Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
18de zondag door het jaar
4 en 5 augustus 2012
 
 

Schriftlezingen:

Exodus 16, 2-4.12-15
Johannes 6, 24-35

Verkondiging (preek):

Heel wat mensen hebben naar de hemel gekeken,
wanneer ze het leven niet meer aankonden.
De vraag naar het waarom van het lijden is naar boven gesmeten,
maar ook gebeden om kracht,
om een oplossing,
om redding.

In 1945 waren vele mensen in het Westen van ons land radeloos.
De oorlog liep ten einde,
maar er was honger.
In april van dat jaar keken de mensen naar de boven
en zagen geallieerde bommenwerpers.
Ze openden hun luiken en vanuit de hemel daalde voedsel neer.
Het regende letterlijk brood uit de hemel.

De mensen die het zagen, zouden het nooit meer vergeten.
Dat brood stilde niet alleen hun honger naar voedsel.
Het stilde ook de honger naar vrijheid
en het verlangen naar vrede.
Iedere vlucht bracht de broodnodige hoop.

De geallieerden noemden het “Operatie Manna”!
Dat heeft alles te maken met de eerste lezing van vandaag.
Daar hoorden we over het Joodse volk, dat onderweg is door de woestijn.
Het volk had naar de hemel geroepen: “God, bevrijd ons toch!”
En dan komt Mozes als geroepen, want hij bevrijdt het volk in Gods Naam.

Maar de weg naar de vrijheid kan lang zijn.
Dat wisten de mensen in april 1945.
Maar dat wist ook het Joodse volk, dat vanuit Egypte naar het Beloofde Land trok.
Ze verlangden haast terug naar Egypte,
naar gevulde vleespotten en brood op tafel.
Dan volgt het eerste mannabombardement van de geschiedenis.
’s morgens is de grond bedekt met witte korrels,
het ziet eruit alsof het broodkruim geregend heeft.
Sommige geleerden denken dat de mannakorrels een soort honingdruppels waren,
gevormd door insecten.
Het volk weet niet wát het ziet.
Zoals er in de bijbel staat: “Ze wisten werkelijk niet wat het was!”

Maar Mozes weet het wel.
Hij ziet brood uit de hemel; God die zijn volk te eten geeft.
Mozes ziet voedsel om je buik mee te vullen.
En waar smaakt het naar?
Vast en zeker naar het beloofde land, naar de toekomst, naar hoop!

Mozes bindt zijn volk op het hart dat ze slechts voor één dag manna mogen rapen.
Niet minder en niet meer.
Want dan zal er voor iedereen genoeg zijn.
Wie het voedsel van God eerlijk verdeelt,
zal ontdekken dat er geen behoeftigen meer zijn en geen rijken.
Sommigen echter kunnen de verleiding niet weerstaan,
dat lezen we verderop in de Bijbel.
Ze rapen meer dan ze zelf op kunnen eten en stoppen hun tassen ermee vol.
Maar de volgende dag krioelt het van de maden:
wie zichzelf verrijkt ten koste van een ander, die maakt de wereld rot.

Het brood uit de hemel geeft genoeg kracht om de reis te vervolgen,
het wordt je geschonken van dag tot dag,
precies genoeg, totdat je het Beloofde Land hebt bereikt.

Precies zó wil ook Jezus zijn.
Brood uit de hemel.
De smaak van vrijheid.
Voedsel onderweg naar het Beloofde Land.
Precies genoeg om onze diepste honger te stillen, van dag tot dag.
Soms dan kunnen ook wij ons voelen als dat volk in de woestijn.
Dan is de toekomst onzeker en zou je terug willen naar het oude.
Of je hamstert zozeer voor jezelf, dat een ander uit je gedachten verdwijnt.

Maar het Beloofde Land kún je alleen bereiken,
door van dag tot dag het brood te delen.
Door telkens weer tekens van hoop bij elkaar te rapen.
Door genoeg ook genoeg te laten zijn
en de broodnodige zorg te besteden aan je naaste.

Mozes besefte dat het manna vooral een teken was van hoop,
een belofte dat God met ons meegaat.
Jezus wilde juist dát teken van God zijn, door te zeggen:
“Ik ga met je mee, kome wat komt!”

Hij is het brood van de hemel, dat ons van dag tot dag wordt aangeboden.
Want wie in Hem gelooft, zal ook zijn Kracht ontvangen.
Wie naar Hem luistert, zal gevoed worden met hoop en liefde.
Precies genoeg om jezelf en de ander te sterken in Godsnaam.

Wie zich op Jezus richt, zal zelf manna worden op de levensweg van anderen.
Want soms is een mensenleven zo gekwetst,
dat brood niet meer verzadigt en water niet meer laaft,
dat vuur niet meer verwarmt en een huis niet meer herbergt.

Wonden worden soms alleen geheeld
als iemand het opbrengt  om voor een ander
brood en water, vuur en huis te zijn.

Er is veel vraag naar zulke mensen, die een ander nabij zijn.
Soms ben je de vraag, dan weer het antwoord,
onderweg naar het Beloofde Land.

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey