Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Witte Donderdag
29 maart 2013
 
 

Schriftlezingen:

Eerste Lezing: Exodus 12, 108.11-14 (Het maal van de uittocht)
Evangelie: Johannes 13, 1-15 (voetwassing)

Verkondiging (preek):

In de drie parochies van ons cluster worden kinderen voorbereid
op hun eerste Communie.
In Maria Hoop gebeurt dat in een combinatie van groep  3 en 4.
Sommige kinderen zijn dus nog heel jong.
Onlangs vertelde ik daarom in eenvoudige woorden wat Jezus deed bij het laatste Avondmaal.
Hoe Hij de stoffige voeten van zijn leerlingen waste
en zei: Je moet elkaar van dienst zijn.
En hoe Jezus die avond brood en wijn nam,
Omdat Hij zijn leven voor ons wil geven
en ons nooit alleen zal laten.

Een jongetje van zes jaar zei:
“Dat is wel lief van Jezus!”

Met die eenvoudige kinderwoorden gaf hij precies aan
wat we vanavond vieren.
We vieren inderdaad de liefde van Jezus,
die zichzelf gaf
in dienstbaarheid,
in brood en wijn,
in leven en dood.

Jezus deed dat in een bijzondere, heilige nacht.
Ieder jaar gedenken Joodse gelovigen,
hoe hun volk ooit gevangen zat in Egypte.
Tijdens het Paasmaal proeven ze de bitterheid van de slavernij,
wanneer bittere kruiden gegeten worden.
Maar ook proeven ze de redding uit een doodse situatie,
de bevrijding.
Zij eten een lammetje,
omdat het bloed van het lam op hun deurpost
ervoor zorgde dat hun gezin gespaard bleef.
Zij eten ongedesemd brood,
dat ooit diende als voedsel op de weg naar het beloofde land.
Zij zegenen de beker,
die vertelt over het verbond tussen God en zijn volk.

Tijdens het Joodse Paasmaal wordt niet slechts een geschiedenisles verteld.
De bitterheid van de slavernij
vertelt over het lijden, de pijn en de onvrijheid die mensen ook nu kan overkomen.
Het brood van de uittocht
vertelt over de weg naar vrijheid die midden in ons leven kan beginnen.

Jezus legt zijn leven in dat oude bevrijdingsverhaal.
Hij bevrijdt zichzelf van alle machtsdenken,
wanneer Hij door de knieën gaat
en de voeten van zijn leerlingen wast.

Jezus legt zijn leven in het oude bevrijdingsverhaal,
wanneer Hij het Paasbrood breekt.
Want zo wil Hij bij ons blijven,
als levensbrood,
als voedsel naar het beloofde land,
gebroken om ons te helen.

Jezus legt zijn leven in het oude bevrijdingsverhaal,
wanneer Hij de beker ronddeelt.
Omdat Hij zijn leven wil geven
als een verbond tussen God en zijn volk.
Zijn leven wordt tot de laatste druppel vergoten
om ons met God te verbinden.

Jezus was het hart van God,
Hij was ook een van ons,
Hij heeft als mens geleefd, hier op aarde.

Hij had geen macht, maar was meester in het dienen.
Zijn stem heeft Hij niet verheven, maar Hij sprak velen aan.

Hij schreeuwde niet, maar fluisterde in ieders oor:
“Ik heb je lief!”

Hij leerde ons houden van God
en zei in één adem:
“heb jezelf lief en precies zó de ander”.

Geknakt riet brak Hij niet.
Hij hielp kreupelen weer op weg.
“Verheug u!” zei Hij
“Vrees niet! Ik ben er voor jou!”
Hij nam het op voor armen en ontrechten.

Hij heeft alles welgedaan.
Wij hebben het van horen zeggen
en dit getuigenis is betrouwbaar.

Hij werd als Brood gebroken.
Maar Hij is niet dood.
Hij leeft in God.
Hij leeft in al die mensen die hart hebben voor elkaar.

Dat is zijn Geheim.
Te groot om te begrijpen.
Maar zo helder voor wie het wil geloven.

Amen!


Na de Communie:

Nadat Hij maaltijd had gehouden met zijn leerlingen, sprak Jezus:
“Ik zeg jullie:
vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok,
tot de dag waarop Ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken
in het koninkrijk van mijn Vader.”
Na het bidden van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Zoals Jezus en zijn leerlingen,
zullen ook wij psalmen bidden,
voordat we de weg naar goede vrijdag inslaan.
Intussen zal het altaar worden ontbloot.

Psalmen door de lector en allen:

Psalm 139

Le. Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
   U weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten,
Al. ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.

Le.  Geen woord ligt op mijn tong,
of u, Heer, kent het ten volle.
Al.   U omsluit mij, van achter en van voren,
u legt uw hand op mij.

Le.   Wonderlijk zoals u mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.
Al.   Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
 
Le.   Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.
Al. Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
 
Le.   ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.
Al.   Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
het licht om mij heen veranderen in nacht,’
 
Le.   ook dan zou het duister voor u niet donker zijn –
de nacht zou oplichten als de dag,
het duister helder zijn als het licht.

Psalm 126

Le. Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.

Al. Toen zeiden alle volken:
‘De Heer heeft voor hen iets groots verricht.’
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Le. Keer ook nu ons lot, HEER,
zoals u water doet weerkeren in de woestijn.
   Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Al. Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

Psalm 23

Le. De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,

Al. Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

Le. Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,

Al. uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,

Le. U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,

Al. ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

Zending en zegen (pastoor):

Na het bidden van de psalmen
gingen zij de stad uit,
naar de Olijfberg.

Jezus gaat op weg,
naar de Hof van Olijven
waar Hij zich bedroefd en angstig voelt worden,
en zal bidden:

Vader, als het mogelijk is,
laat deze beker dan aan Mij voorbij gaan,
maar laat het niet gebeuren zoals Ik wil,
maar zoals U het wilt.

In de stilte van de Hof van Olijven
verlaten wij nu onze kerk,
op weg naar morgen,
de dag van het kruis en het lijden van Christus.

Eindigen wij daarom deze viering
door ons met het kruis te tekenen:

+ In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
 Amen.

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey