Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Christus koning (C)
23 en 24 november 2013
 
 

Dit weekend wordt in alle Limburgse kerken onderstaande brief van de bisschop voorgelezen bij gelegenheid van de afsluiting van het "Jaar van het geloof"

Voorleesbrief sluiting Jaar van het Geloof
Ter voorlezing/publicatie, bij gelegenheid van de sluiting van het internationale Jaar van het Geloof, in de Limburgse parochies en kloosters in het weekeinde van 24 november 2013

Broeders en zusters,

Het Jaar van het Geloof – dat nog door paus Benedictus is uitgeroepen – loopt nu ten einde. In ons bisdom hebben in diverse parochies activiteiten plaatsgevonden om het belang van het geloof opnieuw onder de aandacht te brengen. Zelf mocht ik in enkele dekenaten deelnemen aan regionale ontmoetingen en eucharistievieringen.

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was geloofsoverdracht vanzelfsprekend. Kinderen kregen de rituelen en gebruiken van thuis mee. En op school werd aan de hand van de catechismus met een vraag- en antwoordmethode het geloof systematisch uitgelegd. De ouderen onder u kunnen zich dat vast nog herinneren.

Maar we mogen ons nu afvragen of er toen sprake was van echte geloofsoverdracht of dat er alleen maar standaardzinnetjes uit het hoofd werden geleerd. Er werd nauwelijks over het geloof van gedachten gewisseld en er werd zeker niet over gediscussieerd. Ik denk dat we rustig mogen stellen dat er ook toen maar op beperkte manier sprake was van geloofscommunicatie. De schat van het geloof werd wel aangereikt, maar daarom nog lang niet altijd eigen gemaakt.

In de bewogen jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hebben velen de geloofsschat als ballast van zich afgeworpen; blij bevrijd te zijn van een geloof, dat in de eigen ervaring was gereduceerd tot een verzameling van regels, wetten en plichten. Vreugde aan het geloof werd zeker niet door iedereen beleefd. Laten we daar maar eerlijk over zijn. Veel mensen hadden in die oude situatie geen persoonlijke band met God opgebouwd of deze alleen als drukkend ervaren.  

Misschien werd God in de verkondiging te zeer voorgesteld als het strenge alziende oog dat alles ziet en niets vergeet. God was bij velen meer bekend om Zijn straffen dan om Zijn liefde, Zijn barmhartigheid en Zijn liefdevolle blik van tederheid en mededogen. Geloofsoverdracht is dus veel meer dan het overdragen van kennis. Ook de geloofsbeleving is belangrijk.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft geprobeerd hierin verandering te brengen, door de kerk meer als een gemeenschap te presenteren, waarin de gelovigen zelf actief participeren. Nu het Tweede Vaticaanse Concilie met al haar veranderingen vijftig jaar achter ons ligt, moeten we bereid zijn een balans op te maken en ons de vraag te stellen: “Hoe nu verder?”

Intussen is er een nieuwe generatie kerkmensen aangetreden. Voor hen is het geloof niet langer meer een vanzelfsprekendheid die van thuis uit is meegegeven. Iedere als kind gedoopte gelovige staat vroeg of laat voor de eigen keuze om als bewust christen door het leven te gaan. Het cultuurkatholicisme loopt ten einde.

Ons geloof is niet zelf bedacht, maar is ons geschonken. God heeft zich als een God van mensen doen kennen. Hij heeft mensen bij naam aangesproken. Dat gebeurde al bij Abraham, de eerste van alle gelovigen en in de hele geschiedenis van het Joodse volk. Het gebeurde op een niet meer te overtreffen wijze in Jezus, Gods Zoon. Hij leefde in ons midden en deelde het dagelijkse leven en alles
wat daarmee verbonden is met ons. Elk woord dat Jezus sprak en elke daad die Hij stelde, was altijd een teken van Gods liefde voor ieder van ons. 

