willen verrichten
die God van ons vraagt?'
Jezus gaf hun ten antwoord:
`Dit werk vraagt God van u:
dat u gelooft in Hem die Hij gezonden heeft.'
Daarop zeiden ze:
`Maar U, welk teken verricht U dan wel?
We willen zien om U te kunnen geloven.
Op welk werk kunt U zich beroepen?
Onze voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten,
zoals geschreven staat:
Brood uit de hemel gaf hij hun te eten.'
Jezus hernam: `Waarachtig, Ik verzeker u:
niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven;
mijn Vader is het die u het brood uit de hemel geeft, het echte.
Want het brood dat God geeft,
is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.'
`Heer,' zeiden ze, `geef ons dat brood dan, voor altijd.'
Jezus antwoordde: `Ik ben het brood om van te leven.
Wie naar Mij toe komt krijgt geen honger meer,
en wie in Mij gelooft krijgt nooit meer dorst.

Verkondiging (preek)

In april 1945 vlogen bommenwerpers over het Westen van Nederland.
De bomluiken gingen open
en de vliegtuigen lieten hun last vallen.
Alleen waren het deze keer geen bommen, maar voedsel.
Het regende letterlijk brood uit de hemel.

De oorlog liep bijna ten einde,
maar talloze mensen dreigden om te komen door honger en ontbering.
Daarom vlogen de geallieerden grote voorraden brood naar Nederland.
De mensen die het zagen, zouden het nooit meer vergeten.
Dat brood stilde niet alleen hun honger naar voedsel.
Het stilde ook de honger naar vrijheid
en het verlangen naar vrede.
Iedere vlucht bracht de broodnodige hoop.

De geallieerden noemden het “Operatie Manna”!
Dat heeft alles te maken met de eerste lezing van vandaag.
Daar hoorden we over het Joodse volk, dat onderweg is door de woestijn.
Het volk had naar de hemel geroepen: “God, bevrijd ons toch!”
En dan komt Mozes als geroepen, want hij bevrijdt het volk in Gods Naam.

Maar de weg naar de vrijheid kan lang zijn.
Dat wisten de mensen in april 1945.
Maar dat wist ook het Joodse volk, dat vanuit Egypte naar het Beloofde Land trok.
Ze verlangden haast terug naar Egypte,
naar gevulde vleespotten en brood op tafel.

Dan volgt het eerste mannabombardement van de geschiedenis.
’s morgens is de grond bedekt met witte korrels,
het ziet eruit alsof het broodkruim geregend heeft.
Sommige geleerden denken dat de mannakorrels een soort honingdruppels waren,
gevormd door insecten.
Het volk weet niet wát het ziet.
Zoals er in de bijbel staat: “Ze wisten werkelijk niet wat het was!”

Maar Mozes weet het wel.
Hij ziet brood uit de hemel; God die zijn volk te eten geeft.
Mozes ziet voedsel om je buik mee te vullen.
En waar smaakt het naar?
Vast en zeker naar het beloofde land, naar de toekomst, naar hoop!

Mozes bindt zijn volk op het hart dat ze slechts voor één dag manna mogen rapen.
Niet minder en niet meer.
Want dan zal er voor iedereen genoeg zijn.
Wie het voedsel van God eerlijk verdeelt,
zal ontdekken dat er geen behoeftigen meer zijn en geen rijken.
Sommigen echter kunnen de verleiding niet weerstaan,
dat lezen we verderop in de Bijbel.
Ze rapen meer dan ze zelf op kunnen eten en stoppen hun tassen ermee vol.
Maar de volgende dag krioelt het van de maden:
wie zichzelf verrijkt ten koste van een ander, die maakt de wereld rot.

Het brood uit de hemel geeft genoeg kracht om de reis te vervolgen,
het wordt je geschonken van dag tot dag,
precies genoeg, totdat je het Beloofde Land hebt bereikt.

Precies zó wil ook Jezus zijn.
Als Brood uit de hemel.
Als de smaak van vrijheid.
Als voedsel onderweg naar het Beloofde Land.
Precies genoeg om onze diepste honger te stillen, van dag tot dag.

Soms dan kunnen ook wij ons voelen als dat volk in de woestijn.
Dan is de toekomst onzeker en zou je terug willen naar het oude.
Of je hamstert zozeer voor jezelf, dat een ander uit je gedachten verdwijnt.

Maar het Beloofde Land kún je alleen bereiken,
door van dag tot dag het brood te delen.
Door telkens weer tekens van hoop bij elkaar te rapen.
Door genoeg ook genoeg te laten zijn
en de broodnodige zorg te besteden aan je naaste.

Mozes besefte dat het manna vooral een teken was van hoop,
een belofte dat God met ons meegaat.
Jezus wilde juist dát teken van God zijn, door te zeggen:
“Ik ga met je mee, kome wat komt!”

Hij is het brood van de hemel, dat ons van dag tot dag wordt aangeboden.
Want wie in Hem gelooft, zal ook zijn Kracht ontvangen.
Wie naar Hem luistert, zal gevoed worden met hoop en liefde.
Precies genoeg om jezelf en de ander te sterken in Godsnaam.

Wie zich op Jezus richt, zal zelf manna worden op de levensweg van anderen.
Want soms is een mensenleven zo gekwetst,
dat brood niet meer verzadigt en water niet meer laaft,
dat vuur niet meer verwarmt en een huis niet meer herbergt.

Wonden worden soms alleen geheeld
als iemand het opbrengt
om voor een ander
brood en water, vuur en huis te zijn.

Er is veel vraag naar zulke mensen
die een ander nabij zijn.
Soms ben je de vraag, dan weer het antwoord,
onderweg naar het Beloofde Land.

Amen!


 

 

        
 
 
2018 Parochie Pey