Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
32ste zondag door het jaar (B)
7 en 8 november 2015
 
 

Verkondiging (preek):

De afgelopen weken was de kerk menige keer het onderwerp
van de voorpagina van de krant:
kerksluitingen ,
afname van kerkgangers,
financiële zorgen,
pastoors die in de koekjesfabriek moeten werken,
nauwelijks nog kerkelijke uitvaarten.

Als je niet oppast, dan maken zulke berichten je moedeloos.
Er is reden tot zorg, dat klopt.
De kerk zal niet vanzelfsprekend een plaats in onze maatschappij houden,
ook dat klopt.
Maar wie toegeeft aan doemdenken,
vervult zelf al die negatieve voorspellingen.
En dát past niet bij het Christendom.

Jezus reikt ons een hoopvol geloof aan.
Het geloof van Pasen.
Toen zijn apostelen het niet meer zagen zitten en bang wegkropen,
kwam Jezus bij hen en zei:
“Wees niet bang! Vrees niet! Ga naar buiten.
Ik ben bij je tot het uiteinde van de aarde en tot het einde van de tijden.”

Dat is nogal een opdracht én een belofte:
wanneer wij ons best doen, dan zal Hij ons nooit loslaten,
hoe zorgelijk of moeilijk de tijden ook zijn.

Laten we daarom goed luisteren naar het Evangelie van deze dag.
Jezus zit bij de ingang van de tempel,
het grootste gebouw van de stad,
een bolwerk van geloof en van macht.
Maar Jezus kijkt door alle uiterlijkheden heen.
Hij ziet rijke mensen, die met groot vertoon goudstukken en zilveren munten
in het offerblok gooien.
Zodat iedereen het ziet … én hoort …  want de munten vallen zwaar op de bodem.
En dan komt er een arme weduwe, die een piepklein bronzen muntje offert.
Niemand let erop.
Niemand hoort het op de bodem vallen, daarvoor is de gave te klein.
Maar Jezus ziet en hoort het wel.
Het muntje valt op de bodem van zijn hart.

Voor anderen heeft het muntje nauwelijks waarde.
Maar voor Jezus is het oneindig kostbaar,
want de vrouw geeft wat ze kan geven, ze geeft álles.

Het lijkt niets, maar het is het begin van iets groots.
In zo iemand ziet Jezus het begin van het Koninkrijk van God.
In mensen die doen wat ze kunnen doen,
die hun hart volgen en niet hun trots,
die met lege handen hopen, waar anderen bouwen op zekerheden.
Zó begint het Koninkrijk van God, ook in onze tijd.

Het gebaar van de weduwe was niemand opgevallen, behalve Jezus.
Zo gebeurt er vandaag de dag veel goeds en moois in onze kerk,
zonder dat het de media opvalt,
maar Jezus ziet het vast en zeker.

In een krant stond ook een heel ander bericht.
Over drie kloosterzusters in Syrië.
Zij waren ooit naar Aleppo gekomen om het leven van de Christenen te delen,
om les te geven, om hulp te bieden, om op te bouwen.
Nu leven zij tussen de puinhopen van een verwoeste stad.
Wie kon vluchten, ís gevlucht.
Iedere dag brengt gevaar en dreiging.
En toch hebben die drie zusters ervoor gekozen om in Aleppo te blijven.
Om de bedreigde Christenen bij te staan.
Ze zeggen:
“We blijven om te troosten,
we zetten onze schouders onder het kruis van deze mensen,
we helpen waar we kunnen
hopelijk laat onze aanwezigheid mensen voelen,
dat ze niet door iedereen in de steek gelaten worden.”

In een wereld die in puin ligt,
brengen deze zusters een stukje van de wereld van God.
Het lijkt misschien dwaas of onnodig om daar te blijven.
Maar ze geven álles, voor de mensen die achterbleven.
Dat is ook hun geschenk aan God.
De zusters tellen nauwelijks mee in de strijd die om hen heen woedt.
Maar het Koninkrijk van God wordt gebouwd op zulke mensen.
Want ze laten anderen ervaren dat ze niet alleen staan.
Ze delen pijn en angst.
Zij maken de woorden van Jezus tot hun eigen levensverhaal:
“Hij en wij blijven bij je, tot het einde van de tijden!”

En ook dichtbij zijn er Goddank zoveel goede mensen,
die elkaar het licht in de ogen gunnen,
die kinderen geborgenheid schenken, die zieken bezoeken,
die rouwende mensen met zorg omringen,
die zorgen, bidden, omarmen en vergeven.
Zij maken deel uit van de kerk
en daardoor van het leven van anderen.
Jezus beschrijft al die trouwe mensen met kleine alledaagse beelden.
Als licht in de donkerte.
Als zout dat smaak geeft aan deze wereld.
Als een mosterdzaadje dat klein begint en uitgroeit.

Zó begint zijn koninkrijk.
Niet op de voorpagina van de krant, maar in het hart van mensen,
die doen wat ze kunnen doen.
Wees realist,
ben bezorgd,
zie wat niet goed gaat, wat beter en anders kan.
Maar laat je niet ontmoedigen.
Het groot vertoon, het goud en zilver van de Tempel is allang verdwenen.
Maar het kleine muntje van de weduwe hoor je nog steeds vallen,
in het Verhaal dat Jezus ons vertelde.

Wees niet bang, doe het goede,
en Hij zal bij je zijn,
tot het uiteinde van de aarde en tot het einde van de tijden.

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey