Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Allerzielen
31 oktober 2010
 
 

Allerzielenviering waarin wij onze overledenen biddend gedenken


Intredelied (melodie”Comt nu met sangh”)

Vrede voor jou, hierheen gekomen,
zoekend met ons om mens te zijn.
Jij maar alleen, jij met je dromen,
jij met je last, verborgen pijn.
Vrede, genade, God om je heen,
vergeving, nieuwe moed, voor jou en iedereen.

Gij die ons kent, Gij die ons aanvoelt,
Gij die de hele wereld draagt.
Kom naar ons toe, leer ons te leven,
help ons te zien wat ieder vraagt:
tijd om te leven, kans om te zijn,
een plek om nu en ooit, gezien, aanvaard te zijn.


Begroeting en inleiding


Welkomstwoord

Elke mens draagt in zich een diep geheim:
zijn beste ogenblik en zijn pijnlijkste ervaring.
Wanneer een mens sterft, dan sterft met hem
de eerste stap, het eerste woord,
de eerste kus, de eerste ruzie, de eerste liefde.

Alles neemt hij met zich mee
in de verborgenheid van de dood,
maar de liefde blijft;
over de dood heen houdt zij onze geliefden levend.

Mensen komen en gaan.
De geheimen van elke mens neemt de dood mee.
Deze onomkeerbaarheid vervult mij met pijn in het hart.
Maar toch.... Ik weet:
de dood is slechts de horizon waarachter de mens verdwijnt, net als een boot is hij niet weg,
we zien hem alleen niet meer.


Een vertelling: “Achter de horizon”

Vanaf het strand turen ze samen in de verte.
Hun ogen volgen een witte stip:
de zeilen van een boot, die langzaam vooruit gaat.
De golven beuken het schip,
maar ze krijgen het er niet onder,
want aan het roer staat de kapitein,
die de richting weet en de koers bepaalt.
De wind stuwt het verder en verder en plotseling verdwijnt het schip achter de horizon.
"Is papa nu weg, mama?" vraagt haar zoontje,
"Ik zie zijn boot niet meer."
Met ingehouden tranen vertelt zij haar zoontje dat een boot die achter de horizon verdwijnt niet zomaar "weg" is, maar dat wij het alleen niet meer kunnen zien.


Voorbij

Voorbij …
niets meer
te zeggen

voorbij …
is niet
het juiste
woord

voorbij …
gaat een leven
echter nooit

voorbij …
gaat geen
verdriet
en geen herinnering

voorbij
onze grenzeloze
gedachten
is het wonder
dat wij niet
verwachten

voorbij
de einder van de horizon
gaat leven verder
dat hier begon


De paaskaars wordt aangestoken
Dit is een verwijzing naar het Licht van Gods horizon.
Intussen zingen wij:

Koor: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding,
 steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding,
 steeds weer zoeken mijn ogen naar U.


Het noemen van de namen van de overledenen

In het licht van de paaskaars worden nu de namen
van onze overledenen genoemd. Bij iedere naam wordt een kaarsje ontstoken.
Na vijf namen genoemd te hebben, zingen we telkens:

Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding,
 steeds weer zoeken mijn ogen naar U.


Gebed

God,
met gemis en verdriet komen wij vandaag bij U.
Veeg de tranen uit onze ogen,
versterk onze hoop en liefde
en help ons om te geloven in het eeuwige leven.
Dat vragen wij in de Naam van Jezus,
onze Verrezen Heer.
Amen.


Een gedachte van de heilige Augustinus

De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf; jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed...
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuiverste tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
als je van me houdt.


Lied (eerst koor, dan allen)

Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf.
Wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan Hem behoren wij toe.


Testament

En als ik doodga, huil maar niet
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
Het is het heimwee dat ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik doodga, treur maar niet.
Ik ben niet echt weg, moet je weten.
't Is het verlangen dat ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik doodga, huil maar niet.
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
't Is maar een lichaam dat ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij me bent vergeten.


Lied (eerst koor, dan allen)

Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf.
Wij leven en sterven voor God onze Heer,
aan Hem behoren wij toe.


