Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
23ste zondag door het jaar (A)
3 en 4 september 2011
 
 

Schriftlezingen:

Eerste Lezing:  Ezechiël 33, 7-9

Evangelie:  Mattheus 18, 15-20

Verkondiging (preek):

Enkele jaren geleden overleed in Brazilië een bijzonder mens:
Dom Helder Camara.

Nadat hij bisschop was gewijd, verruilde hij het bisschoppelijk paleis
voor een eenvoudige woning in de stad.
Hij droeg geen gouden kruis of indrukwekkende gewaden,
maar een eenvoudig houten kruis en een versleten toog.
Dom Helder Camara zag de moedeloosheid bij zijn mensen
en wilde hen laten zien,
dat hij dicht bij hen stond.
Hij wilde één van hen zijn, om námens de arme sloebers te kunnen spreken.

Als een profeet van onze tijd, zag hij een dubbele uitdaging.
Allereerst wilde hij ervoor zorgen dat de armen kregen
waar ze recht op hadden.
En ten tweede wilde hij de oorzaak van de armoede aanpakken.

Dom Helder Camara was geliefd bij het gewone volk.
Maar veel rijke grootgrondbezitters namen het hem niet in dank af,
dat hij zo duidelijk het onrecht bij de naam noemde.

De bisschop heeft daar zelf ooit het volgende over gezegd:
 “Wanneer ik de armen te eten geef,
 dan noemen ze mij een heilige.
 Maar wanneer ik vraag wáárom de armen niets te eten hebben,
 dan noemen ze mij een communist!”

Dom Helder Camara werd tegengewerkt door machtige mensen,
maar hij kón niet zwijgen.
Hij hield zoveel van de mensen, dat hij de armen brood wilde geven.
Maar ook hield hij zoveel van de mensen, dat hij de rijken wilde redden,
door hen aan te zetten om te delen.
Hij deed wat profetische mensen moeten doen.
Hij verbond het levenslot van mensen,
van rijk en arm, van sterk en zwak,
van blank en zwart, van man en vrouw.
Omdat hij rotsvast geloofde dat íeder mens met even veel zorg
door God geschapen werd
en dat we alleen de wereld kunnen redden,
door elkaar te redden.

Je kunt aan die Braziliaanse bisschop denken bij het luisteren naar de Lezingen
van deze dag.
In de eerste Lezing hoorden we over de profeet Ezechiël,
die door God wordt aangesteld als wachter over het volk.

Net zoals de wachten op de stadsmuur, die alarm slaan bij naderend onheil,
zo moet ook Ezechiël alarm slaan wanneer hij onheil ziet.
Hij moet waken over de verhoudingen tussen mensen,
zodat ze niet leven ten koste van elkaar,
maar met zorg óm elkaar.

Het is niet gemakkelijk wanneer je door God wordt geroepen om profeet te zijn,
maar Ezechiël doet zijn best.
Het volk van Jeruzalem wordt bedreigd door machtige vijanden,
door de legers van omringende volken.
Alle poortwachters kijken dan ook naar buiten,naar het naderende gevaar in de verte.

Maar Ezechiël leert zijn stadsgenoten om de blik ook naar binnen te richten.
Om eerst binnen hun eigen muren te kijken.
Naar het onheil binnen de stadsmuren, in hun straat, hun huis en hun eigen hart.
De profeet roept het volk toe:
“Wie niet trouw is aan Gods geboden, zal ten onder gaan!”

Net zoals Dom Helder Camara,
zo verbindt ook die oude profeet het lot van mensen aan elkaar.
Wie het noodlot wil keren, moet zich allereerst het lot van zijn naaste aantrekken.

Waar mensen samenleven, daar kunnen verhoudingen scheefgroeien
en worden fouten gemaakt.
Dat is altijd al zo geweest.
Het is geen ramp, zolang je maar van die fouten wilt leren.

Maar wanneer je er de schouders voor ophaalt, dán gaat het echt mis!
Want dan leven mensen langs elkaar, zonder geraakt te worden
door de nood van een ander.

Daarom heeft iedere tijd zijn eigen profeten nodig,
die ons wijzen op de oorzaken van onrecht.
Die het lot van mensen aan elkaar verbinden.

Daar ligt de kiem van een nieuwe wereld.
Wanneer het besef  groeit dat bezit gedeeld kan worden
en vooral dat geen mens een ander mens als bezit mag zien.

Al voelen we ons geen grote profeten, zoals Ezechiël of Dom Helder Camara,
tóch worden wij uitgenodigd
om elkaar wakker te houden wanneer onverschilligheid op de loer ligt.
Om elkaar tegen te spreken wanneer de een zegt
dat hij niets met de ander van doen heeft.
Om elkaar aan te spreken, in plaats van elkaar dood te zwijgen.
Dat is wat Jezus zegt in het Evangelie:
“Spreek elkaar aan op wat verkeerd gaat, op wat anders en beter kan,
maak het tot een zaak die allen aangaat!”

Een stad, een land, een gemeenschap, wordt niet sterk door muren te bouwen,
en angstvallig naar buiten te kijken.
Maar door binnen de eigen muren te strijden tegen hebzucht, onrecht en ongelijkheid.
Want net zoals de profeet Ezechiël, worden ook wij aangesteld als wachters
over het geluk van onze naaste, dichtbij en verder weg.

Amen!

Voorbede:

Pr. Heer, waar twee of drie mensen in uw Naam samenzijn,
 daar bent U in ons midden, wil daarom ons gebed aanhoren:

Le. Bidden we voor volkeren die in oorlog leven
en voor allen die verteerd worden door ruzie en haat.
Dat zij de kracht krijgen om elkaar in vrede te vinden.
Laat ons bidden…

Le. Bidden we voor allen die leven met de schuld
over wat zij anderen hebben aangedaan.
Dat zij vergeving mogen én durven ontvangen.
Laat ons bidden…

Le. Bidden we voor onszelf.
Dat we in ons leven van elke dag
niet vergeten om de blik naar binnen te richten
om hoeders van elkanders geluk te worden.
Laat ons bidden …

Pr. Misintentie …
Laat ons bidden …

Pr. Wees ons genadig,
Gij die Genade zijt
en kom ons te hulp
opdat de gezindheid van Jezus Christus
in ons zal leven.
Amen.

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey