Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Christus koning (C)
20 en 21 november 2010
 
 

Schriftlezingen:

Eerste Lezing uit het tweede boek Samuël:

Alle stammen van Israël kwamen bij David in Hebron en zeiden:
“Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed.
Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde,
was u degene die de troepen van Israël leidde.
Bovendien heeft de Heer u beloofd:
‘U zult mijn volk Israël weiden;
u bent diegene die over Israël zal heersen.’”
Alle oudsten van Israël kwamen bij de koning in Hebron,
en koning David sloot met hen in Hebron een verbond
ten overstaan van de Heer,
en zij zalfden David tot koning over Israël.

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas:

Toen Jezus aan het kruis hing stond het volk toe te kijken.
De leiders lachten Hem uit en zeiden:
“Anderen heeft Hij gered;
laat Hij nu zichzelf redden
als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!”
Ook de soldaten dreven de spot met Hem;
ze kwamen Hem wijn brengen
en zeiden:
“Ben jij de koning van de Joden?
Red dan jezelf!”
Boven zijn hoofd hing het opschrift:
Dit is de koning van de Joden.
Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem:
“Ben jij de Messias?
Red dan jezelf en ons erbij!”
Maar de ander wees hem terecht:
“Heb zelfs jij geen ontzag voor God,
nu jij ook deze straf ondergaat?
In ons geval is dat terecht,
want wij krijgen ons verdiende loon.
Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”
Daarop zei hij:
“Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.”
 Hij zei tegen hem:
“Ik beloof je,
vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.”

Verkondiging (preek):

De afgelopen tijd wordt er nogal gediscussieerd over de zin en de invulling
van het koningschap.
De één wil dat de koningin alleen nog ceremoniële taken vervult,
terwijl een ander de huidige staatsvorm wil bewaren.
Er bestaan duidelijk heel verschillende ideeën over de zin van het koningschap.
Nu is dat niets nieuws.
Ook in Bijbelse tijden werd het koningschap heel verschillend ingevuld.

In de eerste Lezing van vandaag hoorden wij over David, die een nieuw soort koning werd.
In de omringende culturen waren koningen vaak heersers en strijders,
onderdrukkers en machthebbers.
Maar David is een herdersjongen.
Hij wordt geroepen om Gods volk te weiden,
met net zoveel zorg als hij de schapen uit zijn eigen kudde weidt.
Daarom wordt David niet gekroond,
maar hij wordt tot koning gezalfd.
Een kroon is een uiterlijk teken van rijkdom  en macht.
Maar zalf is een teken van het innerlijke koningschap.
Zalf geneest en heelt, zoals een koning naar Gods hart dat moet doen.
Niet door te heersen, maar door herder te zijn.

Het was voor de koningen van het Joodse volk niet altijd gemakkelijk
om koning te zijn naar Gods hart.
Ook zij konden vaak de verlokking van de macht niet weerstaan.
Totdat er één kwam, die koning was als geen ander.
Geen koning van geld en goed.
Geen koning met een leger en een paleis.
Maar een koning die geboren werd in een stal, omdat er geen plaats voor Hem was.
Een koning die niet regeerde vanuit een paleis,
maar die te vinden was op de plaatsen waar zijn volk leefde.
Een koning die niet hoog te paard zat,
maar die op een ezeltje de stad binnenreed.

Jezus is de Koning naar Gods hart.
Hij heerst niet, maar Hij dient.
Hij kijkt niet de machtigen naar de ogen, maar zoekt de kleinen.
Hij spreekt onophoudelijk van zijn koninkrijk,
waarin verdrukten bevrijd worden
en armen te eten krijgen.

De koningen van deze wereld moeten af en toe vrezen voor hun kroon.
Ze kunnen  van hun troon gestoten worden
en hun waardigheid verliezen.
Maar Jezus draagt het Koningschap van God
en dat heeft niemand Hem ooit  kunnen afnemen.

Zelfs wanneer Hij aan het kruis geslagen wordt,
spreekt Jezus over zijn Koninkrijk,
dat onverwoestbaar is, omdat het wortelt in zijn hart.

Zelfs wanneer de handen van Jezus vastgespijkerd zijn,
omarmt Hij de rover naast Hem,
die zich aan Hem heeft toevertrouwd.

En wanneer spotters Hem een doornenkroon opzetten
en boven zijn hoofd schrijven: “Wat een koning”,
dan laat Jezus zien Wie Hij is.

Hij is de Koning van de zwakke, de arme, de zieke, de melaatse,
van al die mensen die terecht zijn gekomen aan de zijkant van de maatschappij.
Bij hen begint zijn koninkrijk.
Want wat wij doen aan de kleinste mens,
dat hebben wij voor Hem gedaan.

Of zoals de tekst van een kerkelijk lied het verwoordt:

In wie van hun armoe delen,
voor de ander niet verhelen
dat zij elkanders rijkdom zijn,
komt zijn koninkrijk nabij.

In wie zomaar, zonder vragen,
lasten van een ander dragen,
de levensweg tezamen gaan,
breekt zijn koninkrijk ruim baan.

Aan wie met elkander spreken,
het gegeven woord niet breken,
verzoening stellen boven schuld,
wordt zijn Koninkrijk onthuld.

Amen!

 

Voorbede

Pr. God, wij bidden dat uw Koninkrijk zal komen:

Le. Dat uw koninkrijk kome
 voor allen die arm zijn,
 nood lijden, zorgen hebben,
 daarom willen wij bidden …

Le. Dat uw koninkrijk kome
 Voor volkeren in oorlog,
 voor mensen op de vlucht,
 daarom willen wij bidden …

Le. Dat uw koninkrijk kome
 voor mensen in ons midden
 die eenzaam zijn of verdrietig,
 daarom willen wij bidden …

Le. Dat uw koninkrijk kome
 door ons toedoen,
 doordat wij in de Geest van Jezus elkaar van dienst zijn,
 daarom willen wij bidden …

Pr. Intenties …

Pr. Heer, wees ons genadig
 en wijs ons de weg naar uw toekomst,
 door Christus,
 onze Koning in eeuwigheid.
 Amen.

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey