Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
30ste zondag door het jaar (C)
26 en 27 oktober 2013
 
 

Schriftlezingen:

Jezus Sirach 35, 12-14.16-18
Lucas 18, 9-14 (de gelijkenis van de Farizeeër en de Tollenaar)

Verkondiging (preek):

De afgelopen week werd het “Wonder van Legende” herdacht.
Vijftig jaar geleden was er een groot ongeluk
in een Duitse kolenmijn.
Heel wat mijnwerkers kwamen om het leven
en anderen raakten opgesloten in de diepte van de mijn.
Reddingspogingen mislukten en de mijnwerkers leken hopeloos verloren.
Maar kompels bovengronds weigerden om op te geven.
Ze bleven zoeken naar manieren om de overlevenden
naar boven te halen.
Er werd een noodschacht gegraven en na twee weken
werden de mijnwerkers naar boven gebracht.
Men sprak over “Het wonder van Lengede”.
Maar dat wonder werd mogelijk,
omdat de mensen boven weigerden de mensen onder op te geven.
Ze werkten alsmaar door, om ze vanuit de donkerte naar het licht te brengen.

De wereld waarin wij leven zou er heel anders uitzien,
wanneer mensen dat wat vaker probeerden.
Je naaste redden.
Alles doen om een ander aan het licht te brengen.
En vooral niet op willen geven,
wanneer je ziet hoe iemand in de knel raakt.
Soms beginnen wonderen inderdaad door te weigeren een ander los te laten!

En daar gaat het precies mis in het verhaal dat Jezus vertelde.
In het Huis van God komen twee mensen.
De eerste is een Farizeeër.
Op zich is er niets mis met hem,
want hij houdt zich aan de voorschriften, leeft fatsoenlijk
en geeft aan goede doelen, maar liefst een tiende van zijn inkomen.

Maar het is zijn levenshouding, die niet klopt.
De Farizeeër komt niet om God te danken, of om hulp te vragen.
Hij komt om Gód te vertellen hoe goed hij zélf wel is.
Hij heeft genoeg aan zichzelf.
En dan wijst hij ook nog naar die ander in de Tempel:
“Wat een geluk dat ik niet zo ben als die Tollenaar!”

De Farizeeër kon je verwachten in het Huis van God,
maar de Tollenaar niet.
Ze zagen hem daar liever gaan dan komen,
want Tollenaars inden belasting voor de Romeinen
en werden zelf rijk, ten koste van hun eigen volk.
En tóch komt die Tollenaar naar de Tempel, dat is al een wonder op zich.
Hij staat niet met zijn borst vooruit, maar buigt diep.
Hij beseft dat hij fouten heeft gemaakt  en vraagt aan God om hem te vergeven,
om hem te helpen een nieuw leven te beginnen.
Waar de Farizeeër vol van zichzelf was,
daar maakt de Tollenaar zichzelf leeg, hij opent zich voor Gods genade.

De Farizeeër gaat met zijn veroordelende houding tussen de Tollenaar
en God staan.
In plaats van de ander tegemoet te treden
en te helpen een nieuwe weg te bewandelen.
Soms zijn mensen zo op zichzelf gericht,
dat ze anderen in de schaduw zetten, afschrijven, opgeven.

Maar Jezus gaat ons voor op een andere weg.
Net zoals de mijnwerkers van Lengede, weigerde ook hij om zijn naasten op te geven.
Jezus zocht naar mensen in het donker,
naar wie van zijn leven een puinhoop had gemaakt,
naar de dwalende kinderen van God.
Om te redden, om hun leven aan het licht te brengen … dat was zijn roeping.

Het is goed om dat voor ogen te houden,
want het is ook onze roeping als Christenen.
Om in deze samenleving mensen niet af te schrijven,
wanneer ze anders leven dan wij.
Het is onze roeping om te weigeren het op te geven,
wanneer iemand van het leven een rommeltje heeft gemaakt.
Om proberen te vergeven in plaats van af te schrijven,
om de stille vraag om hulp te verstaan,
om iemand aan het denken te zetten, in plaats van die ander te beschuldigen.
Het is ook onze roeping om een kerk te zijn
die niet klaarstaat met een veroordelend vingertje,
maar met een uitnodigende omarming.
Want waar mensen zo naar elkaar blijven zoeken, daar zijn de wonderen nog niet de wereld uit, daar redt de een de ander ... in Godsnaam.

Jezus vertelt zijn verhaal niet, zodat wij elkaar in hokjes zouden plaatsen.
Maar om ons op elkaar te richten.
Een schilder begreep dat heel goed.
Hij maakte een schilderij van het Bijbelverhaal
en gaf aan de Farizeeër en de Tollenaar hetzelfde gezicht … zijn eigen gezicht.
Omdat ieder mens licht en donker in zich draagt,
omdat we soms een ander kunnen redden en dan weer gered moeten worden,
omdat we soms heilig lijken en dan weer zondaars zijn.

Wanneer we dát beseffen, dan zullen we ook moed ontvangen.
De ene keer om  te buigen voor God en kracht en vergeving te vragen.
De andere keer om je naaste op te richten,
om God de kans te geven, door jouw leven die ander te raken.

Vijftig jaar geleden gebeurde het “Wonder van Lengede”.
Het werd mogelijk omdat kompels weigerden hun collega’s op te geven.
Ook wij kunnen elkaar aan het licht brengen,
door elkaar nooit op te geven!
Dan gebeurt wellicht ook het wonder van Pey, of het wonder van je eigen leven!

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey