Untitled Document
 
Untitled Document

 

 

De bisschop van Roermond benoemde in juli 2005 een nieuwe pastoor voor de parochies van Pey, Koningsbosch en Maria Hoop. Hij wordt hierin ondersteund door twee oudere priesters. Graag stellen zij zich aan u voor:

Pastoor Bert Mom

 Pastoor Bert werd in 1966 geboren in Heerlen en groeide op in Treebeek. Na de middelbare school volgde hij de theologische opleiding aan de Universiteit voor Theologie en Pastoraat te Heerlen, met een pastorale stage in Udenhout. In 1994 behaalde hij het doctoraal examen Pastoraaltheologie, met als specialisatie liturgie en kerkopbouw. De doctoraalscriptie draagt als titel: “Om maar eens dicht bij huis te blijven … een interdisciplinair onderzoek naar aard en wezen van huisliturgie.” In 1994 werd hij door Bisschop Huub Ernst benoemd als pastoraal werker in de parochies Heilig Hart, Onze Lieve Vrouw van Fatima en Sint Joseph te Roosendaal. Naast het pastoraat van nabijheid kreeg hij als taak om de volwassenencatechese te ontwikkelen. In 1999 werd Bert tot diaken gewijd in de Heilig Hartkerk te Roosendaal, om datzelfde jaar in de Michaëlkerk te Breda de priesterwijding te ontvangen uit handen van Bisschop Martinus Muskens. In 2001 volgde de benoeming tot pastoor in vijf parochies in de Zuid Westhoek van Brabant: Ossendrecht, Hoogerheide, Woensdrecht, Huijbergen en Putte, welke in 2003 fuseerden tot één parochie. In het jaar 2005 benoemde Bisschop Frans Wiertz hem tot pastoor in de parochies van Pey, Koningsbosch en Maria Hoop. Samen met parochianen streeft hij naar geloofsgemeenschappen die door velen gedragen worden. Dit heeft inmiddels geresulteerd in een aantal nieuwe werkgroepen, maar ook in intensievere contacten met verenigingen. Tijdens zijn installatie als pastoor verwees hij naar een Chinees spreekwoord: “Je hoort eerder het vallen van één boom, dan het groeien van een heel bos.” Zo zoekt hij met vele parochianen naar nieuwe wegen om een vitale en uitnodigende geloofsgemeenschap te vormen in Pey, Koningsbosch en Maria Hoop. Vanuit het toekomstgerichte geloof van de Bijbelse profeet Jesaja: “Er gaat iets nieuws beginnen … het is al begonnen … zie je het niet?”


Emerituspastoor Jan Geurts

Afkomstig van Bingelrade (nu Gemeente Onderbanken), heb ik het grootste deel van mijn priesterschap besteed in de Oostelijke Mijnstreek: 1 jaar als leraar aan het Bisschoppelijk College te Sittard, 7 jaren in Kunrade-Voerendaal als kapelaan, en bijna even lang in Kaalheide–Kerkrade in dezelfde functie. Vervolgens was ik ruim 14 jaar pastoor in Passart–Hoensbroek onder de rook van de Emma. Daarna ben ik in Midden-Limburg terechtgekomen: 12˝ jaar pastoor in Keent–Weert; en daar heb ik nog 5 jaar aan vastgeknoopt, om mijn opvolger, die toen 2 grote parochies onder zijn hoede kreeg, (ong. 14000 zielen) de gelegenheid te geven zich in te werken. Sinds september 2007 woon ik als emeritus, zoals dat heet, in Pey
en heb aan collega B. Mom mijn hulp toegezegd in zijn 3 parochies, voor zover dat nodig is, of hij dat wenst, en ik dat kan. De ruimte die overblijft, besteed ik aan de parochie St. Joost, om die uit de impasse te helpen, zolang ze dat vraagt.

Mijn leven lang heb ik me door de H. Schrift laten leiden – dat hebt U misschien ook wel herkend – en die in alle disciplines centraal gesteld; en dat zal ik ook zo blijven doen. Lange tijd was de Kerk terughoudend met de Bijbel: “Laten de priesters die maar aan de gelovigen uitleggen!” Sinds het Concilie biedt de Liturgie echter in overvloedige mate de H. Schrift als lees- en leerstof aan de gelovigen aan; ook Paus Benedictus heeft ons opgeroepen de Bijbel vaker ter hand te nemen. Als het aantal priesters afneemt, zullen de gelovigen toch zelf de weg naar de geloofsbronnen moeten kunnen vinden; in de H. Schrift is immers te vinden, hoe God zelf zijn Volk heeft opgevoed,  ermee contact gezocht heeft en vertrouwd heeft gemaakt met Zijn aanwezigheid.

Pastoor Jan Geurts moest in 2016 zijn assistentie beëindigen vanwege ziekte.  


Pater van der Meer

Wie is die ‘Hollander’, die in het weekeinde dikwijls voorgaat?

Wie ben ik?  Ik ben, zoals men al zal weten, geen Limburger. Ik ben in 1926  geboren in Noordwijk.  Mijn vader kwam daar ook vandaan; maar mijn moeder had Friese voorouders (aan wie ik mijn Friese voornaam Haye te danken heb).  In 1937 kwam ik in Pey wonen, dat wil zeggen: ik werd intern leerling op de toenmalige kostschool van de Paters van Lilbosch.  Maar ik heb Pey toen nog niet leren kennen, want het regime van het internaat was nogal gesloten, zoals dat toen op alle internaten het geval was. In 1942 ging ik over naar een door de Paters Jezuďeten geleid gymnasium. Dat sloeg aan, ik ben zelf ook Jezuďet geworden. Nog niet direct na mijn eindexamen, want toen moest ik eerst twee jaar vanwege longtuberculose het bed houden. In de Jezuďetenorde duurt de opleiding nogal lang, ik ben in 1960 priester gewijd. Dat was in Innsbruck (Oostenrijk), waar ik theologie had gestudeerd aan de door de Oostenrijkse Jezuďeten bemande theologische faculteit van de Universiteit van die stad. In 1962 ben ik daar ook gepromoveerd (bij professor Karl Rahner, als dat u iets zegt). 

Na mijn studie ben ik altijd ingeschakeld geweest bij de opleiding van priesters, en vanaf 1967 vooral ook in bestuursfuncties, eerst in de Jezuďetenorde, en vanaf 1972 in het Bisdom Roermond. Dat laatste kwam doordat de toenmalige Bisschop van Roermond, Mgr. J. Gijsen, mij toevallig had leren kennen, en daarop aan de Jezuďetenorde gevraagd had om mij ter beschikking van zijn bisdom te stellen. Met enige moeite heeft de orde daarmee ingestemd (we leefden toen in de tijd van de diepe tegenstellingen tussen de Nederlandse katholieken).  Ik werd bisschoppelijk Vicaris (een beetje te vergelijken met “lid van gedeputeerde staten” bij de gouverneur), en na een jaar belastte de Bisschop mij daarbij ook met de leiding van het nieuwe, door hem in de oude gebouwen van Rolduc opgerichte, Grootseminarie.  Rector van Rolduc ben ik gebleven tot 1987, vicaris tot mijn 75ste jaar.  Na mijn afscheid van Rolduc vertrouwde de Bisschop mij de leiding toe van de Kerkelijke Rechtbank (“Officialaat”) van het Bisdom, waartoe ik me eerst verder had bekwaamd door een jaar studie in Rome.  In 1993 trad Mgr. Gijsen terug als Bisschop. In de tijd tot de wijding van Mgr. F. Wiertz ben ik “tussentijds bestuurder” van het Bisdom geweest (“diocesaan administrator”).

U bent het woord “parochie” nog niet tegengekomen; het was alsmaar doceren en besturen. Parochiewerk kwam in mijn leven pas aan de orde in 1993, toen ik regelmatig naar de parochie van Koningsbosch kon gaan. En dat was een openbaring voor me: een nieuw leven deed zich voor mij open, waar ik me ongekend goed bij voelde. Mijn inzet moest helaas beperkt blijven, want ik was nog altijd vicaris en had doordeweeks de kerkelijke rechtbank. Maar ik heb nooit de kans laten lopen als ik iets kon doen met mensen in de parochie.  In 2003 kwam daar Maria Hoop bij en sinds 2005 dus ook Pey. Ik voel me bevoorrecht en  gezegend dat ik op mijn leeftijd nog zulk verheugend werk kan en mag doen!  En als u mijn preken soms wat theoretisch vindt, en mijn optreden ook niet zoals pastoors dat gewoonlijk doen, hoop ik dat u daar begrip voor hebt: ‘hij heeft zijn hele leven andere dingen moeten doen  --les geven aan instellingen voor hoger onderwijs en besturen--  en is veel te laat aan het parochiewerk toegekomen, je kunt het hem niet kwalijk nemen’.  Maar als ’t God blieft en Pastoor Bert Mom ermee in kan stemmen, blijf ik het graag nog lang doen.

Dr. H. van der Meer SJ

Pater van der Meer zal in de loop van 2017 verhuizen naar het verzorgingshuis van de Jezuďeten in Nijmegen, waarmee zijn assistentie in onze parochies eindigt.


 

        
 
 
2017 Parochie Pey