Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Zevende zondag door het jaar (B)
18 en 19 februari 2012
 
 

Schriftlezingen:

Jesaja 43, 18-19.21-22.24b-25

Marcus 2, 1-12

Verkondiging (preek):

Een verpleegkundige vertelde ooit over een bijzonder moment
tijdens haar opleiding.
Een dag lang moest zij in een rolstoel zitten,
om te ervaren hoe dat voelt voor verpleeghuispatiënten.
Ineens ging ze het verpleeghuis waar ze stage liep, met andere ogen zien.
De beperkingen van het gebouw,
het gedoe om gebruik te maken van het toilet.
Maar ook de beperkingen van mensen,
die soms moeite hebben om met een gehandicapte om te gaan.

Die ene dag in de rolstoel opende haar de ogen
voor de beleving van patiënten.
Over sommige dingen kun je pas meepraten, wanneer je ze zelf hebt ervaren.
Of wanneer je minstens probeert, om je in te leven in een ander.

Dat is wel vaker zo in het leven, ook in het Evangelie van vandaag.
Er gebeurde nogal wat in dat verhaal.
Jezus is in de stad en van overal stromen de mensen toe.
Ze zoeken naar geloof, hoop en liefde
en dan zijn ze bij Jezus aan het goede adres.
Het is dan ook een drukte van jewelste voor zijn deur.

Van overal dringen de mensen op.
En dan wordt de schijnwerper ineens gericht op een verlamde man.
Hij ligt in het middelpunt van de aandacht.
Tenminste … dat lijkt zo.
Eigenlijk is hij meer het lijdend voorwerp.
Alle mensen hebben wel iets óver hem te zeggen
en zijn vrienden zeulen met hem door de menigte heen.

Ze komen niet via de voordeur bij Jezus en proberen het dan via het dak.
De vrienden maken een opening en laten de lamme zakken
tot voor de voeten van Jezus.

Je moet je eens voorstellen hoe dat allemaal gevoeld moet hebben
voor die lamme op zijn matras.
Al dat gedoe … terwijl je zelf niets kunt doen.
Al die drukte … terwijl je zelf geen vinger kunt bewegen.
Mensen die niet mét je praten, maar óver je praten.
Je moet het zelf hebben ervaren, om te oordelen hoe dat voelt.

Zieken en gehandicapten kunnen daar vaak over meepraten.
Hoe het is om lijdend voorwerp te zijn.

Maar dan is er in het Evangelie eindelijk Iemand die het woord richt tot de lamme.
Hij spreekt Hem aan en zegt:
 “Je zonden zijn vergeven!”

Het is Jezus, die de man aanspreekt.
 
“Je zonden zijn vergeven …!”
Het lijkt cru om dat tegen een lamme te zeggen,
maar het is niet zonder reden dat Jezus zo spreekt.
In die tijd werd ziekte namelijk gezien als een straf van God.
Als een boete voor jouw zonden, of die van je ouders.

En daar maakt Jezus in één ademtocht een einde aan.
Je zonden zijn vergeven.
Je hoeft je niet af te vragen “Waar heb ik dit aan verdiend?”
Want je hébt het niet verdiend.
God wil niet dat mensen lijden.
Het doet Hem pijn wanneer jij pijn hebt.

De lamme begrijpt wat Jezus bedoelt.
De man sputtert niet tegen.
De woorden van Jezus blijken hem goed te doen.
Nog voordat zijn lichaam op kan staan,
verheft zich zijn geest.
En Jezus blijft zich richten tot de man tegenover Hem.
Wanneer de schriftgeleerden mopperen omdat Jezus zonden vergeeft,
spreekt Jezus de lamme opnieuw aan.
Die twee zijn elkaar gaan verstaan.
Jezus bekijkt het leven vanuit de ogen van de lamme.
Hij leeft zich in en wordt deelgenoot van de pijn en de hoop in die ander.

 “Sta op, neem je bed en wandel!”

En de man stáát op, rolt zijn matras op en loopt naar buiten.
Hij heeft ervaren wat Jezus bedoelt:
Het is geen zonde wanneer je ziek of zwak bent.
Het is zonde wanneer je over anderen oordeelt,
wanneer je op iemand neerkijkt of veroordeelt.

De lamme gaat naar buiten.
Hij kan lopen.
Hij kan met zijn geloof uit de voeten.
Hij kan recht voor God staan.

Wellicht heeft hij bij het naar buiten gaan een vreugdesprong gemaakt
en de woorden van Jesaja gezongen,
die klonken in de eerste lezing:

 God gaat iets nieuws beginnen.
 Het is al begonnen.
 Zie je het niet?

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey