Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
18de zondag door het jaar (B)
1 en 2 augustus 2015
 
 

Schriftlezing:

Exodus 16, 2-4.12-15

Verkondiging (preek):

Er is nogal eens naar de hemel gekeken en  diep gezucht.
Nederlanders zijn daar heel goed in.
Wanneer de zon warm schijnt,
dan wordt er geklaagd over de hitte.
Beginnen verkoelende regenbuien te vallen,
dan zijn we dat ook al snel moe.

Ook in de Bijbel hebben mensen naar de hemel gekeken en diep gezucht.
Zo diep, dat God het hoorde.
Het ging dan ook over iets anders dan het weer.
Het Joodse volk kreunde onder de slavernij van Egypte.
De Farao buitte het volk uit
en legde ondraaglijke lasten op.
Wanneer God Mozes roept, om het volk naar de vrijheid te leiden,
dan zegt de Heer:
“Hun geroep is naar de hemel gestegen.
Ik heb hun jammerklachten over de onderdrukking gehoord,
Ik weet hoe ze lijden”.

Maar wanneer het volk eenmaal bevrijd is,
blijven ze naar de hemel kijken en zuchten.
Aan de oever van de Zee roepen ze:
“Waren we maar in Egypte gebleven”.
Totdat de Zee voor hen open gaat en ze gered worden.

Vandaag kwamen we het volk tegen op de helft van de weg
tussen Egypte en het Beloofde Land.
En opnieuw roepen ze naar de hemel:
“We hebben honger.
Waren we maar in Egypte gebleven,
daar waren de pannen met vlees gevuld en was er volop brood.”

En opnieuw aanhoort God het geklaag en komt te hulp.
Het regent voedsel.
Broodkruim uit de hemel.
Het volk weet niet het is.
Daarom roepen ze: “Man-na? Man-na?”
“Wat is dat? Wat is dat?”

Manna is niet de naam van het brood,
maar de vraag van het volk: “Wat is dat toch?”
Die vraag maakt het verschil tussen een toververhaal en een geloofsverhaal.
Het brood uit de hemel is een teken.
God laat zijn volk niet verloren gaan.
De hemel omarmt de aarde.
De weg is lang, maar Gods Volk is in goede Handen.

Wie de Bijbel een beetje kent, weet dat het volk nog  vaak naar de hemel zou kijken.
Wachtend op hulp.
Verlangend naar een teken.
Vaak ook afwachtend, achteroverleunend.

Wanneer eeuwen later Jezus rondloopt in het Heilige Land,
dan zuchten de mensen nog steeds.
Niet onder het juk van Farao,
maar onder de onderdrukking van de Romeinen
en van hun eigen leiders.
Ze hongeren naar een leven in vrijheid.

En Jezus laat zien, hoe de hemel antwoordt.
Hijzelf wil het brood zijn, dat de diepste honger kan stillen.
Hij komt om mensen te laten weten,
dat God met hen meegaat,
dat het goede blijft,
dat de weg soms lang en taai is,
maar dat wij in goede Handen zijn.
Wanneer de mensen naar Jezus luisteren,
dan staan ze verbaasd.
Hij sprak niet zoals hun leiders, maar Hij sprak met gezag.

Wanneer de mensen naar Jezus kijken,
dan vragen zij zich af wie Hij is
en waar zijn Kracht vandaan komt.

Wanneer Jezus het brood breekt
en een hongerige menigte voedt,
dan klinkt opnieuw de vraag:
“Man-na? Man-na?” … Wat is dit? Wat is dit?

Jezus is Gods teken bij uitstek.
En Hij leert ons om naar de hemel te kijken.
Niet alleen om te zuchten en te klagen.
Maar vooral om kracht te vragen, zodat je verder komt.
Om net zoals Jezus brood uit de hemel te worden voor elkaar.
Om de honger naar vriendschap en liefde te voeden.
Om het Heilig Brood en het dagelijks brood te delen.
Om elkaar gaande te houden met de broodnodige hoop
en niemand verloren te laten gaan
onderweg naar het Beloofde Land.

Wie naar de hemel roept, ontvangt het antwoord in het eigen hart:
Voed elkaar met goedheid en trouw,
draag elkaar, zoals God ons allen draagt.
Dan zul je regelmatig verbaasd staan over het goede dat je gegeven wordt:
Man-na? Man-na? 
Wat is dat toch?
Wees brood uit de hemel voor elkaar,
een levensteken namens God.

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey