Untitled Document
 
Untitled Document
 

 

- In een goed verband bouwen aan een vitale parochie -

In heel wat bijbelverhalen wordt er gesproken over bouwen:

  • Jezus spreekt over twee huizen, waarvan de een op een rots staat en de ander op zandgrond. Wanneer het stormt, dan blijft alleen het huis op de rots staan, omdat de ondergrond goed is.
  • In een ander verhaal is er sprake van een steen die aan de kant wordt geschoven, totdat de bouwers ontdekken dat het een perfecte hoeksteen is.
  • Weer ergens anders vertelt de Bijbel over levende stenen, die samengevoegd worden.

Deze beelden kunnen ook vertellen over het bouwen aan de kerk:

  • De ondergrond is belangrijk; het fundament onder een gelovige gemeenschap is het geloof dat ons door de eeuwen heen is doorgegeven. Op die goede fundering kunnen wij verder bouwen.
  • De hoeksteen is Jezus. Zijn leven en zijn woorden zijn onze toetssteen.
  • Een kerk is opgebouwd uit vele levende stenen. De kracht van een gezonde parochie bestaat uit parochianen die hun eigen kerk dragen. De uiteenlopende talenten van mensen zijn nodig om een parochie vitaal te houden.

Het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) streefde ernaar om de kerk bij de tijd te brengen. Een van de kernbegrippen was “het volk van God”. De gedoopten vormen samen het volk van God, dat onderweg is naar Gods koninkrijk van vrede en gerechtigheid. Dat volk van God is een kleurrijke stoet van gewijde ambtsdragers en toegewijde leken; mannen en vrouwen. Ieder met een eigen roeping; maar ook verbonden door de ene Heer die ons allen roept.


In de Bijbel zegt Paulus het volgende:

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. Als de voet zou zeggen: ‘Ik ben geen hand, dus ik hoor niet bij het lichaam,’ hoort hij er dan werkelijk niet bij? En als het oor zou zeggen: ‘Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam,’ hoort het er dan werkelijk niet bij? Als het hele lichaam oog zou zijn, waarmee zou het dan kunnen horen? Als het hele lichaam oor zou zijn, waarmee zou het dan kunnen ruiken? God heeft nu eenmaal alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals hij dat wilde. Als ze met elkaar slechts één lichaamsdeel zouden vormen, zou dat dan een lichaam zijn? Het is juist zo dat er een groot aantal delen is en dat die met elkaar één lichaam vormen. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig,’ en het hoofd kan dat evenmin tegen de voeten zeggen. Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk.

 

        
 
 
2017 Parochie Pey