Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
22ste zondag door het jaar (B)
1 en 2 september
 
 

Schiftlezingen:

Deuteronomium 4, 1-2.6-8
Marcus 7, 1-8.14-15.21-23

Verkondiging (preek):

Regels en  voorschriften kunnen heel verschillend ervaren worden.
Ouders met een tienerzoon- of dochter weten daar alles van.
De opmerking dat hij of zij op tijd thuis moet zijn,
of niet naar een bepaalde uitgaansgelegenheid mag,
wordt doorgaans niet met veel enthousiasme begroet.
Negen van de tien keer krijgen de ouders te horen:
“Jullie zijn zó ouderwets,
ik mag ook niks,
mijn vrienden mogen dat wel!”

In de ogen van een puber kunnen regels stom lijken,
totdat ze volwassen worden
en inzien dat hun ouders het beste wilden,
dat  sommige regels er zijn om je te beschermen.
Regels krijgen een heel andere betekenis,
wanneer je beseft dat er liefde uit spreekt.
Dan worden zij levenslessen.

Ook in de Bijbel wordt regelmatig gesproken over voorschriften,
wetten en regels.
We hoorden daarover in de eerste Lezing.
Daar sprak Mozes het volk toe, zoals een ouder zijn kinderen toespreekt.
Op de lange weg van de slavernij in Egypte,
door de woestijn,
naar het beloofde land,
zal het volk gaandeweg volwassen worden.
De leefregels die Mozes hen aanreikt, willen hen daarbij helpen.

In de Bijbel wordt er gesproken over de Wet.
En dat gaat veel verder dan een stel voorschriften.
Het gaat er niet om, dat mensen de wet gelezen wordt.
In taal van de Schrift is de Wet het verbondsverhaal,
dat vertelt hoe God het volk bevrijdde uit de slavernij van de Farao
en uit de slavernij van de eigen ongerechtigheid.
De Wet wil je beschermen,
zodat je niet verloren loopt.
De tien geboden beperken je vrijheid niet,
maar wijzen je de weg naar het beloofde land.
Als ze goed worden begrepen,
dan hoor je er Gods stem in,
die de richting wijst.

Maar het omgaan met regels moet je wel leren.
In Jezus´ dagen waren er mensen, die volledig het spoor bijster waren.
Ze gebruikten de Wet van God om mensen te veroordelen,
om te zeggen wie goed was en wie niet.
Sommige leiders van het volk gingen onvolwassen om met de erfenis van hun volk.
In plaats van mensen vrij te maken,
legden ze steeds zwaardere lasten op
en sloegen mensen om de oren met hun voorschriften.

Ze waren vergeten waar het allemaal om begonnen was.
Wanneer Mozes zijn volk toespreekt,
dan begint hij met te zeggen:
Hoor, Israël …”
De Wet is er niet om iemand mee om de oren te slaan,
maar om oren te openen.
De Bijbelse Wet wil je oren openen voor het Verhaal van God,
die niets liever wil dan je vrij en gelukkig te zien
De Wet wil je oren openen, zodat je luistert naar wie je nodig heeft
en naar de stem van je eigen geweten.

Daarom begint Mozes met de woorden “Hoor, Israël”.
Gods volk moet leren luisteren.
Om niet in zichzelf op te gaan,
maar zichzelf te worden in zorg om elkaar.

Wanneer je zo met regels omgaat, dan krijgen ze zin.
Want wie de zin van verkeersregels inziet,
hoeft niet door de politie gecontroleerd te worden
wanneer aan de weg gewerkt wordt.
Wie verantwoord met het leven van anderen omgaat
remt vanzelf af wanneer hij verkeerswerkers ziet.

Maar dat geldt ook voor de Wet van ons geloof.
Het gaat er niet om, dat je jezelf verliest in duizend voorschriften,
zoals dat in Jezus’ dagen gebeurde.
Het gaat erom, dat je het ene voorschrift voor ogen houdt,
dat Jezus ons leert, de grondwet van Gods Koninkrijk.
Om te houden van God, en van je naaste als van jezelf.

Of zoals Jezus het vandaag zegt:
Geloven dat doe je van binnenuit, naar buiten toe.
Van harte en anders niet.

Amen!


 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey