Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Derde zondag van de vastentijd (A)
26 en 27 maart 2011
 
 

Schriftlezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes:

Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond,dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven,
en waar zich de Jakobsbron bevindt.
Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten.
Het was ongeveer het zesde uur.
Een Samaritaanse vrouw kwam water putten.
Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’
Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad.
De Samaritaanse vrouw antwoordde:
‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’
Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben.
Jezus hernam: ‘Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt:
geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven.’
‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put.
Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen?
Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?’ Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
Daarop zei Jezus: ‘Ga uw man roepen en kom hier terug.’
‘Ik heb geen man’, antwoordde de vrouw.
‘Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt,’ zei Jezus.
‘Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.’
‘Heer,’ zei de vrouw, ‘ik zie dat U een profeet bent.
Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden, maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’
‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een uur dat men niet meer op die berg daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden.
– Jullie aanbidden wat je niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen;
de redding komt immers uit de Joden. –
Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid:
dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet.
God is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’
De vrouw antwoordde: ‘Ja, er komt een messias, dat weet ik.’
‘Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’
Daarop zei Jezus tegen haar: ‘Dat ben Ik, degene die met u spreekt.’
Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug.
Het verwonderde hen dat Hij in gesprek was met een vrouw.
Toch vroeg geen van hen: ‘Wat wilt U eigenlijk?’ of ‘Wat hebt U met haar te bepraten?’
De vrouw liet haar kruik staan, liep naar de stad en zei tegen de mensen:
‘Kom eens kijken, daar is iemand die mij wist te vertellen wat ik allemaal gedaan heb.
Zou Hij soms de Messias zijn?’
Toen liepen ze de stad uit, naar Hem toe.
Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan: ‘Eet toch iets, rabbi.’
Maar Hij zei: ‘Ik heb al iets te eten, voedsel dat jullie niet kennen.’
De leerlingen zeiden onder elkaar: ‘Zou iemand Hem al eten gebracht hebben?’
Daarop zei Jezus: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en het werk volbrengen dat Hij Mij heeft opgedragen.
Zeggen jullie niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst?
Welnu, Ik zeg jullie: kijk eens goed naar de velden, ze staan wit, rijp voor de oogst.
Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwig leven;
zo kan de zaaier delen in de vreugde van de maaier.
Want het gezegde ‘de een zaait en de ander maait’ is waar:
Ik heb jullie uitgezonden om een oogst binnen te halen waarvoor je je niet hebt afgemat:
anderen hebben zich afgemat en jullie plukken de vruchten van hun werk.’
Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven op grond van het woord van de vrouw die getuigd had:
‘Hij wist me alles te vertellen wat ik gedaan heb.’
Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren, vroegen ze Hem bij hen te blijven.
Hij bleef daar twee dagen.
En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord.
En ze zeiden het ook tegen de vrouw:
‘Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt;
we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de redder van de wereld.’

Verkondiging (preek):

Ik weet niet of u ooit wel eens in een groot warenhuis geweest bent ná sluitingstijd.
Dat is een vreemde gewaarwording.
Wanneer de winkel leeg is, de roltrap stilstaat en de muziek zwijgt,
dán besef je pas dat een winkel gebouwd is om veel mensen te ontvangen.
Leeg is zo’n zaak eigenlijk maar niks!

Datzelfde gevoel kun je ook krijgen bij het begin van het Evangelie.
Jezus zit helemaal alleen bij de bron,
op een plek waar het anders krioelt van de mensen die water putten.
Maar nu lijkt het wel uitgestorven op die plek.
Dat heeft alles te maken met het tijdstip, want zo staat er:
“Het was rond het middaguur”.
Op dat tijdstip was er normaal gesproken niemand te zien bij de bron;
rond het middaguur was het zó heet, dat iedereen thuisbleef.

Het is stil op de plek die anders zo druk en levendig kan zijn.
Want de bron is een plaats van ontmoeting, waar nieuwtjes worden uitgewisseld.
In het stof zie je talloze voetstappen.
Het plein rond de waterput is zo gebouwd, dat er vele mensen terecht kunnen.
Leeg en stil is het eigenlijk maar niks!

Het is dan ook vreemd dat Jezus gezelschap krijgt.
Een vrouw komt op dat verloren uur naar de bron.
Zij komt blijkbaar liever niet wanneer er meer mensen zijn.
Straks is het weer dringen bij de waterput
en dan kletsen de mensen waarschijnlijk over háár,
de vrouw die al zoveel mannen heeft gehad.
Daarom verkiest zij het stille uur, na sluitingstijd.

Maar de stilte wordt verbroken, wanneer Jezus haar om water vraagt.
Geen veroordelende vinger … maar een vraag.
En van daaruit raken Jezus en de vrouw met elkaar in gesprek.
Eerst aarzelt zij nog, want de vrouw heeft een ander geloof dan Jezus.
Maar al pratend blijkt dat zij elkaar heel wat te zeggen hebben.
De vrouw knapt ervan op.

Zo kan het ook zijn in je eigen leven.
Er zijn dagen waarop je mensen tegenkomt en spreekt.
Maar waarvan je écht opknapt, dat zijn ontmoetingen.
Wanneer je er mag zijn, met je levensverhaal, met je blijdschap en je verdriet.
Een echte ontmoeting kan iets in je openen.
Dat is wat de vrouw ervaart bij Jezus.
In drie stappen wordt het een echte ontmoeting.

1. Allereerst laat Jezus zien dat de vrouw iets kan betekenen.
Zij heeft een kruik en Jezus heeft dorst.
Zij kan het kostbare water uit de bron halen en Jezus heeft haar daarvoor nodig.
Hij spreekt haar aan, op wat zij kan betekenen.

2. Dan laat Jezus haar kijken naar haarzelf, dat is de tweede stap.
Hij verstaat wat haar dwars zit, waarom zij in het verborgene naar de bron komt.

3. Vervolgens laat Jezus iets van zichzelf zien.
Ook die derde stap is nodig voor een echte ontmoeting.
Hoe meer Jezus van zichzelf toont,  des te meer ontdekt ook de vrouw over zichzelf.
Zij ontdekt waar haar pijn zit en haar hoop … waarnaar zij dorstig is.

In die ontmoeting komen Jezus en de vrouw elkaar op het spoor.
Het is een heilig moment.
De vrouw kwam op een verloren uur naar de bron, omdat zij zichzelf verloren voelde.
En juist zij begint te vermoeden dat Jezus iets met God van doen moet hebben.
Bij al dat gepraat over water, ontdekt zij in Jezus een bron van leven.

De ontmoeting raakt haar diep! Dat blijkt wel, want ze rent de stad in!
Zij die eerst bang was om onder de mensen te komen,
vertelt nu aan ieder die zij tegenkomt dat zij de Messias heeft gevonden.
Ze brengt de mensen naar de bron,
want daar is iemand die zij moeten zien en horen.
Zij heeft het ervaren: bij Jezus is leven te vinden!

Het is eigenlijk een verhaal van alle tijden.
Soms kun je jezelf uitgedroogd en leeg voelen, eenzaam in de menigte,
dorstig naar een antwoord op je levensvragen.

En dan kan een ontmoeting je iets geven, waarmee je verder kunt.
Jezus geef ons daarbij het goede voorbeeld.

1. Allereerst mogen wij weten, dat wij nodig zijn en dat we een ander nodig hebben.
Dat is het uitgangspunt van echte ontmoeting.

2. Ten tweede moet je proberen om een ander te verstaan.
Niet te snel oordelen, niet te snel uitspreken hoe die ander is.
Maar eerst luisteren en openstaan.

3. Ten derde mag je bij het verhaal van die ander, jouw eigen verhaal voegen.
Vertellen wat jou gaande houdt, wat je kracht geeft of beangstigt,
wat je gelooft en wat je hoopt.
Dan is de kans groot dat je niet alleen ontdekt wie die ander is,
maar ook wie jezelf bent.

En het mooie is, dat je op een zelfde manier God op het spoor kunt komen.
Wanneer wij in een verloren uur of op een stil moment naar de bron komen,
dan is Hij al aanwezig.
1. Om te zeggen, dat Hij je nodig heeft.
2. Om te luisteren naar je verhaal.
3. Om te vertellen wie Hij voor jou wil zijn: Iemand met wie je verder kunt!

Amen!

Voorbede:

Pr. Heer, U kunt onze diepste dorst lessen, daarom bidden wij:

Le. Voor allen die dorsten naar gerechtigheid. 
 Dat zij de moed vinden om de waarheid te spreken
 en tegen de stroom in te roeien, indien dat nodig is.
 Laat ons bidden …

Le. Voor allen die uitgeput zijn.
 Dat zij op kracht komen, bij U God,
 en bij de mensen die U op hun weg plaatst.
 Laat ons bidden …

Le. Voor allen die een bron van vreugde zijn.
 Dat hun goedheid en liefde
 anderen kan inspireren en bemoedigen.
 Laat ons bidden …

Pr. Parochie-intenties (…)
 Laat ons bidden …

Pr. Zo bidden wij tot U,
 die leven schenkt
 tot in eeuwigheid.
 Amen.

 

        
 
 
2017 Parochie Pey