Schriftlezing

Tegen de avond van die dag zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Laten we naar de overkant gaan.”
Ze lieten de mensen achter en namen Hem mee in de boot.
Er stak een hevige storm op, en de golven sloegen over de boot, zodat deze dreigde te zinken.
Maar Jezus lag op het achterdek en sliep.
De leerlingen maakten Hem wakker en zeiden:
“Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?”
Nu stond Hij op en bestrafte de wind en het water;
“Zwijg, wees stil!”
De wind ging liggen en het werd volkomen stil.
Nu sprak Hij tot hen:
“Waarom zijn jullie zo bang?
Hebben jullie nog geen vertrouwen?”
Door schrik bevangen zeiden ze onder elkaar:
“Wie is dat toch, dat zelfs wind en water naar Hem luisteren?”


Overweging door de voorganger

Onlangs las ik een boek, waarin een dominee zijn ervaringen beschrijft
als legerpredikant in Afghanistan.
Hij vertelt daarin ook over het afscheid van een gesneuvelde militair,
die begeleid werd naar een vliegtuig, om naar huis te worden gevlogen.
Wanneer het vliegtuig aan de horizon verdwijnt,
beschrijft de legerpredikant dat met de volgende woorden:

“Op dat moment brak ik van binnen in tweeën!”

Die ene zin geeft precies aan, hoe het kan voelen,
wanneer een dierbare verdwijnt voorbij de horizon.
Dan breek je van binnen in tweeën!

Want bij een overlijden, raak je de ander kwijt,
maar ook een deel van jezelf.

Soms heb je het gevoel dat je dierbare nog heel dichtbij is,
zodat je haast verwacht dat hij of zij straks weer thuiskomt.
En op een ander moment is die ander zo ver weg … zo onbereikbaar.

Wanneer je afscheid moest nemen, dan denk je soms: “Het gaat wel, ik red het wel!”
En dan overvalt je weer het onbegrijpelijke,
dan breek je van binnen middendoor,
omdat het huis zo leeg is en de stilte oorverdovend klinkt.

Wanneer de dood dichtbij komt,  dan breek je inderdaad van binnen in tweeën.
Zoveel lijkt hetzelfde te zijn, terwijl jij weet dat niets meer hetzelfde is.

Vandaag zijn we hier gekomen met vele verhalen,
over iemand die veel te jong stierf
en iemand die een leven mocht leiden dat rijk was aan jaren.
Over een plotseling afscheid
of een lange weg van ziekte.

Vele verhalen dragen we met ons mee,
waarin vreugde en verdriet doorklinken;
dankbaarheid om het goede dat was,
en pijn om alles wat voorbij is.

Soms kun je die verhalen delen.
Vaak is er nauwelijks tijd of ruimte voor om je hart te laten spreken.
Maar vandaag mag je hier zijn.
Mét je gebroken hart.
Mét je vragen en je pijn.
Mét je hoop.

Je mag hier zijn te midden van al deze mensen,
die weten hoe het afscheid van hun dierbare voelt.

Je mag hier ook zijn bij God,
die weet hoe dat voelt bij jou.
Geloven kan kracht geven, maar soms maakt het je ook boos.
Dan vraag je onmachtig “God, waarom? Waar bent U?”

Ook de leerlingen van Jezus riepen dat uit,
toen zij in een storm terecht kwamen
en alle houvast onder hun voeten verloren.
Ook zij riepen uit: “Kan het U niet schelen dat wij vergaan?”

Ze zijn zo bang en verontwaardigd, dat ze nauwelijks kunnen ervaren
dat Jezus naast hen staat en met hen gaat.
Het kan Hem wel degelijk schelen,
Hij laat ons niet vergaan.
“Wees niet bang” zegt Hij, “heb vertrouwen!”

Zo mogen wij onze dierbaren in zijn handen leggen,
samen met onze eigen gebrokenheid.
Want voorbij de horizon, waar wij niet kunnen komen, daar is Hij.
“Wees niet bang”, roept Hij toe vanachter de horizon.
“Heb vertrouwen!”

Hoe het zal zijn voorbij de grens van dit leven, dat weten we niet.
De Bijbel zegt dat geen oog heeft gezien en geen oor gehoord, hoe het daar zal zijn.
Maar Wíe er zal zijn, dat weten wij wel.
Want onze overledenen vielen niet in de donkerte van het niets.
Ze vielen in de Handen van God … Handen vol Licht en Leven,
die hen droegen naar een plaats waar het verscheurde weer geheeld wordt.

Beste mensen,
in 1961 verongelukte Dag Hammarskjöld,
die secretaris-generaal van de Verenigde Naties was.
Na zijn dood vond men een dagboek.
Op een van de bladzijden schrijft hij over het thuiskomen bij God …

Ik liep in mijn droom met God
door de diepten van het zijn.

Ik zag wijkende wanden,
geopende poorten,
en ging van zaal naar zaal,
in de richting van vertrouwdheid en licht
en de warmte van zielen.

Totdat om mij heen de grenzeloosheid was,
waarin wij allen samenvloeiden
en verder leefden …
als de kringen die vallende druppels maken
op wijde, rustige wateren.

Amen!


Orgelspel


Gedenken (een bewerking van een Joodse tekst)

In het opgaan van de zon en in haar dalen,
gedenken wij hen.
In het spelen van de wind en de kleuren van de herfst,
gedenken wij hen.
In het ruisen van de bomen en het verlangen naar de zon,
gedenken wij hen.
Wanneer wij vermoeid zijn en behoefte hebben aan sterkte, gedenken wij hen.

Wanneer wij moed nodig hebben,
gedenken wij hen.
Wanneer wij goeds ervaren,
gedenken wij hen.
Wanneer wij vreugde willen delen,
gedenken wij hen.

Zolang wij leven,
zullen ook zij leven.
Want zij zijn een deel van onszelf
als wij hen gedenken.


Uitdelen van de prentjes (koorzang)


Voorbede

Pr. God,
wij denken aan onze doden.
wij denken aan allen van wie we afscheid moesten nemen en die we nog altijd missen.

Le. Laat dan de vlammetjes van onze kaarsen
een symbool zijn van ons GELOOF
dat we over de dood heen in liefde met elkaar verbonden blijven.

Al. Heer ontferm U, Heer ontferm U, Heer ontferm U (Taizé)

Le. Laat ze een teken zijn van de warme LIEFDE
die wij van onze doden mochten ontvangen
en voor de warme herinnering aan hen die nog altijd in ons leven.

Al. Heer ontferm U, Heer ontferm U, Heer ontferm U

Le. Laat ze ook onze HOOP uitdrukken
dat wij in momenten van duisternis
en als wij het niet meer zien zitten –
anderen mogen vinden om ons bij te lichten

Al. Heer ontferm U, Heer ontferm U, Heer ontferm U

Le. We bidden voor onze lieve doden,
sommigen afgeknakt voor ze bloeiden,
sommigen rustig en vol overgave,
sommigen met de dood lang en pijnlijk voor ogen...
Zij hoorden bij ons.
Bewaar hen voor eeuwig in uw hart, Vader,
zoals wij hun naam bewaren in ons hart.

Al. Heer ontferm U, Heer ontferm U, Heer ontferm U

Le. We bidden voor onszelf
die door de dood van zoveel mensen worden aangevochten en beproefd,
dat wij het verdriet niet koesteren,
dat het ons niet verstikt en eenzaam maakt.
Geef dat wij ons opnieuw
durven toevertrouwen aan dit leven.

Al. Heer ontferm U, Heer ontferm U, Heer ontferm U


Onze  Vader …

Wees gegroet …


Slottekst: “Met eerbied gedenken”

Met eerbied gedenken wij onze doden.
Wij danken voor hun leven.
Mens waren zij, schepping naar Gods beeld,
uniek waren zij.

Met eerbied gedenken wij onze doden,
wie ze waren,
wat ze betekenden
voor ons en voor deze wereld.

Onvervangbaar blijven zij,
in onze liefde blijven zij,
in onze hoop wonen zij
in ons geloof zijn zij … bij God thuis.


Mededelingen, zending en zegen

Slotlied

Blijf mij nabij, wanneer het avond is,
wanneer het licht vergaat in duisternis.
Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet,
bid ik tot U, o Heer: verlaat mij niet.

Reik mij de hand en spreek uw reddend woord,
wijs mij de weg en leid mij veilig voort.
Blijf mij nabij in vreugde en verdriet.
Ik heb U lief, o Heer, verlaat mij niet.

Wanneer uw Licht mij voorgaat in de nacht,
wanneer ik hoor dat U mij thuis verwacht,
dan weet ik Heer, dat U mijn zwakheid ziet,
dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.

Uittocht

Er is één roos voor iedere overledene wiens naam genoemd werd tijdens deze Allerzielenviering.
De graven en urnennissen worden na de Viering gezegend met gewijd water.
_______


De dood is een horizon
en een horizon is alleen maar
de begrenzing van
ons gezichtsveld

(Uit: Jan de Hartog, De bruiloft van het lam)

 

 

 

        
 
 
2017 Parochie Pey