Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Christus Koning (B)
24 en 25 november 2012
 
 

Schriftlezingen:

Daniël 7, 13-14

Johannes 18, 33b-37

Verkondiging (preek):

Begin dit jaar moest ik voor enkele boodschappen bij Blokker zijn.
Het was februari, dus lagen in de zaak al de Carnavalsspullen klaar.
Een klein meisje had een kroontje gepakt en op haar hoofd gezet.
Toen ik langs haar liep maakte ik een buiging en zei:
“Goeie dag, prinses!”
Zij keek me met grote ogen aan, terwijl heel haar gezicht begon te stralen.
Het gevolg was dat ik haar in heel de winkel tegenkwam.
Aan het einde van ieder rek stond zij te wachten.
En ik groette haar netjes: “Dag prinses”.
Ik denk dat haar moeder die dag wel het kroontje heeft móeten kopen.

In de fantasie van een kind
maakt een kroon al een prinses van je, een koning of koningin.
Ook al is het maar een plastic kroontje.

Je kunt erom glimlachen,
maar je kunt er ook van leren.
Want grote mensen, die meten koningschap en leiderschap soms af aan heel andere zaken.
Aan goud en macht,
aan een paleis vol onderdanen,
aan een leger dat voor je vecht
of een onbetaalbare kroon op je hoofd.

Het verhaal van de Bijbel vertelt daarom,
dat God aarzelt wanneer het Joodse Volk om een koning vraagt.
Het volk heeft het gevoel dat het niet meetelt in een wereld
vol koningen, keizers en farao’s.
Ze zeuren hun profeten de oren van het hoofd,
totdat God uiteindelijk toegeeft.
Het volk krijgt een koning.
Eerst Saul, dan David en later weer anderen.

God geeft aan hoe een Koning zijn volk moet leiden.
De profeet moet geen kroon op zijn hoofd drukken,
maar de koning zalven.
Echt koningschap zit niet aan de buitenkant,
maar moet als zalf intrekken.
Om het hart van de koning zacht te maken,
zodat hij als zalf in de wonden van zijn volk kan worden.

Het verhaal van de Bijbelse koningen geeft aan
dat het moeilijk is trouw te blijven aan die roeping.
Telkens weer struikelen de vorsten van het volk,
ze raken verstrikt in hun eigen macht,
leven meer voor zichzelf dan voor hun volk.
Ze vergeten dat God de hoogste koning is
en dat Hij ieder mens waardigheid heeft geschonken.

Koning David beschreef misschien het beste
hoe een koninklijk mens er uit moet zien.
In de Bijbel staat een psalm over het Koningschap (Psalm 72):

Hij moet een herder zijn voor zijn volk,
en alle mensen rechtvaardig behandelen.
Hij zal moeten opkomen voor de misdeelden,
recht doen aan de minsten.
De macht moet hij breken van de groten,
die de mensen klein willen houden.
Hij zal een vriend moeten zijn
voor degene die niemand anders heeft
en bereid moeten zijn om te luisteren
naar de gewone mensen,
om hen toekomst te geven.

In het lijdensverhaal van Jezus komen we de leiders van die tijd tegen:
Koning Herodus en Pontius Pilatus.
Zij hebben macht, maar voldoen niet aan de profielschets uit de oude Psalm.

De Romeinse gouverneur Pilatus heeft meer hersens dan hart,
hij weet dat Jezus onschuldig is en toch laat hij Hem ter dood brengen.
Om het volk maar stil te houden,
offert hij een rechtvaardig mens op.

En Herodus is een koning van niets.
Hij heult met de Romeinse bezetters
en verrijkt zich ten koste van zijn eigen volk.

Maar wie wel op die koning uit de Psalm lijkt, dat is Jezus.
Een koning die herder is,
die het arme schaap begrijpt, het verloren schaap gaat zoeken
en de kudde bijeen wil houden.
Een koning die niet op zichzelf gericht is,
maar die hart heeft voor de kleinen en kwetsbaren,
voor zieken en gewonden, voor kinderen en vreemdelingen.

In het Evangelie noemt Jezus zichzelf vandaag voor de eerste keer koning.
Maar geen koning zoals er zoveel rondlopen in deze wereld.
Een koning met doornenkroon, een koning die mensen optilt,
een koning die een kruis draagt, zoals zo vele van zijn onderdanen dat moeten doen.
Zijn Koningschap komt van God en is daarom onvergankelijk.

Wil je Hem dienen?
Buig dan eens voor een van de kleine mensen om je heen.
Geef je hart aan mensen die ten onder gaan aan de hardheid van het leven.
Laat de mensenkinderen die je ontmoet ervaren dat zij koningskinderen zijn:
“Dag prinses … dag prins … dag kind van God!”

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey