Ieder weekend klinken er verhalen uit de Bijbel tijdens Vieringen in de kerk. Bij deze eeuwenoude verhalen worden door de voorgangers gedachten uitgesproken tijdens de verkondiging. U vindt hieronder bijbelverhalen en de verkondiging van Pastoor Bert Mom van:

 
Negenentwintigste zondag door het jaar (C)
16 en 17 oktober 2010
 
 

Schriftlezing:

Eerste lezing uit het boek Exodus

In die dagen rukte Amalek op
om Israël in Refidim aan te vallen.
Toen zei Mozes tegen Jozua:
"Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek.
Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand
op de top van de heuvel staan."
Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen.
Hij bond de strijd aan met Amalek,
terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.
En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield,
waren de Israëlieten aan de winnende hand.
Maar liet hij zijn armen zakken, dan won Amalek.
Ten slotte werden Mozes' armen moe.
Daarom haalden ze een steen waar hij op kon zitten.
Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant.
Zo bleven zijn armen hooggeheven, tot zonsondergang toe.
En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.

Verkondiging (preek):

Soms kunnen handen je iets vertellen.
Door een ring bijvoorbeeld, die vertelt dat iemand getrouwd is.
Of door het eelt op een grote hand, waaraan je een boer herkent.

Wanneer we stilstaan bij de eerste Lezing van vandaag,
dan zouden we ook daar eens in gedachten kunnen kijken naar de handen
van de mensen die we tegenkomen.

De eerste over wie heet gaat is Amalek.
Zo begon de Lezing:
“In die dagen kwam Amalek aanzetten”.
De handen van Amalek zijn getekend!
Niet door trouw, ook niet door hard werken, maar door bloed.
Want Amalek is het toonbeeld van het kwaad.
Hij is de vijand van al wat God lief is.

Wanneer het Joodse volk door de woestijn trekt,
dan lopen de sterke en machtige mensen voorop.
Zo gaat er een lange stoet voorbij.
En helemaal achteraan, daar komen de meest kwetsbare mensen,
moeders met zuigelingen, zieken, kreupelen en ouderen.
Juist daar valt Amalek met zijn mannen het volk aan.
Ze doden de zwaksten en maken zich uit het stof.
Als terroristen gaan ze tekeer.
En het Joodse volk kan alleen zijn handen ballen uit onmacht.

Dan volgt er een strijd … soms kan het niet anders.
Soms moet je de strijd aanbinden met het kwaad.
Mozes en zijn volk staan tegenover Amalek en zijn strijders.
Eigenlijk is het een zinnebeeld voor de strijd tussen goed en kwaad.

God droomt van een wereld, waarin mensen elkaar tot zegen zijn
en waarin het kleine wordt geëerd.
En Amalek doet er alles aan om Gods droom stuk te maken.
Hij trapt God op het hart.

Wat kun je tegen de macht van het kwaad doen?
Mozes weet het wel.
Wanneer de strijd begint, dan gaat hij de berg op.
En dan is het de moeite waard om ook naar zijn handen te kijken!
Want te midden van het strijdtoneel, staat Mozes met een staf in zijn handen!
Het is dezelfde staf waarmee hij het volk in Gods Naam geleid had,
vanuit de slavernij naar de vrijheid.
De staf van Mozes is een herdersstaf.
Het is het banier van God, die als een herder waakt over zijn mensen.

Zó staat Mozes daar, met in zijn opgeheven handen de herdersstaf.
Hij herinnert zijn volk eraan, dat het goede uiteindelijk zál overwinnen.
Dat het volk de kwade macht van Amalek moet verslaan,
maar ook het kwaad in zichzelf moet overwinnen.
Wanneer je dát voor ogen houdt, dan komt het uiteindelijk goed.

De handen van Mozes houden God hoog!
En wie op God vertrouwt, is altijd in de meerderheid.
Maar zelfs zo een heilige man als Mozes, kan het niet alleen volhouden.
De moed zakt, net zoals de armen van Mozes zakken.
Wanneer het vertrouwen in God zakt, dan vermindert ook de kracht van zijn volk
en dreigen ze te verliezen.

Het mooie is echter, dat Mozes het niet in zijn eentje hóeft te redden.
Want onder zijn vermoeide armen schuiven de schouders van twee mannen:
Aäron en Chur.
Zij houden de armen van Mozes in de hoogte.
Waar mensen elkaar nabij zijn in Gods Naam, daar is het kwaad kansloos.
Dat blijkt wel, want Amalek wordt verslagen.

We hebben gekeken naar de handen van de hoofdrolspelers in dit verhaal,
maar het is ook goed om naar onze eigen handen te kijken.

Want onze handen kunnen lijken op die van Mozes,
wanneer we anderen de weg wijzen,
of iemand bij de hand nemen die de weg kwijt is.
Waar we de waarheid spreken, wanneer mensen elkaar in de rug aanvallen
met laster en leugens.

Onze handen kunnen God hooghouden,
door in een oppervlakkige wereld te laten zien:
dat het leven heilig is,
dat mensen er mogen zijn, zelfs de meest kwetsbare onder ons.

Onze handen kunnen bidden, zoals Mozes dat deed op de berg!
Want wie God hooghoudt, kan het kwaad overwinnen … in de wereld en in zichzelf.

Wanneer we kijken naar onze handen, dan zullen die soms ook zwaar worden.
Maar dan mogen we elkaar ondersteunen en dragen,
juist op die momenten dat we moe zijn en het alleen even niet redden.

Want zo zal het werk van ónze handen steeds meer gaan lijken
op het werk van Góds Handen.

Amen!

 

        
 
 
2017 Parochie Pey