Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Eerste zondag van de Vastentijd (C)
16 en 17 februari 2013
 
 

Voorleesbrief

In alle katholieke kerken in Nederland wordt dit weekend de brief van de gezamenlijke Nederlandse Bisschoppen voorgelezen (in plaats van een preek):

Pasen in het Jaar van het Geloof
Vastenbrief 2013 Nederlandse bisschoppen 

Pasen valt vroeg in dit jaar. Maar in het Jaar van het Geloof, dat de paus heeft afgekondigd om het begin van het Tweede Vaticaans Concilie te herdenken, staat Pasen in het midden. Dat komt goed uit, want de viering van het lijden, sterven en verrijzen van onze Heer Jezus Christus kan zo ‘de deur van het geloof’ zijn die ons toegang geeft tot het leven met God. ‘De deur van het geloof’: dat is het beeld, dat de paus gebruikt als titel voor zijn afkondiging van het Jaar van het Geloof. Dat beeld wordt in de Handelingen van de Apostelen gebruikt voor de toestroom van gelovigen na de prediking van Paulus en Barnabas. Het is een beeld dat wij ook kunnen gebruiken om over ons zelf te spreken. Geloof klinkt als een soort terugkerend refrein in de verschillende verhalen uit de Schrift over Pasen. Telkens wordt verteld over de leerlingen die tot geloof in de verrezen Heer komen. In de liturgie van Pasen wordt dat proces dat de leerlingen doormaken op indringende wijze een proces dat ook wij (kunnen) doormaken en wel wanneer wij in de Paaswake onze doopbeloften vernieuwen.

In de paaswake worden wij gevraagd of wij geloven in God en we antwoorden met ‘ja’. Die vorm van vraag en antwoord maakt duidelijk dat geloven een antwoord is. Een antwoord op God die zich te kennen geeft, die zich aanbiedt, die onze instemming en toestemming vraagt om deel te worden van ons leven, om deel te nemen aan zijn leven.

In de paaswake worden wij gevraagd of we in God geloven. Geloven in iemand is niet zozeer een kwestie van weten, maar een kwestie van vertrouwen, van toevertrouwen. En dat geldt ook voor God of beter nog geldt voor God bij uitstek. Daarom begint de hernieuwing van de doopbeloften ook met de vraag of we ons af willen keren van het kwaad en toekeren naar God, een echo van de lezing uit de brief aan de Romeinen eerder in de paaswake, waarin Paulus uitlegt dat gedoopt worden een proces van sterven aan het oude leven en verrijzen tot een nieuw leven is.

Maar zoals we in ons dagelijkse leven wel willen weten wie we kunnen vertrouwen, zo ook in ons geloof. Vandaar dat de priester bij de hernieuwing van de doopbeloften niet eenvoudigweg vraagt of we in God geloven, maar drie keer vraagt of we geloven in God de Vader, in God de Zoon en in God de Heilige Geest. En vandaar ook dat in de drie vragen telkens iets van Gods werkzaamheid en zorgzaamheid aangegeven wordt. Bij God de Vader wordt de schepping genoemd, bij God de Zoon, de menswording omwille van ons en ons heil, bij God de Heilige Geest zijn werkzame aanwezigheid in ieder van ons en in de Kerk.

De hernieuwing van onze doopbeloften in de paaswake krijgt in onze tijd en in onze samenleving een apart accent. Geloven is niet meer vanzelfsprekend zoals dat in vorige periodes wel was en in andere samenlevingen nog wel is. Geloven in God Vader-Zoon-Heilige Geest is weliswaar nooit vanzelfsprekend geweest. Al in de evangelies is een refrein te horen van verbazing en verzet, een verzet dat uitloopt op de veroordeling en dood. Maar wij hebben een aparte gevoeligheid voor die niet-vanzelfsprekendheid van onze geloof. En hoe vreemd dat misschien ook klinkt: dat kan ons ook helpen om in onze tijd en in onze omstandigheden onze identiteit als Christenen en ons geloof te verhelderen.
Wij geloven in God Vader, Schepper van hemel en aarde. Daarmee belijden wij dat onze werkelijkheid, dat wijzelf een gave zijn. Dat maakt ook gevoelig voor die zaken in ons leven die we krijgen zoals genegenheid, vriendschap, liefde. Zaken die in onze economisch ingestelde samenleving niet altijd voorop staan, maar in ons geloof wel. Dankbaarheid als levenshouding hoort bij het koninkrijk van God

Wij geloven in God de Zoon, die omwille van ons en ons heil mens geworden is. Daarmee belijden wij dat we gemankeerde en beschadigde mensen zijn en ten diepste hulp nodig hebben. Elke Witte Donderdag lezen we het verhaal van de voetwassing. In dat verhaal verzet Petrus zich en dat verzet is precies een verzet tegen geholpen te worden. Het is zijn eer te na, het is onze eer te na hulp te vragen, afhankelijk te zijn. Maar Jezus zegt zeer beslist dat, wanneer Petrus volhardt in zijn verzet, hij niet bij hem hoort (Joh 13,2-10). Geholpen willen worden als levenshouding is een absolute voorwaarde voor het koninkrijk van God.

Wij geloven in God de Heilige Geest, die in ons woont. Daarmee belijden wij dat wij christenen zijn. Zoals Jezus door de zalving met de Heilige Geest bij zijn doop geopenbaard wordt als de Gezalfde, de Christus, zo zijn wij door onze doop gezalfden, ‘christenen’, tempels van de Heilige Geest. Die zalving geeft ons allen waardigheid en verantwoordelijk. Wij hebben de Heilige Geest ontvangen die in ons Abba Vader bidt (Gal 4,6) het gebed dat Jezus bad en zijn leerlingen leerde (Lc 10,21-22;11,1-4). Door de Heilige Geest zijn wij in de Zoon kinderen van de Vader, worden wij uitgenodigd vertrouwelijk om te gaan met onze God. Wij zijn geen vreemdelingen meer, maar huisgenoten. Vertrouwelijkheid is de sfeer die hoort bij het koninkrijk van onze God. En misschien is dit wel het meest kenmerkende van ons geloof: dat wij door de  menswording van de Zoon en de inwoning van de Heilige Geest bij God horen en God bij ons.

De verrezen Heer bezoekt op Paasavond de angstige en opgesloten leerlingen. De apostel Thomas is daar niet bij. Als hij de enthousiaste verhalen van de andere leerlingen hoort, reageert hij afwijzend. Hij kan pas geloven als hij de tekenen van het lijden in de verrezen Heer kan zien. Wanneer Jezus een week later weer bij zijn leerlingen komt, is Thomas wel aanwezig en ziet hij die tekenen. Hij belijdt dan zijn geloof: ‘mijn Heer en mijn God’. Die andere leerlingen hebben Thomas niet buiten gesloten omdat hij vragen had en Thomas is niet weggebleven omdat hij twijfels had. Zo kon hij binnen die gemeenschap groeien in geloof. Wij hopen dat ook onze geloofsgemeenschap de uitnodigende omgeving mag zijn waarin mensen kunnen groeien in geloof. Wij hopen dat deze vasten ons allen toe leidt naar ‘de poort van het geloof’ en dat wij allen in de hernieuwing van onze doopbeloften die vertrouwelijke omgang mogen vinden met God Vader-Zoon-Heilige Geest die ons verdiept en verbindt.

Utrecht, 4 februari 2013
De Nederlandse bisschoppen

 

        
 
 
2017 Parochie Pey