Bewust geloven in onze dagen betekent dat we geloven in de persoon van Jezus als de Christus en de Zoon van God. Hij is de mens geworden God in ons midden. In Jezus heeft God een menselijk gezicht gekregen. In Jezus heeft God ons menselijk leven gedeeld. In een daad van uiterste liefde is Hij zelfs aan het kruis gestorven om alle kwaad van ons weg te nemen en ons met de hemelse Vader te verzoenen.

Dat is de kern van ons geloof. In de zondagse eucharistievieringen spreken we dat uit in de geloofsbelijdenis, die niet voor niets begint met de woorden “Ik geloof’. ‘Credo’ zeggen we in het Latijn. Dat is afgeleid van ‘cor do’, wat betekent: “Ik geef je mijn hart.”

Geloven is een daad van liefde, zoals een man en een vrouw elkaar hun hart schenken. Geloven houdt in dat we ons hart geven aan Jezus, die altijd hart voor ons heeft gehad. Zelfs aan het kruis. Het houdt ook in dat we geloven dat God zelfs na de kruisdood van Jezus Zijn handen niet van ons terugtrok. In plaats daarvan liet Hij Zijn zoon opstaan uit de dood. En Zijn liefde kwam over ons in de gave van de heilige Geest, Gods blijvende en bezielende nabijheid voor altijd.

De grote protestantse theoloog Karl Barth wijst erop dat wij onze jaartelling aanduiden als ‘na Christus’. Wij leven nu in het jaar 2013 na Christus. Maar, zo zegt Barth, veel gedoopten leven eigenlijk nog vóór Christus, want ze zijn er niet aan toegekomen om hun hart aan Jezus te geven of Hem tot hun hart toe te laten.

Wie dat wél doet, leeft met Jezus en Hij leeft met ons. In het evangelie volgens Johannes zegt Jezus: “Wie Mij ziet, ziet de Vader… Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven…. Ik ben de verrijzenis en het leven… Ik ben het Brood van het eeuwig leven…”

Uit deze woorden spreekt een groot zelfbewustzijn. Hoe nederig Jezus ook is, over Zijn herkomst en over Zijn zending spreekt Hij steeds zeer zelfbewust. Hij vraagt ons om geloof in Hem als Gods Zoon.

Misschien vraagt iemand: “Is Jezus nu zo belangrijk? Ik kan toch ook zonder Jezus een goed mens zijn? Ik kan toch zelf wel ergens anders mijn inspiratie zoeken?”

In antwoord daarop kan ik als uw bisschop niet anders dan u voorgaan in het geloof van de Kerk en u uitnodigen om uw hart te geven aan de Drieëne God: de hemelse Vader, de Zoon die God in ons midden is geweest. En aan de heilige Geest, die Geest is van de Vader en de Zoon.

Iedereen die zich oprecht christen wil noemen en zijn of haar hart aan Jezus geeft en diens Woord en voorbeeld volgt, zal merken dat geloven ons leven verandert en rijker maakt. De met ons christelijke geloof verbonden opdracht tot naastenliefde kan de wereld veranderen. Ons geloven brengt Gods Koninkrijk dichterbij, want wij voegen Gods liefde toe aan deze samenleving, waarin wij het geluk van alle mensen willen dienen.

In de Handelingen van de Apostelen lezen we hoe de eerste christenen zich toelegden op de leer van de apostelen, die getuigden over Jezus als de Verrezene, de Zoon van God. Verder kwam de christengemeente samen om eucharistie te vieren en zich toe te leggen op het gebed. Tenslotte waren ze trouw aan elkaar en behulpzaam bij noden en zorgen. Deze weg die ons hier gewezen wordt, is de weg die ik als bisschop u graag wil wijzen en ook zelf wil gaan.

Geloven maakt gelukkig. Niet één enkel jaar, maar een mensenleven lang.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

 
 
 
 
 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey