Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Derde zondag van de vastentijd (B)
10 en 11 maart 2012
 
 

Schriftlezingen:

Exodus 20, 1-17

Johannes 2, 13-25

Verkondiging (preek):

Wanneer het gaat om zaken die met geloof te maken hebben,
dan gebruiken we nogal eens het woord “heilig”.
De kerk waar we samenkomen, noemen we een Heilig Huis.
We lezen hier uit de Bijbel, de Heilige Schrift.
We vieren de Heilige Mis.
We kennen de  Heilige Communie of het Heilig Vormsel.
Dat woord vertelt over momenten, plaatsen en tekens
waarin God en mens dicht bij elkaar komen.

Vandaag horen we in het Evangelie over iets heel anders, dat heilig is.
Je zou het niet verwachten … maar het gaat om woede.
Jezus is laaiend, het is alsof er een vuur in Hem brandt,
zodat hij móet spreken en móet handelen.

Hij is niet zomaar boos, of gepikeerd, maar vervuld van Heilige Woede!

Wanneer Jezus komt in de Tempel, dan betreedt Hij een plek
waar het leven gaaf en oprecht hoort te zijn.
De Tempel is een Heilige Plek, waar mensen kind aan huis zijn bij God.
In de Tempel wordt de Bijbel voorgelezen, de Heer wordt aanbeden
en mensen vinden er een plek om te schuilen,
om al hun lief en leed in de Handen van God te leggen.

Tenminste … zó hóórt de Tempel te zijn.
Maar wanneer Jezus binnenkomt, dan ziet Hij daar weinig van terug.
De commercie heeft toegeslagen.

Wanneer mensen een offer willen brengen,
dan moeten ze niet hun hart openen, maar hun beurs.
Er worden duifjes en andere dieren verkocht, die geofferd dienen te worden.
En om die te kopen moeten de mensen speciaal tempelgeld hebben,
dat ze via een hoge wisselkoers kunnen omruilen voor hun eigen geld.
Dan ontsteekt in Jezus een heilige woede.
Hij kan die rommel niet meer aanzien.
Het heeft allemaal niets meer te maken met God.
Het heeft niets te maken met de leefregels die Mozes had ontvangen,
om het leven te heiligen.

Jezus veegt de tafels van de geldwisselaars leeg.
Hij bindt touwen aan elkaar en maakt er een zweep van,
waarmee Hij de zaak schoonveegt.
De handelaars en de profiteurs,
de corrupte priesters en de schijnheilige tempeldienaren
jaagt hij het Huis van God uit.

Jezus ervaart op dat moment, wat ook de profeet Jeremia had ervaren in het Oude Testament:
dat er een vuur in je kan branden,
waardoor je je mond niet kan houden wanneer je onrecht ziet.

Dat soort Heilige Woede is een gave van God.
Het geeft mensen de kracht om aan de kant van arme drommels te staan,
om valse schijn te ontmaskeren en gemakzucht te doorbreken.
Om de bezem te halen door schijn-heiligheid.

Je herkent Heilige Woede,
omdat er altijd een gevoel voor rechtvaardigheid uit spreekt.
Heilige woede ontstaan niet omdat je je op je tenen getrapt werd,
maar omdat je onrecht ziet
en niet meer kunt zwijgen.

Wanneer het heilig vuur in je brandt,
dan kun je niet meer aan de kant staan en je afzijdig houden.
Dan moet je laten zien en voorleven, hoe het anders kan.

Ik moest bijvoorbeeld denken aan Daens,
een priester uit Belgisch Limburg, die ruim een eeuw geleden leefde, in de tijd waarin industrieën opkwamen.
Daens zag hoe de arbeiders werden uitgebuit.
Kinderen moesten in de weverijen werken voor een hongerloon
rijke bazen en - helaas - ook heel wat kerkleiders hielden de mensen dom en arm.
Wanneer hij in Aalst aankomt, ziet hij een kind langs de weg liggen,
dat zicht letterlijk heeft doodgewerkt.
En dan ontsteekt in Daens een Heilige Woede.
Diezelfde dag schrijft hij op de voorpagina van een krant:
“Geen dode kinderen meer in Aalst”.
Hij spreekt namens de arbeiders, hij vecht om hun lot te verbeteren,
hij vertelt dat hun ellende een gevolg is van de zondige hebzucht van de rijken.
Daens wordt tegengewerkt, door fabriekeigenaars en kerkleiders,
maar hij kán niet zwijgen ... omdat hij kán leven met het onrecht dat anderen wordt aangedaan.

Het Heilig Vuur vraagt om woorden en daden,
die er niet op gericht zijn om anderen te kwetsen,
maar om mensen en situaties te veranderen.
De slechtst denkbare houding ten opzichte van onrecht is je omdraaien
en je armen over elkaar slaan.
Want daardoor dooft het vuur van gerechtigheid.

Een samenleving en ook een kerk,
heeft mensen nodig die onrecht bij de naam noemen,
en aan de kant van gekwetste mensen gaan staan.
De wereld wordt niet beter en mooier door je afzijdig te houden,
maar juist door méér betrokken te worden.

Soms is verontwaardiging daarvoor een goed begin.
Zoals de Franse Abbé Pierre die voor de daklozen van Parijs zorgde het ooit zei:
“Ze zijn onlosmakelijk:  liefde en heilige woede!”

Amen!

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey