Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
15de zondag door het jaar C
9 en 10 juli 2016
 
 

Schriftlezingen:

Deuteronomium 30, 10-14
Lucas 10, 25-37 (parabel van de Barmhartige Samaritaan)

Verkondiging (preek):

Een week geleden overleed Elie Wiesel,
een Joodse schrijver die de Nobelprijs voor de vrede heeft ontvangen.
De jeugd van Elie Wiesel werd getekend door de Holocaust.
Zijn moeder, vader en zus kwamen om in concentratiekampen.
Elie overleefde Auschwitz en Buchenwald.
Later beschreef hij zijn ervaringen over deze nacht in zijn leven
en in de wereldgeschiedenis.
Met woorden wilde hij de wereld wakker schudden.

Een bekende uitspraak van Elie Wiesel luidt als volgt:

“Het tegenovergestelde van liefde
is geen haat,
het is onverschilligheid.”

Dát is het gift dat mensen vernietigt … onverschilligheid.
Wanneer je voorbijloopt aan het lot van je naaste.
Wanneer je de schouders ophaalt
en een andere kant uitkijkt.
Wanneer je leeft zonder na te denken
en zegt “Ik kan in mijn eentje toch niets veranderen”.
Dáár gaat een samenleving aan ten gronde.
Dat opent de deur voor het kwaad in deze wereld.

Ook de woorden van Jezus maken dat vandaag duidelijk.
Iemand stelt Hem de vraag: “Hoe kan ik goed leven?”
Jezus vraagt wat de Bijbel zegt.
Het antwoord is:
“God liefhebben en je naaste als jezelf!”
Maar dan klinkt opnieuw een vraag:
“Wie is mijn naaste?”

Jezus antwoordt met een verhaal.
Ergens op de weg tussen Jeruzalem en Jericho wordt een reiziger overvallen.
Half dood blijft hij op de weg liggen.

Gelukkig komt er al snel iemand langs.
Het is een priester, die de gewonde man op zijn pad ziet liggen.
Dat is geluk hebben, zou je denken.
Want de priester gaat naar Jeruzalem, waar hij in de Tempel God zal prijzen.
Maar … hij loopt met een boog om de gewonde man heen.

Even later komt er een Leviet aan, een tempeldienaar,
die precies weet hoe hij moet buigen en bidden in de Tempel.
Maar ook hij kijkt een andere kant op en loopt om de gewonde man heen.

Priesters en Levieten hielden zich bezig met heilige zaken.
Zij mochten daarom hun handen niet vuil maken.
Want stel je voor dat de man in hun handen zou sterven,
dan mochten ze voorlopig geen dienst meer doen in de Tempel,
dan waren ze onrein.

Maar Jezus is nog niet uitverteld.
Er komt namelijk een derde reiziger langs, een Samaritaan.
De priester en de Leviet zouden deze Samaritaan zeker niet groeten,
hij was in hun ogen een afvallige, iemand die zijn geloof verkeerd beleed,
een vreemdeling die niet in de Tempel bad, maar op een andere plaats.
Maar juist die Samaritaan staat stil bij de nood van zijn naaste.
Hij gaat de gewonde man niet uit de weg.
Hij giet olie op zijn wonden, de jodium van die tijd.
Hij sjouwt hem op zijn ezeltje, als een geïmproviseerde ambulance.
En hij voelt zelfs zoveel verantwoordelijkheid, dat hij een zorgverzekering afsluit:
de herbergier ontvangt geld, om de gewonde man te verzorgen.

Die Samaritaan doet iets heel wezenlijks,
hij laat zich raken door zijn naaste in nood.
Hij vraagt zich niet af “Wie is mijn naaste?”
Nee … de Samaritaan zegt: “Ik bén jouw naaste”!

Dát is het antwoord dat Jezus geeft.
Waar mensen zich laten raken door hun naaste,
daar zijn we mens naar Gods hart.

In onze samenleving zouden we dat verhaal van de barmhartige Samaritaan
wat vaker moeten vertellen.
Want onverschilligheid is een van de grote problemen van onze tijd.
Wie autorijdt met een telefoon aan het oor,
of zit te appen op de fiets,
zegt daarmee:
“Ik vind dit belangrijker dan de veiligheid van anderen.”
Onverschilligheid maakt jaarlijks vele slachtoffers in het verkeer.

Wie de schouders ophaalt
en zwijgt,
maakt het mogelijk dat haat tegen vreemdelingen groeit.

Wie alleen bij zijn eigen nood stilstaat,
ontneemt anderen het woord,
zodat eenzaamheid kan groeien.

Het is niet om elkaar te veroordelen, maar om elkaar wakker te schudden,
dat we het Verhaal van de barmhartige Samaritaan mogen uitdragen.
Juist omdat mensen nodig zijn, die wél het verschil willen maken,
die niet de andere kant uitkijken,
maar stilstaan bij degene die op hun weg komt.

Elie Wiesel zei het heel mooi,
toen hij in 1986 de Nobelprijs voor de vrede mocht ontvangen:

“De onverschilligheid is het meest verraderlijk
van alle gevaren die ons bedreigen.
Veel moet er gedaan worden, veel kan er gedaan worden.
Eén persoon,
één Albert Schweitzer,
één Martin Luther King,
één Ghandi,
één persoon die in staat is tot integriteit en moed,
kan het verschil uitmaken tussen dood en leven.”

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey