Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
29ste zondag door het jaar (B)
20 en 21 oktober 2012
 
 

Schriftlezingen:

Jesaja 53, 10-11

Marcus 10, 35-45

Verkondiging (preek):

Wanneer je de koningin zou willen spreken, dat gaan dat niet zomaar.
Je kunt niet opbellen en zeggen:
“Luister Beatrix, komt het uit wanneer ik vanmiddag aankom? Wanneer jij koffie zet, dan neem ik een rijstevlaai mee ..."

Tussen de koningin en het volk staan mensen,
die haar agenda beheren en kijken wat mogelijk is.

In oude culturen gold dat nóg sterker.
Wanneer een farao, koning of keizer zitting hield,
dan stonden links en rechts naast de troon adviseurs.
Hoge ambtenaren, die een verzoekschrift aanpakten en erover spraken met de vorst,
om vervolgens tegen het volk te antwoorden, namens de koning.
Zo’n adviseur had een hoge functie, met veel invloed en macht.

En precies dat staat ook twee leerlingen van Jezus voor ogen.
We hoorden dat in het Evangelie van zojuist.
Jakobus en Johannes hebben gehoord hoe Jezus spreekt over een koninkrijk.
Daarom zijn zij er als de kippen bij en solliciteren naar de hoogste baan
in dat koninkrijk.
Ze willen links en rechts van Jezus zitten,
wanneer zijn heerlijkheid gekomen is.

In het antwoord dat Jezus geeft, klinkt teleurstelling door.
Jakobus en Johannes hebben het nog steeds niet begrepen.
Zij hebben een verkeerd beeld van Jezus.
Ze verwachten dat hij op een dag op een gouden troon zal zitten,
om hoog verheven de scepter te zwaaien.
En dan willen zij delen in zijn macht, als zijn belangrijkste leerlingen.
Jezus moet ervan zuchten.
Hebben zijn leerlingen nog zo weinig begrepen van zijn Boodschap?
Links of rechts van Jezus staan,
dat houdt immers heel iets anders in, dan geëerd en geprezen worden.
Het is lang niet altijd een erebaantje.
Het verheft je niet boven het alledaagse leven, in tegendeel.

Naast Jezus staan, dat betekent:
je arm om een schouder leggen en troosten,
kiezen voor zwakke mensen in je omgeving,
omkijken naar wie niemand anders omziet.

Wie naast Jezus staat, zal zeker niet altijd geprezen worden.
Soms zullen mensen zeggen dat je gek bent
of misbruik maken van je goedheid.
Jezus wijst ons niet de gemakkelijkste weg.

Wil je links of rechts van Jezus staan, dan moet je niet jezelf verheffen.
Je moet door je knieën om een ander op te rapen.
Dat is de enige manier om promotie te maken in het Koninkrijk van Jezus.
Wie groot wil zijn in Gods ogen, die mag zijn medemens niet uit het oog verliezen.
Wie zichzelf wil vinden, mag niet vergeten om anderen te zoeken.

Vandaag, op Wereldmissiedag, is het goed om daar bij stil te staan.
In onze samenleving worden we vaak opgejaagd.
Om beter, sterker, rijker te zijn dan een ander.
Maar wie de Weg van Jezus volgt, heeft dat niet nodig.
Hij wil ons bevrijden van het verlangen naar macht.

Macht maakt relaties en verhoudingen stuk; dat hoorde we in het Evangelie.
Wanneer de andere apostelen horen wat Jakobus en Johannes gevraagd hebben,
dan breekt even de eenheid.
Het verlangen naar macht brengt verdeeldheid.
Dat is zo in een relatie, in een vereniging, maar ook wereldwijd.
Jezus leert ons juist om naast elkaar te staan, dan pas wordt je echt gelukkig
en kun je anderen gelukkig maken.

Daarvan vertelt ook het volgende verhaal …
God wilde geluk geven aan de mensen.
Maar geluk is zo kostbaar, dat je het zomaar kunt uitdelen.
Daarom riep hij zijn engelen in een vergadering bijeen.

“Luister”, zei God, “ik wil geluk bezorgen aan de mensen.
“Niet zomaar, ze moeten het zoeken, er iets voor doen.
Dan pas zal het waarde krijgen voor de mensen!”

Een grote engel zei:
”Geluk mag niet gemakkelijk te vinden zijn.
Laten we het daarom verbergen diep in de zee”.
Dit vond God niet zo’n goed idee.
“Dan kunnen alleen de heel goeie zwemmers en de duikers het vinden.
Geluk moet door allen gevonden kunnen worden”.

Een kleine engel zei:
“Wel, laat het ons dan verbergen op de maan, daar is het veilig en toch vindbaar….”
“Neen”, zei God, “dat is niet goed.
Dan zouden alleen de astronauten het vinden.
Geluk is voor alle mensen die er echt naar zoeken”.

Een derde engel zei:
”Ik weet het, niet te diep, niet te ver weg en toch hoog genoeg:
breng het boven op een rots.”
“Daar kunnen alleen de bergbeklimmers en mensen met goede benen
en veel adem het vinden”, zei God,
“en geluk is voor alle mensen die ernaar zoeken.”

“Weet je wat we doen,” zei God,
”ik leg het geluk in het hart van kindere, jongeren en volwassenen over heel de wereld.
Maar de mensen zullen het pas vinden als
ze met elkaar begaan zijn.”

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey