Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
11de zondag door het jaar (B)
16 en 17 juni 2012
 
 

Schriftlezingen:

EzechiŽl 17, 22-24

Marcus 4, 26-34

Verkondiging (preek):

Een bekend spreekwoord luidt: ďHoge bomen vangen veel windĒ.
We bedoelen daarmee dat mensen die leiding geven,
die een hoge positie bekleden,
ook heel wat kritiek te verduren krijgen.

Het vreemde is echter, dat mensen er telkens weer
alles voor over lijken te hebben om leiding te geven,
om in de volle aandacht te staan,
om in het pluche te zitten.
Aan hoge bomen is er geen gebrek.

Nu was dat ook al zo in de oude Bijbelse tijden.
Heel wat mensen hongerden ook toen naar macht en aanzien,
naar een ereplaats of een belangrijke titel.
Zelfs het volk van God ontkwam daar niet aan.

Ze hadden eigenlijk beter moeten weten.
De Bijbel leert ons immers,
om God de eerste plaats te geven,
want dan komen ook mensen op een goede plek terecht.

De eerste lezing brengt ons vandaag naar een bewogen moment
in de Bijbelse geschiedenis.
Het Joodse volk is de weg kwijt.
Hun koning vertrouwt niet op God.
Hij wordt bondgenoot van het machtige buurland Egypte.
en vertrouwt op de kracht van legers en rijkdom.
Dat zal zijn ondergang worden.
Want wanneer de koning van Babel komt,
dan veegt hij Egypte met al zijn bondgenoten van de landkaart.
Het Joodse volk wordt gedeporteerd.
Zo gaat dat met hoge bomen,
ze houden geen stand wanneer ze wind tegen krijgen,
ze breken af tot een zielig stompje.

Maar dan komt de profeet EzechiŽl aan het woord.
Hij vertelt over een nieuw begin.
En dan gaat het niet over hoge bomen,
maar juist over een heel klein stekje.

Zů begint Gods toekomst.
Klein en bescheiden, bevrijd van hoogmoed en macht.
Wanneer de ballingschap in Babel voorbij is,
dan zal het volk als een klein stekje geplant worden.
Dan krijgt het een nieuwe kans om volk van God te zijn.

Want uit dat kleine stekje kan weer een boom groeien.
Het volk zal thuiskomen en krijgt dan opnieuw de kans
om mee te tellen in deze wereld.
Niet door macht of rijkdom na te jagen,
maar door een voorbeeld te zijn voor andere volken.
Binnen Gods volk moet vrede heersen,
er moet plaats zijn voor groot en klein,
voor vriend en vreemde.
Binnen Gods volk moet recht gedaan worden.

Daarom neemt God een stekje van de dorre boom
en plant het met zijn eigen handen.
Omdat uit een klein begin weer iets prachtigs kan groeien.

Het verhaal van God begint meestal
met kleine mensen die het goede doen,
die eerbiedig zijn,
die weten dat geen mens zo groot is dat hij zonder God kan.

Met Gods hulp zal het kleine takje weer een boom worden.
Maar laat het in Godsnaam
een boom zijn met takken die schaduw geven,
waarin vogels kunnen nestelen.
Geen pronkstuk in de eigen achtertuin,
maar een boom waar ieder mens, ieder volk
op een bank mag komen zitten:
om kracht op te doen, om op adem te komen, om thuis te zijn.

EzechiŽl begint met die boom te planten
in het hart van mensen.
Hij leert ons om te geloven in het kleine begin,
om te beginnen met het geloof van kleine mensen.

Zo start het Rijk van God.
Door in alle eenvoud het goede te doen.
Het Joodse volk moest daaraan herinnerd worden.
De volgelingen van Jezus ook,
daarom spreekt ook Hij van een klein zaadje
waaruit een grote boom kan groeien.

God plant geen hoge bomen,
want die hebben geen toekomst,
ze vangen wind en waaien om.

God plant een stekje, dat eerst wortel schiet
en dan begint te groeien.
De boom van God vormt het begin van een park
waarop geschreven staat:
ďVrije toegang voor alle mensen van goede wil!Ē

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey