Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
23ste zondag door het jaar (A)
6 en 7 september 2014
 
 

Schriftlezingen:

Ezechiël 33, 7-9
Mattheus 18, 15-20

Verkondiging (preek):

Na de Tweede Wereldoorlog werden in de Sovjet-Unie
enorme staatsbedrijven gebouwd.
Grote fabrieken en landbouwbedrijven.
Maar de productie haalde de verwachte resultaten niet.
Vaak waren oogsten matig
en fabrieksproducten beneden de maat.
Machines werden slecht onderhouden
en lang niet iedereen legde hart in het werk.
Dat had te maken met de afstand tussen arbeider en product, tussen boer en land.
De enorme staatsbedrijven misten vaak één belangrijk ingrediënt
en dat was verantwoordelijkheid.
Alleen waar iemand zich verantwoordelijk voelt,
kan het werk écht goede vruchten voortbrengen.

Vandaag vertellen ook de Lezingen uit de Bijbel ons over verantwoordelijkheid.
In de Eerste Lezing was de profeet Ezechiël aan het woord.
Hij spreekt namens God het volk aan.
De boosdoener moet stoppen met kwaad te doen,
anders loopt het verkeerd af.
Maar dat is ook een verantwoording van de mensen om de boosdoener heen.
Zij hebben de plicht om te waken over hun naaste.
De profetenwoorden zijn heel duidelijk:
“Als gij uw mond niet open doet en de schuldige niet waarschuwt,
dan zal ik rekenschap van u vragen!”

Mens ben je niet alleen voor je zelf,
maar ook voor degenen in je omgeving.
Je bent op deze aarde om vreugde te delen, om troost te schenken,
maar ook om elkaar op het goede spoor te houden.
Om te waken over je naaste, te proberen die ander uit de problemen te houden.
Dat is onze verantwoording.

In het eerste boek van de Bijbel komen we die opdracht al tegen.
Wanneer Kaïn zijn broer Abel gedood heeft,
dan vraagt God: “Waar is Abel, je broer?”
En Kaïn antwoord verontwaardigd: “Ben ik soms mijn broeders hoeder?”

Daar zit het ‘m juist in.
Je bent je broeders hoeder.
Je zusters hoeder.
Een mens met een verantwoording.
Niet in het onmogelijke, maar wel zo ver als het gaat.

Jezus maakt dat duidelijk in het Evangelie.
Wanneer iemand in je omgeving de weg kwijt dreigt te raken,
ga eerst eens met die ander in gesprek.
Praat niet over de ander, spreek geen kwaad, want dat maakt het alleen maar erger.
Onder vier ogen is al menig probleem opgelost.
Het kost moeite om de eerste stap te zetten
en naar de ander toe te gaan.
Zeker wanneer er gekwetst werd.
Maar probeer het.
Wanneer je onder vier ogen de waarheid boven tafel krijgt,
dan is er ruimte voor vergeving,
dan kun je samen verder.

Maar soms lukt dat niet.
Dat weet ook Jezus.
Daarom geeft hij een tweede stap aan.
Wanneer je er samen niet uitkomt,
neem dan een of twee anderen mee.
Soms heb je anderen nodig om met elkaar in gesprek te raken.
Soms ziet een ander beter wat gebeurt.

En lukt ook dat niet,
dan geeft Jezus een derde stap aan.
Maak het tot een zorg van de hele gemeenschap.
Laat iemand niet zomaar uit je midden verdwijnen,
maar probeer elkaar binnenboord te houden.
Pas wanneer je dat álles hebt gedaan,
kun je elkaar loslaten.
Soms heb je geen andere keuze, omdat anders een gemeenschap,
een gezin of een familie stuk gaat.

En zelfs dan zijn de mogelijkheden niet uitgeput.
Want er is altijd nog een weg, je kunt samen bidden voor de ander.
Vanuit het geloof dat Jezus ons aanreikt:
“Waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.”
Bidden voor iemand, dat zegt dat je weigert om iemand los te laten.
Dat je verantwoording draagt als Christen.
Dat je de ander en je zelf bij God brengt,
met alle pijn en woede, met je teleurstelling en je hoop.

En waarom zou je zoveel moeite doen om een ander vast te houden?
Juist omdat ieder van ons vergeving nodig heeft.
Omdat geen mens vrij van zonden is.
Dat is de bodem onder onze verantwoordelijkheid.
Wie ben ik, wie zijn wij, om een ander af te schrijven?
Paus Franciscus zegt het regelmatig:
“Ook ik ben een zondaar, daarom kan en wil ik niemand buitensluiten!”

Dat zelfde besef had Angelo Roncalli, de latere paus Johannes XXIII.
Toen hij nog kardinaal van Venetië was, hoorde hij
dat een pastoor uit een dorp in de bergen veel ergernis veroorzaakte.
De pastoor was voortdurend dronken en schold dan op zijn parochianen.
Iedereen sprak er schande van
en vond dat de man uit het ambt gezet moest worden.
De kardinaal ging naar het bergdorp
en trof de aangeschoten pastoor in de kroeg aan.
Hij vroeg om met hem mee te gaan naar de pastorie.
En daar gebeurde iets wonderlijks.
De kardinaal begon niet met schelden,
maar hij vroeg: “Broeder, zou ik bij jóu mogen biechten?”
De kardinaal vroeg zelf als eerste vergeving
en gaf daarmee ruimte aan de pastoor om de weg terug te vinden.
De latere paus zei als het ware:
“Ik laat je niet vallen,
ik zie nog altijd iets goeds in jou.
Ik blijf het voor jou opnemen,
zoals ik hoop dat anderen het voor mij opnemen,
omdat wij allen Gods vergevende liefde nodig hebben!”

Ben ik mijn broeders hoeder?
Die eeuwenoude vraag hebben profeten en ook Jezus met “Ja” beantwoord.
Wij zijn verantwoordelijk voor elkaar.
God vraagt niet het onmogelijke,
maar wel álles wat mogelijk is.

Amen!


 

        
 
 
2017 Parochie Pey