Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
15de zondag door het jaar B
14 en 15 juli 2012
 
 

Schriftlezingen:

Amos 7, 12-15
Marcus 6, 7-13

Verkondiging (preek):

Er bestaat een Joods spreekwoord, dat treffend beschrijft wat een profeet is.
“Een profeet is niet iemand die toekomst voorspelt,
maar iemand die weet wat blijvend is”.

Bij profeten wordt inderdaad vaak gedacht aan toekomstvoorspellers,
waarzeggers die je kunnen vertellen wat er gaat gebeuren,
onheilsprofeten die verschrikkingen aankondigen.
Ook in de Bijbel komen we heel wat profeten tegen,
die mensen waarschuwen en zeggen dat het mis zal gaan.
Maar het is geen waarzeggerij.
De profeten zien de toekomst niet als een lot, waartegen je machteloos staat.
Want vaak hebben mensen het voor een groot deel zelf in handen,
of de dag van morgen vloek of zegen brengt.
Hun woorden nodigen ons uit om terug te keren naar wat goed is
en God te zoeken.

Daarom zegt het Joodse spreekwoord:
“Een profeet is niet iemand die toekomst voorspelt,
maar iemand die weet wat blijvend is”.

Vandaag kwamen we in de Eerste Lezing Amos tegen.
Hij komt helemaal uit het Zuiden van het land.
Door God geraak en geroepen, trekt hij naar het noorden, naar Israël.
Want daar was het hart nodig dat iemand de waarheid ging vertellen.

In het Noorden van het land ging het economisch goed en de handel bloeide.
Braaf danken de koning en de rijken God voor hun welvaart.
In de stad Betel bouwden ze zelfs een tempel,
waar ze baden om nóg meer rijkdom.
Op het eerste oog gaat het goed, daar in Israël.


Maar dan komt Amos.
Hij is een profeet en weet wat blijvend is,
maar ook wat ten onder moet gaan.
Het kan zo niet lang goed gaan.

Kerk en staat gingen hand in hand,
de beurzen van de rijken waren vol
en in de tempel werd volop geofferd en met wierook gezwaaid.
Maar Amos kijkt verder!
Hij ziet hoe in datzelfde Israël de armoede groeit.
Hoe de een zijn toekomst opbouwt, ten koste van de ander.

Wie keek naar de Tempel van Betel,
kreeg de indruk dat God een God van rijken was.
En dat kan onze profeet niet langer aanzien.

Een profeet weet immers wat blijvend en goed is.
Amos weet hoe God steeds weer aan de kant van kleine mensen heeft gestaan.
God bevrijdde het Joodse volk, toen zij als slaven in Egypte woonden,
om het machtige Egypte en de Farao in hun hemd te zetten.
Zó is God.
Hij koos een herdersjongen, David, om leider en koning te worden.
Zó is God.

Amos herinnert de koning en zijn priesters daaraan.
God wil niet geëerd worden met goud, zilver en offerdieren.
God vraagt van ons, dat wij Hem dienen met naastenliefde,
met aandacht voor armen.

Wanneer je vrome gebeden uitspreekt en tegelijkertijd je naaste uitbuit
of het leven zuur maakt, dan lijken je gebeden meer op vloeken.
God woont liever in het hart van een oprecht mens,
dan in de mooiste bouwwerken.

De koning en zijn priesters hoorden die woorden liever niet.
Zij wilden niet gestoord worden in hun zelfvoldane wereldje.
Mensen die onrust zaaien stuurden ze liever een deur verder.

En toch is het goed, om te luisteren naar profetische mensen.
Al is hun Boodschap vaak ongemakkelijk en zou je hun woorden liever niet horen.

Het woord profeet betekent: “Iemand die spreekt namens een ander”.
En dat doet Amos, hij spreekt namens God.
Ook in onze dagen zijn er mensen die voelen hoe een vuur in hen brandt,
die onrecht niet kunnen aanzien
en misselijk worden van schijnheiligheid.

Medewerkers van Amnesty International zetten zich in voor mensen
die onderdrukt worden, die hun mening niet mogen uiten.
Zij nemen zich het lot van hun naaste ter harte, uit liefde voor rechtvaarheid.

Nog steeds staan er mensen op die geen rust hebben, wanneer ze onrecht zien.
Ze bekommeren zich om vluchtelingen,
ze staan klaar voor mensen die in onze samenleving buiten de bood vallen,
ze vechten voor gelijke rechten.

Je kunt ook denken aan profeten binnen onze kerk,
die vragen stellen, die botsen met gezagdragers en toch niet kunnen zwijgen.
Het gaat er niet om dat je alles zomaar van hen aanneemt,
of dat ze altijd gelijk hebben.
Dat natuurlijk niet.
Maar wat maakt een samenleving, een organisatie,
een kerk, een parochie of een gezin nou echt sterk?
Niet dat je alle kritiek wegstopt, niet dat je je eigen wereldje heilig verklaart.
Echte kracht spreekt uit een open oor voor kritische geluiden,
dat je je laat bevragen, dat je blik verder gaat dat je eigen deur.


Echte kracht blijkt niet uit angst voor de toekomst, voor wat verandert.
Maar juist uit het geloof, dat God ook nú in mensen spreekt en werkt.
Dat Hij ons herinnert aan wat blijvend is
en met ons meegaat naar de toekomst.

Amen!


 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey