Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Derde zondag van de vastentijd (B)
7 en 8 maart 2015
 
 

Schriftlezingen:

Exodus 20, 1-17
Joh. 2, 13-25

Verkondiging (preek):

in 1961 verongelukte een vliegtuig in Afrika.
Aan boord zat Dag Hammerskjöld,
de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Hij was onderweg naar Kongo om een conflict op te lossen,
toen hij om het leven kwam.
Zijn werk voor de Verenigde Naties  bracht hem in landen over heel de wereld,
waar hij sprak met regeringen en leiders, op zoek naar vrede en recht.

Intussen maakte Hammerskjöld ook een persoonlijke reis.
Hij was op zoek naar de binnenkant van het leven,
naar de zin van het bestaan,
naar de Bron waarin hij geloofde.

Hammerskjöld was voortdurend onderweg,
in alle werelddelen.
Maar in zijn dagboek schreef hij het volgende:
“De langste reis, is de reis naar binnen …”

Want de reis naar binnen, eindigt nooit.
Het is een levenslange ontdekkingstocht,
naar het hart van je leven, naar de Bron van het bestaan.
De reis naar een ander land kun je in kilometers uitdrukken.
De reis naar binnen, is oneindig.

Dat zouden ook Mozes en zijn volk ontdekken.
Vanuit Egypte trokken zij weg,
Vanuit de slavernij, op zoek naar vrijheid.
Vanuit de bittere onderdrukking, naar een Land van melk en honing.

Op die reis zou het volk van God ontdekken
dat echte vrijheid niet begint achter de horizon,
in een ander land, in een andere tijd.
Echte vrijheid begint binnen in een mensenhart.
Waar het leven heilig is, dáár worden mensen bevrijd.
Daar zwijgt het verlangen naar macht en bezit.
en kan God aan het Woord komen in je leven.

Voor Mozes en zijn volk eindigde de reis niet toen zij Egypte verlieten.
Zij moesten stap voor stap ontdekken
dat vrijheid een gave is,
maar ook een verantwoording.
Dat je het oude los moet laten, om het nieuwe te vinden.

De valse goden moesten zij loslaten.
De dans om het gouden kalf onderbreken.
Want wie goud en geld aanbidt,
die mens wordt nooit vrij.
God is niet te koop
en ook echt geluk is niet te koop.

En nog meer moest dat volk in de woestijn leren.
Om je naaste zó te behandelen, als jezelf behandeld wilt worden.
Om relaties te eerbiedigen,
om recht te spreken in plaats van te roddelen,
om je af te vragen wat goed is … en ernaar te handelen.

Dat maakt een mens innerlijk vrij.
Dan pas word je deel van het volk van God.
Een Rabbijn zei het als volgt.

“Om het volk te bevrijden uit de slavernij van de Farao,
waren tien plagen nodig,
die in enkele dagen tijd plaatsvonden.
Om het volk te bevrijden uit de slavernij van hun eigen hart
waren tien geboden nodig
en veertig jaren om ze van binnen te leren.”
Vandaag hoorden wij in de eerste lezing over die tien geboden,
tien richtingwijzers naar vrijheid,
naar een leven met God.
Die tien geboden leggen het leven niet aan banden,
maar ze willen je ervan doordringen
hoe heilig het leven is …
dat van jou en van een ander.
Dáárom mag je niet doden, niet stelen, niet kwaadspreken,
dáárom mag je het geluk van een ander niet stukbreken.

Mozes reikte de tien geboden aan,
die gebeiteld stonden op stenen platen.
Als een reisgids naar het Beloofde Land,
als een tom-tom naar God.
Maar alleen wanneer die tien geboden in het hart van mensen gegrift staan,
alleen dan kunnen ze in vervulling gaan.

Beste mensen,
gedurende 40 jaar trok het Joodse volk door de woestijn,
om zich de 10 geboden eigen te maken.

Die getallen hebben iets te zeggen.

40 jaar, dat was in die tijd een mensenleven lang.
Omdat de reis naar binnen nooit eindigt.

10 geboden, voor iedere vinger één.
Je hebt er je handen aan vol,
maar ze brengen je wel naar het Beloofde Land.

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey